Bloedgroep – leidraad voor voeding en gezondheid

De bloedgroep waartoe je behoort, bepaaalt welk voedsel je het beste kunt verdragen en voor welke ziekten je ontvankelijk bent. De samenstelling van het bloed is als het ware een chemische vingerafdruk. Die een persoonlijke benadering van voeding verlangt. Twee Amerikaanse naturopaten hebben wetenschappelijk onderzocht en bewezen dat je – afhankelijk van je bloedgroep – wel en niet dient te eten.

Welke rol speelt voeding bij het ontstaan van ziekte? Deze vraag ligt ten grondslag aan het levenswerk van de Amerikaanse naturopaat James d’Adamo, dat door zijn zoon – Peter d’Adamo – wordt voortgezet Nadat zijn vaader had opgemerkt dat een aantal van zijn patiënten niet beter, maar zelfs zieker werd, nadat zij waren overgestapt op vegetariche voeding of een dieet met weinig vet, begon hij aan een nauwkeurige analyse van hun bloed. Omdat bloed de meest fundamentele bron van voedsel voor het lichaam is, zo redeneerde hij, zouden sommig aspecten van het bloed wellicht aanwijzingen kunnen bevatten voor individuele behoeften aan voedsel. Uit de analyse van bloed van talloze patiënten kwamen na verloop van tijd patronen wat betreft dieet en bloedgroepen naar voren. Peter d’Adamo heeft zelf ook jarenlang het verband tussen bloedgroep, dieet en bepaalde ziekten bestudeerd. Hoewel vele van zijn ideeën overeind zijn gebleven nadat zij door critici aan wetenschappelijk onderzoek werden onderworpen, gelden zij als controversieel – vooral omdat zij het eten van vlees door bepaalde groepen mensen voorstaan. Desalniettemin publiceren wij zijn theorieën vanwege het inzicht dat zij kunnen verschaffen in de aard van ziekten. (Hoofdredacteur)

De bloedgroep waartoe je behoort, is de sleutel tot het gehele immuunsysteem van jouw lichaam. Bloed is niet alleen van vitaal belang als bron van voedingsstoffen, het bepaalt ook de invloed van virussen, bacteriën, infecties, chemicaliën en stress. Kortom, alle ongewenstte indringers en condities die het immuunsysteem negatief kunnen beïnvloeden.

Het immuunsysteem is door de natuur voorzien van zeer uitgekiende methoden om te bepalen of een bepaalde substantie lichaamsvreemd is of niet. een van deze methoden behelst chemiche markers op cellen, die antigenen worden genoemd. Elke vorm van leven – van het meest eenvoudige virus tot het menselijk wezen – heeft unieke antigenen die de vorming van afweerstoffen of antilichamen bewerkstelligen. De meest machtige antigenen in het menselijk lichaam die bepalend zijn voor de samenstelling van het bloed, oftewel voor de bloedgroep. Deze verschillende antigenen zijn zo gevoelig dat ze, wanneer ze effectief opereren, het grootste beveiligingsstelsel van het immuunsysteem vormen.

Zodra het immuunsysteem een verdachte stof waarneemt, zoals een vreemd anttigeen van een bacterie, gaat het als eerste op zoek naar het antigeen van de bloedgroep, om door te geven of de indringer een vriend of een vijand is.

Antilichamen zijn de cellulaire equivalenten van de smart bom. De cellen van ons immuunsysteem vervaardigen talloze variaties van antilichamen, elk specifiek ontworpen om een bepaald antigeen te identificeren en aan te vallen. Er vindt voortdurend strijd plaats tussen het immuunsysteem en indringers die proberen antigenen zodanig te veranderen, dat het lichaam ze niet zal herkennen. Het immuunsysteem reageert op deze uitdaging met een alsmaar groeiende inventaris van antilichamen.

Wanneer een antilichaam het antigeen van een ongewenste indringer ontmoet, treedt er een reacttie op die agglutinatie (verkleving) wordt genoemd. Het antilichaam hecht zich aan het virale antigeen en maakt het plakkerig, waardoor er andere deeltjes aan vast gaan kleven. Zo kunnen vreemde cellen, virussen, parasieten en bacteriën gemakkelijk worden geïdentificeerd. Vervolgens vergaren de antilichamen deze ongewenste indringers en verwijderen ze uit het systeem.

Superlijm

Er treedtt eveneens een chemische reactie op tussen het bloed en het voedsel dat je eet. Het is verbazingwekkend maarr waar, dat jouw immuunsysteem en spijsvertering vandaag de dag nog steeds de voorkeur geven aan voedsel dat jouw voorvaderen met dezelfde bloedgroep eeuwen geleden aten. Natuurlijk vraag je je af waarom, en het antwoord is: lectine.

Lectinee – een belangrijk bestanddeel van hett protoplasma van plant en dier, dat onder meer fosfor en vetzuur bevat – heeft net als antilichamen een verklevende eigenschap. Deze superlijm is voor organismen een machtig middel om zich aan andere organismen in de natuur te hechten. Vele bacteriën en zelfs ons immuunsystemen gebruiken lectine in hun voordeel. Op cellen in de galgangen van de lever, bijvoorbeeld, zit lectine aan hun oppervlaktte, waarvan de stofdeeltjes min of meer fungeren als zuignappen. Deze ‘zuignappen’ maken het bacteriën en andere parasieten mogelijk om aan het glibberige slijmweefsel van het lichaam te hechten. In veel gevallen is deze lectine specifiek voor een bepaalde bloedgroep, en daaarmee een grotere plaag voor iemand van die bloedgroep.

Voor lectine in voedsel geldt hetzelfde. Als je producten eet die proteïnehoudende lectine bevatten die onverenigbaar is met de antigenen van jouw bloedgroep, opent lectine de aanval op een orgaan of systeem in het lichaam (nier, lever, hersenen, maag) en begint bloedcellen in die omgeving te verkleven. Zo tasten zij de samenstelling van het bloed aan , en veranderen lichaamseigen stoffen in een ‘vijand’ voor het lichaam.

Melk, bijvoorbeeld, heeft eigenschappen die typerend zijn voor bloedgroep B; als iemand van bloedgroep A melk drinkt, zal zijn systeem dit niet kunnen verdragen en onmiddellijk actie ondernemen om het af te stoten. Dit proces verloopt als volgt: de melk, die normaliter in de maag via het proces van hydrolyse met maagzuur wordt verteerd, kan niet geheel worden verwerkt omdat de proteïne in lectine resistent is tegen maagzuur. De proteïne blijft derhalve intact en kan direct inwerken op de bekleding van de maag en het maagdarmkanaal, of samen met voedingsstoffen uit melk die wel zijn verteerd in de bloedstroom terechtkomen. Dit heeft tot gevolg, datt verschillende organen en systemen in het lichaam worden aangevallen.

Zodra de intacte proteïne uit lectine ergens in het lichaam nestelt, heeft het letterlijk een magnetisch effect op de cellen in dat gebied. Gezonde cellen klonteren samen en worden vervolgens, alsof het vreemde indringers zijn, aangevallen en vernietigd. Dit proces, met name het verkleven van cellen, kan tot irritatie van maag en darmen leiden, evenals levercirrose en beschadiging van de nieren – om maar een paar consequenties te nomen.

Indien het goed functioneert, zorgt ons immuunsysteem ervoor dat 95% van de lectine die via voeding in ons lichaam komt, wordt afgevoerd voordat agglutinatie kan optreden. De overige 5% vindt echter een weg naar de bloedstroom, war deze stof rode en witte bloedcellen aanvalt en vernietigt. In het spijsverteringskanaal kan lectine ontsteking veroorzaken van de slijmlaag die de ingewanden bekleedt, hetgeen reacties teweeg kan brengen die vaak onterecht worden geïnterpreteerd als voedselallergieën. Indien de bloedgroep reactief is, kan zelfs een minieme hoeveelheid lectine verantwoordelijk zijn voor agglutinatie van een grote hoeveelheid cellen.

Voorkomen is beter dan genezen

De sleutel tot een optimale spijsvertering en het voorkomenvan specifieke ziekten, is het vermijden van lectine die veranttwoordelijk is voor agglutinattie van bepaalde cellen – afhankelijk van jouw bloedgroep. Hoewel lectine een bestanddeel is van alle plantaardige en dierlijke producten, bestaan er verschillende soorten. Zo heeft lectine in tarwe een andere structuur dan lectine in soja, en hecht deze aan andere suikers. Dit betekent eigenlijk dat elk van deze voedingsstoffen gevaarlijk is voor sommige bloedgroepen, maar gunstig voor andere.

Veel mensen met artritis hebben het idee dat het vermijden van nachtschaden, zoals tomaten, aubergines en witte aardappelen, een gunstig effect heeft op het verloop van de ziekte. In het licht van wat hierboven is beschreven, is dit niet verwonderlijk, omdat nachtschaden rijk zijn aan lectine.

Onderzoek heeft aangetoond dat vele factoren die ziekten kunnen veroorzaken, worden beïnvloed door de bloedgroep. Met name mensen die tot bloedgroep A behoren en een familiegeschiedenis van hart- en vaatziekten hebben, dienen hun dieet nauwkeurig onder de loep te nemen. Het eten van rood vlees en alle soorten verzadigde vetten leidt bij mensen met bloedgroep A tot hogere niveaus van zowel triglyceriden als cholesterol, omdat hun gevoelige spijsvertering niet geschikt is om deze stoffen te verwerken. Het immuunsysteem dat bij type A hoort, heeft bovendien grote moeite om vijandelijke micro-organismen te herkennen. Derhalve is iemand die bloedgroep A heeft meer ontvankelijk voor kanker dan iemand die tot een van de andere bloedgroepen behoort.

Type O daarentegen is erg gevoelig voor lectine in Tarwe, die op de bekledingg van het maagdarmkanaal inwerkt, met ontsteking tot gevolg. Als je tot bloedgroep O behoort, en een gevoelige maag of spastische darmen hebt, of aan de ziekte van Crohn lijdt, reageert tarwe als een vergif in jouw systeem. Hoewel het immuunsysteem van type O over het algemeen gehard is, is het ook beperkt. Het telt in verhouding tot de immuunsystemen van de andere bloedgroepen minder micro-organismen ter bestrijding van vijandelijke bacteriën en parasieten, en de bloedgroep reageert niet adequaat op de complexe virussen die tegenwoordig voorkomen.

De ziekteprofielen van type B zijn onafhankelijk van die van type O en type A door de eigenaardige antigenen die bij bloedgroep B horen. Zij hebben de neiging ontvankelijk tte zijn voor virale ziekten die zich langzaam ontwikkelen en zich pas na jaren manifesteren, zoals multiple sclerose en zeldzame neurologische aandoeningen – in enkele gevallen veroorzaaktt door lectine in voeding, met name in kip en maïs.

Mensen van bloedgroep AB hebben het meest complexe ziekteprofiel, omdat zij antigenen hebben die zowel lijken op die van type A als van type B. Wat betreft hun ontvankelijkheid voor ziekten lijken ze het meest op mensen van bloedgroep A, dus als je ze zou moeten categoriseren, kun je zeggen dat ze meer A dan B zijn.

Specifieke problemen

Mijn eigen patiënten noemen doorgaans elke reactie op iets dat ze hebben gegeven ‘voedselintolerantie’, hoewel het meestal geen allergie is die zij beschrijven, maar eerder een intolerantie voor een bepaald soort voedsel.

Als je tot bloedgroep O behoort, heb je een relatief grote kans op astma. Ook hooikoorts, voor veel mensen een grote plaag, lijkt een specifiek probleem voor bloedgroep O. Veel lectine in voeding, met name in tarwe, reageert op immunoglobuline-E (IgE) antilichamen in het bloed. Deze antilichamen stimuleren witte bloedlichamen om niet alleen histamine vrij te maken, maar tevens andere chemische allergenen, die ernstige allergische reacties kunnen opwekken. Door het vermijden van tarwe kunnen typische reacties als het zwellen van keel en irritatie van de longen, en de daarbij behorende symptomen, zoals niezen, ademhalingsproblemen en snurken, voor een groot deel worden voorkomen.

De meerderheid van de mensen met artritis behoort eveneens tot bloedgroep O. Het bijbehorende immuunsysteem is intolerant voor omgevingsfactoren, en de lectine in sommige voedingsproducten, zoals granen en aardappelen, kan ontstekingsreacties in de gewrichten veroorzaken.

Zowel Multiple Sclerose (MS) als amyotrofische laterale sclerose (ALS) komt frequent voor bij mensen met bloedgroep B, die de neiging heeft tot ontvankelijkheid voor zeldzame virale en neurologische afwijkingen die zich langzaam ontwikkelen. De associatie met type B zou een verklaring kunnen zijnvoor het feit dat MS en ALS veel voorkomen bij Joodse mensen. Volgens sommige onderzoekers worden deze ziekten veroorzaakt door besmetting met een virus in de kindertijd. Het immuunsysteem van type B zou niet in staat zijn om antilichamen tegen dit virus aan te maken, waardoor het virus zich langzaam, gedurende 20 jaar of langer, zonder symptomen kan ontwikkelen.

Bloedgroep A telt het grootste aantal mensen met bloedarmoede. Hoewel de gevoelige spijsvertering van iemand die tot deze bloedgroep behoort dierlijke producten niet goed kan verdragen, heeft deze conditie niets te maken met een vegetarisch dieet. Bloedarmoede is het resultaat van een tekort aan vitamine B12, en mensen met bloed van type A hebben de grootste moeite om vitamine B12 uit voedsel op te nemen. De hoeveelheid maagzuur die noodzakelijk is voor dit proces, evenals de concentratie van een chemische stof (intrisic factor) die wordt geprodduceerd door de celbekleding van de maag en verantwoordelijk is voor de assimilatie van vitamine B12, is bij mensen van bloedgroep A niet toereikend. Ook mensen met bloed van type AB hebben een relatief grote kans op bloedarmoede.

Genezende krachten.

De bloedgroep is ook bepalend voor de kansen op herstel van een hartziekte, zo blijktt uitt de Framingham Heart Study, die aan het eind van de jaren zestig door een onderzoeksteam uit Massachusetts is uitgevoerd. Van alle hartpatiënten die aan het onderzoek deelnamen – in leeftijd variërend van 39 tot 72 jaar – bleek een groter percentage van bloedgroep O te overleven dan van bloedgroep A. Dit gold vooral voor mannen in de leeftijd van 50 tot 59 jaaar. Degenen die tot bloedgroep O behoorden, hadden hogere niveaus van alkalinefosfaten in het bloed, die de absorptie en metabolisering van vet versnellen en de cholesterolniveaus in het bloed verlagen. De andere bloedgroepen hebben kleinere concentraties van dit enzym; naar verhouding bevat bloed van type O de meeste alkalinefosfaten, gevolgd door bloedgroep B, AB en tenslotte bloedgroep A, die de kleinste concentratie bevat.

Het hoge overlevingspercentage van bloedgroep O wordt ook bepaald door het feit dat deze mensen minder stoffen in hun bloed hebben die bloedklontering bewerkstelligen. Zij hebben in feite dunner bloed, en derhalve een kleinere kans op aderverstopping, terwijl mensen met bloedgroep A of AB meer cholesterol en triglyceriden in hun bloed hebben, waardoor gemakkelijker plak in de aderen kan ontstaan. Dunner bloed houdt voor mensen met type O echter een grotere kans op maagbloedingen in. Ook treedt bij deze bloedgroep vaker perforatie vande maagwand op, veroorzaakt door een hoger maagzuurgehaltte en de aanwezigheid van het enzym pepsinogeen dat zweren kan veroorzaken.

In december 1993 is in het Journal of Science een rapport van onderzoekers van de Washington University School of Medicine in St. Louis gepubliceerd, dat stelt dat mensen met bloedgroep O een favoriet doelwit zijn voor bacteriën waarvan bekend is dat ze maagzweren veroorzaken. Deze bacteriën, Helicobacter pylori, blijken in staat om zich aan het antigeen van type O op de celbekleding van de maag te hechten, en zich vervolgens een weg door het weefsel te banen.

Vele bacteriën hebben een voorkeur voor specifieke bloedgroepen. Onderzoek heeft uitgewezen, dat meer dan 50% van de 282 soorten bacteriën die we in ons lichaam hebben antigenen van een bepaalde bloedgroep dragen. Het lijkt erop dat virale infecties over het algemeen vaker voorkomen bij mensen met bloedgroep O, en minder en in mildere vorm bij mensen met bloed van het type A, type B en type AB.

Ontstaan en ontwikkeling van bloedgroepen & ideale dieet

Type O

toen onze Cro-Magnon voorvaderen rond 40.000 v.Chr. de kop opstaken, steeg de menselijke soort naar de top van de voedselketen als het meest gevaarlijke wezen op aarde. Deze formidabele jagers voedden zich voornamelijk met proteïne (vlees). In die periode kwamen de specifieke eigenschappen van het spijsverteringssysteem van bloedgroep O volledig tot hun recht.

  • vleeseter
  • doorgewinterd spijsverteringssysteem
  • overactief immuunsysteem
  • verdraagt geen wijziging van dieet en omgeving
  • heeft een efficiënt metabolisme nodig om slank en energiek te blijven
  • het lichaam zet vet en proteïne om in ketonen, die in plaats van suikers worden gebruikt om de glucoseniveaus op peil te houden.

Slechtste voedsel

  • Granen, brood dat gluten – kleefstof uit de eiwitdelenvan graankorrels – bevat
  • zoete maïs
  • peulvruchten
  • kool
  • spruitjes
  • bloemkool
  • aubergine
  • avocado
  • aardappelen
  • paddesttoelen
  • maïs- of saffloerolie
  • varkensvlees
  • gerookte vis
  • zuivelproducten
  • appelsap
  • sinaasappelsap
  • koffie
  • thee

Beste voedsel

  • Vlees, m.n. lever, lamsvlees, rundvlees, kalkoen en kip
  • zeevis
  • krab, kreeft en andere schaaldieren
  • kelp
  • zeewier
  • zout dat jodium bevat
  • boerenkool
  • spinazie
  • broccoli
  • rode bieten
  • andijvie
  • artisjok
  • hibiscusvruchten
  • uien
  • pastinaak
  • pompoen
  • zoete aardappel
  • raapstelen
  • rode bonen
  • gerst
  • boekweit
  • gierst
  • havermeel
  • volkorenbrood
  • vijgen
  • rozijnen
  • pruimen
  • lijnzaad- en olijfolie
  • kerrie
  • ananassap
  • (bron)water

Type A

Bloedgroep A dankt zijn herkomst aan verandering van levensstijl van de jager-verzamelaar naar meer huiselijkheid in stabiele en permanente leefgemeenschappen. Deze nieuwe situatie trad voornamelijk voor het eerst op tussen 25.000 en 15.000 v. Chr., in Azië of het Midden Oosten, en leidde tot aanpassing van de spijsverterings- en immuunsystemen van neolithische volkeren. Dat was nodig om gecultiveerde granen en andere agrarische producten te kunnen verdragen. Ook heeft bloedgroep A resistentie ontwikkeld tegen infecties, die het leven in dichtbevolkte gebieden met zich meebracht.

  • bij voorkeur vegetariër
  • gevoelige spijsvertering
  • tolerant immuunsysteem
  • heeft agrarisch dieet nodig om slank en sportief te blijven

Slechtste voedsel

  • Vlees, lever, sommige soorten vis enschaaldieren
  • zuivelproducten
  • erwten
  • rode en limabonen
  • tomaten en de meeste andere nachtschaden inclusief aardappelen (zowel wit als zoet)
  • aubergine
  • paprika en pepers
  • meeste kool
  • maïs
  • te veel tarwe
  • sesam- en saffloerolie
  • azijn
  • sommige vruchten
  • sinaasappelsap
  • alcoholhoudende dranken behalve wijn
  • thee
  • koolzuurhoudend water

Beste voedsel

  • Verschillende soorten vis en schaaldieren, m.n. slakken
  • plantaardige olie
  • soja
  • alle groenten, behalve groenten die hierboven zijn genoemd
  • knoflook en uien
  • meeste noten en peulvruchten
  • boekweit
  • volkorenbrood
  • fruit, ananas in het bijzonder
  • rode wijn
  • koffie

Type B

Bloed van type B vindt zijn oorsprong tussen 15.000 en 10.000 v. Chr. in de hooglanden van de Himalaya, en zou zijn ontstaan bij Kaukasische en Mongoolse stammen als gevolg van klimatologische veranderingen. Deze nomadische bevolking en de groepen die naar Europa, Azië en Amerika zijn geëmigreerd, verdroegen het best een gevarieerd dieet, inclusief vlees en zuivelproducten.

  • sterk immuunsysteem
  • tolerant spijsverteringssysteem
  • het meest flexibel in keuze van voedsel
  • zuiveleter

Slechtste voedsel

  • Kip, gans en varkensvlees
  • schaaldieren
  • zoete maïs
  • verschillende peulvruchten
  • sesamzaad
  • boekweit
  • tarwe, rogge, gerst en alle graanproducten
  • meeste noten, m.n. pinda’s en zaden
  • tomaten
  • granaatappelen
  • rabarber
  • dadels
  • olijven

Beste voedsel

  • Schaap, lamsvlees, konijn, wildbraad, lever, niertjes,
  • vis en zeedieren
  • eieren
  • meeste zuivelproducten
  • groene en diverse andere groenten
  • limabonen, rode en sojabonen
  • gierst
  • havermeel
  • bloem
  • rijstbrood
  • tofu
  • kerrie
  • olijfolie
  • de meeste vruchten, inclusief bananen, druiven, ananas en pruimen

Type AB

Bloedgroep AB, waartoe slechts 5% van de wereldbevolking behoort, komt voort uit de vermenging van Kaukasische stammen van het type A en Mongolen van het type B, tien tot twaalf eeuwen geleden, toen een grote migratie van oosterse bevolkingsgroepen naar het Westen plaatsvond. Dit resulteerde in een bloedgroep met meerdere facetten, en een immuunsysteem dat naar verhouding beter in staat is om specifieke antilichamen tegen microbiologische infecties aan te maken.

  • gevoelige spijsvertering
  • extreem tolerant immuunsysteem

Slechtste voedsel

  • Rood vlees, behalve lams- en schapevlees, kip
  • peulvruchten
  • rode en limabonen
  • zaden en graan
  • boekweit
  • tarwe
  • sommige vruchten

Beste voedsel

  • Zeevis en schaaldieren
  • zuivelproducten
  • tofu
  • groente in diverse variaties
  • granen, inclusief tarwe
  • fruit ddatt alkaline bevat en diverse andere vruchten, inclusief ananas
  • olijfolie
  • kruiden
  • groene thee
  • rode wijn
  • koffie (voor het maagzuur)

Antigenen en bloedgroepen

Naar de al of niet aanwezigheid van antigenen A en B op de rode bloedcellen benoemt men de bloedgroep vanhet individu met A, B, AB of O. Qua structuur zien de antigenen eruit als een bundel antennes, die vanaf het oppervlak van celen op de omgeving zijn gericht. Deze antennes bestaan uit lange ketens van een suiker daat fucose wordt genoemd. Dit suiker vormt de basis van de meest eenvoudige van de bloedgroepen, het O-antigeen van bloedgroep O. Voor de eerste ontdekkers van bloedgroepen, was de typering O een verwijzingg naar ‘nul’ of ‘geen echt antigeen’. Deze antenne doet ook dienst als basis voor de andere bloedgroepen, A, B en AB. Bloed van het type A wordt gevormd wanneer een ander suiker, genaamd N-acetylgalactosamine aan het O-antigeen – of fucose – wordt toegevoegd. N-acetylgalactosamine en fucose vormen samen het type A bloed. Bloed van type B is ook gebaseerd op het O-antigeen, maar kent een combinatie met een ander suiker, dat D-galactosamine wordt genoemd. Fucose en D-galactosamine vormen tezamen bloedgroep B. Bloed van type AB heeft fucose ook als basis, maar in dit geval zijn er twee suikers aan toegevoegd: N-acetyl-galactosmaine en D-galactosamine.

De Indican Test

Het effect van lectine op verschillende bloedgroepen is geen hypothese, maar gebaseerd op wetenschappelijk bewijs. Onder een microscoop is het verklevingsproces van lectine uit voedsel en cellen uit bloed waarmee het onverenigbaar is, duidelijk waarneembaar. De wetenschappelijke barometer die de aanwezigheid van lectine in ons systeem bepaalt, is een urinetest met de naam Indican Test, waarvoor hydrochloorzuur en ijzer worden gebruikt. Het beeld dat deze test geeft staat bekend als Indican Scale. De laatste 50 jaar is deze methode door de conventionele geneeskunde en commerciële laboratoria toegepast om rotting in de maag te meten. Dit ontstaat indien lever en de darmen niet in staat zijn proteïne optimaal te metaboliseren. Het gevolg is de vorming van giftige bijproducten. Het niveau van deze giftige stoffen wordt op de Indican Scale zichtbaar gemaakt. Wie voedsel vermijdt dat lectine bevat dat niet kan worden gemetaboliseerd, scoort laag op de Inican Scale. Eet je echter regelmatig voedsel dat veel onverteerbare lectine bevat, dan zul je hoog scoren. Dit betekent dat je veel kankerverwekkende stoffen in je lichaam hebt. 2,5 op de schaal is problematisch; 3 of hoger betekent gevaar.

Peter D Adamo

Vlees noch vis

Is vegetarisme goed voor iedereen?

Afgezien van het feit dat de kwaliteit van vlees steeds meer te wensen overlaat, valt er veel te zeggen voor een vegetarisch dieet. De gedachte dat dierlijke producten ongezond zijn, krijgt steeds meer bijval uit medische kringen. Met name mensen met een hoog risico op hart- en vaatziekten en kanker zouden baat hebben bij gezonde voeding zonder vlees en dierlijke vetten. Maar de vraag is: kan vegetarisme als optimale levensstijl voor iedereen wetenschappelijk worden bewezen?

Evenals velen van onze lezers, onderschrijven wij de positieve kanten van een vegetarische levensstijl. Afgezien van de morele argumenten om geen dierlijke producten te gebruiken, getuigt een toenemend aantal studies van de buitengewone gezondheidsversterkende kracht van plantaardige voedingsproducten. Maar, zo vragen wij ons af, zijn er bewijzen dat vegetarisch voedsel voor iedereen het optimale dieet vormt? MD wat artsen je niet vertellen heeft deze vraag voorgelegd aan redacteur Pat Thomas, met de opdracht wetenschappelijke literatuur over dit onderwerp na te pluizen voor het antwoord – oftewel, het vegetarisme net zo nauwkeurig onder de loep te nemen als Medisch Dossier de moderne en alternatieve geneeskunde tegen het licht houdt.

Op deze en volgende pagina’s vind je de resultaten van die speurtocht. Met dien verstande, dat we ons hebben beperkt tot de vraag welke invloed vegetarische voeding op de gezondheid heeft. De belangrijke kwestie van de afnemende kwaliteit en toenemende vervuiling van ons voedsel door het gebruik van hormonen en chemicaliën hebben we buiten beschouwing gelaten. Evenmin gaan we in op de morele aspecten van het eten van Vlees. – Lynne McTaggert

Een bewuste en gezonde levensstijl maakt het lichaam sterker en minder vatbaar voor ziekten, zo toont uitgebreid wetenschappelijk onderzoek aan. Vaststaat dat gevarieerde voeding, rijk aan felgekleurde vruchten en groenten, evenals onverzadigde vetzuren, het risico van een hersenbloeding en hartkwalen aanzienlijk vermindert. Dat geldt ook voor de kans op bepaalde soorten kanker. Het is echter de vraag, of deze onderzoeksgegevens de veronderstelling staven dat een volledig vegetarisch dieet voor iedereen het beste is.

Onderzoek naar vegetarisme is over het algemeen beperkt van opzet en niet objectief. In veel gevallen hebben de deelnemers zichzelf aangemeld. Het is dan ook geen verrassing dat studies waaruit vegetarische diëten als beste naar voren komen, een beeld geven van een gezonde groep mensen; vegetariërs gaan over het algemeen niet alleen bewust met hun voeding om, maar zorgen er ook voor dat hun algehele conditie op peil blijft. De positieve invloed van een gezonde levensstijl – waarbij tabak en alcohol worden vermeden, maar wel regelmatig wordt gesport – mag niet worden onderschatt en is derhalve een bepalende factor bij het onderzoek naar de gezondheid van mensen die wel en van mensen die geen vlees eten.

Hoge bloeddruk

Als je hartpatiënt bent, of een verhoogd risico op hart- en vaatziekten hebt, dan zal een arts je in veel gevallen aanraden om weinig of geen vlees en dierlijke vetten te gebruiken. Hoewel het geen kwaad kan om dit advies op te volgen, is het niet wetenschappelijk bewezen dat de levensverwachting hierdoor aanmerkelijk groter wordt. Voor een goede conditie van het hart is het eten van veel verse groente en fruit die anti-oxydanten bevatten – zoals vitamine A,C en E – belangrijker dan het weglaten van vlees, zo blijkt uit vergelijkende studies naar de hartconditie van vegetariërs en die van niet-vegetariërs.

In een veelvuldig geciteerde sttudie van arts en wetenschapper Thorogood werden 6115 vegetariërs – die zichzelf als deelnemer hadden aangemeld – vergeleken met 6015 mensen die vlees aten. Aan het eind van de 12 jaar durende studieperiode bleek, dat de kans op een fatale hartkwaal en bepaalde vormen van kanker twee keer groter was voor de mensen die vlees aten dan voor de mensen die zich ervan onthielden.

Niet onbelangrijk is echter, dat Thorogood een uiterst rekbare definitie van het begrip vegetarisme gebruikte. Van de 6115 vegetariërs, die werden omschreven als mensen die geen vlees eten, werden er 5728 gedefinieerd als mensen die ‘geen – of hooguit 1x per week – vlees of vis eten, maar wel eieren en zuivelproducten off beide, of uitsluitend groente gebruikten.’ De overige 387 deelnemers aten minstens 1x per week vis, meer dan 1x per week vlees of onthielden zich hier geheel van, en gebruikten wel of geen zuivelproducten. Volgens de definitie van de studie is iemand die 1x per 2 weken of 1x per maand vlees eet een vegetariër. Zo ook iemand die in plaaats van vlees even matig vis eet.

In dit bekritiseerde onderzoek speelden ook andere factoren een discutabele rol, zoals de invloed van vrijwilligers met een meer dan gemiddelde gezondheid. De werving van deelnemers verliep via natuurvoedingswinkels, de Vegetarian Society en via de media. De vegetariërs werd vervolgens gevraagd om een familielid of kennis aan te melden die wel vlees at, om zichzelf mee te vergelijken.

Iemand merkte terechtt op, dat mensen die enthousiast zijn over hun vegetarische en gezonde levensstijl zich aangemeld kunnen hebben om hun omgeving vanhun gelijk te overtuigen. En dat degene die zij hadden aangemeld, niet alleen op het gebied van voeding, maar ook in andere opzichten een heel andere levensstijl zou kunnen hebben. Volgens de onderzoekers is geprobeerd om de problematische aspecten van zelfselectie zoveelmogelijk te compenseren.

Niet objectief

Een directe vergelijking tussen vegetariërs en mensen die vlees eten, is evenwel niet mogelijk, zo hebben Thorogood en zijn medewerkers toegegeven. Tevens zijn zij tot de slotsom gekomen, dat er geen wetenschappelijke gronden zijn die het advies rechtvaardigen om ‘vlees uit voeding te elmineren, aangezien plantaardige voeding tal van aspecten kent die – ook in combinatie met vlees – het risico van hartkwalen en kanker verlagen.’

Sommige critici zijn van mening, dat het onderzoek niet lang genoeg heeft geduurd om te kunnen concluderen dat er een beduidend verschil bestaat tussen de sterftecijfers van elk van beide groepen. Was de studie nog vijf jaar voortgezet, dan zou het ‘gezonde-vrijwilligereffect’ geen rol meer hebben gespeeld en zouden de uitkomsten aan betroubaarheid hebben gewonnen, zo betogen zij. Een andere vergelijkende studie naar sterfte als gevolg van alle mogelijke oorzaken bij vegetariërs en niet-vegetariërs, waaruit is gebleken dat de mortaliteit na het uitsluiten van vroege sterfte – gedurende de eerste jaren van observatie – niet veel verschilde, heeft dit vermoeden bevestigd.

Wellicht als antwoord op de kritiek hebben Thorogood en consorten gedurende drie jaar een vervolgsttudie van de gezondheidsstatus van dezelfde groep proefpersonen uitgevoerd, hetgeen een nieuwe analyse opleverde. Hieruit valt af te leiden, dat het verschil in sterfte als gevolg van kanker tussen vegetariërs en vleesetters na slechts twee jaar was gehalveerd – van 30% naar 15%.

Globaal gezien, was een dagelijkse consumptie van fruit de enige factor die bepalend was voor de daling van het sterftecijfer. Gezonde voeding en een bewuste levensstijl, en niet vegetarisme, bleken het allerbelangrijkst.

De belangrijke bevindingen van Thorogood komen overeen met conclusies van andere studies, waarvan er vele laten zien, dat een verhoogde consumptie van voedingsproducten die veel vitamine C en bètacaroteen bevatten, bepalend is voor de preventie van sterfte als gevolg van hartkwalen en hersenbloeding.

Vlees of vis

Voor het verlagen van het cholesterolgehalte is het goed om regelmatig vis te eten, zo is wetenschappelijk aangetoond. In 1960 werden voor een onderzoek 852 gezonde mannen van middelbare leeftijd geselecteerd; bij elk van hen werd bij de voedingsgeschiedenis in de eerste plaats naar de consumptie van vis gekeken. Ongeveer 20% van hen at geen vis, terwijl de rest gemiddeld 85 gram per dag nuttigde. Van alle 852 mannen, die gedurende 20 jaar werden gevolgd, stierven er in deze periode 78 aan een hartkwaal.

De eindconclusie van het onderzoek, datt het risico van hart- en vaatziekten lager is naarmate je meer vis eet. Slechts een kleine 30 gram vis per dag zorgt er al voor, dat je 50% minder risico van hartkwalen loopt, zo blijkt uit het onderzoek. Dit zou vooral te danken zijn aan de beschermende invloed van het lange-keten-vetzuur EPA, dat klontering van het bloed tegengaat.

Voor een kleinere Nederlandse studie naar visconsumptie werden 20 patiënten achtereenvolgens op drie diëtten gezet, waarbij uitsluitend het soort vet in de voeding verschilde. Zo bevatte het eerste dieet nauwelijks vet en cholesterol en geen visolie, terwijl het tweede tot ongeveer 20 à 30% van de dagelijkse calorieën uit visolie – als bestanddeel van vis en als voedingssupplement – bestond. Het derde dieet, ten slotte, was gelijk aan het tweede, met dit verschil dat het percentage visolie door een gelijke hoeveelheid meervoudig onverzadigde vetzuren was vervangen.

Bij elke patiënt leidde het dieet met visolie tot een daling van het vetgehalte in het bloed, evenals het cholesterolniveau. Opmerkelijk is echter, dat kort nadat zij aan het derde dieet met meervoudig onverzadigde vetzuren waren begonnen, eveneens bij alle patiënten de niveaus van zowel triglyceriden als cholesterol aanzienlijk sttegen. Hoewel van plantaardige oliën bekend is dat ze voor een verlaging van het vetgehalte in het bloed zorgen, hebben deze vetzuren zich in vergelijking tot visolie als beduidend minder effectief bewezen.

Overdaad schaadt

Sinds uit eerdere studies was gebleken, dat het goed was gebleken, dat het goed is om voedsel te bereiden met een scheutje meervoudig onverzadigde olie, heeft bij velen van ons het idee postgevat dat hoe meer plantaardige olie we gebruiken, des te beter dit is voor de gezondheid. Recent onderzoek heeft echter tot de conclusie geleid, dat plantaardige olie weliswaar voor een gemiddelde verlaging van het cholesterolgehalte in het bloed zorgt, maar dat het geen invloed heeft op het niveau van het als meer schadelijk opgevatte LDL-cholesterol. (Zonder LDL-cholesterol kan je ook niet! – Tjarko) Wanneer we over goede diëten praten, vergeten we vaakdat het vet van vlees, zoals dat in de winkel wordt gekocht, niet noodzakelijk op het bord of in de mond terechtkomt. Uit studierapporten valt op te maken, dat niet het vlees verantwoordelijk is voor verhoging van het cholesterolniveau en een groter risico op hart- en vaatziekten, maar het vet, en dan met name de vetranden aan het vlees.

In het zogeheten Mediterrane dieet wordt vlees als een smaakmaker gebruikt. Zo komt vlees het beste tot z’n recht, zo wordt door onderzoek bevestigd, want qua voeding heb je aan al kleine hoeveelheden vlees geneog om bepaalde voedingsstoffen binnen te krijgen. Uit een studie naar de spijsvertering van 504 jonge volwassen vleeseters blijkt, dat degenen die weinig tot matig vlees atten het dichtst in de buurt kwamen van algemene voedingsadviezen; zij haalden 11% van hun lichaamsenergie uit proteïne, 55% uit koolhydraten, 32% uit vet, 11% uit verzadigde vetzuren en onttrokken 264 milligram cholesterol aan de voeding. (Vergeet niet dat onze eigen lever de grootste producent is van cholesterol! – Tjarko)

Kankerpreventie

Algemeen wordt aangenomen, dat 30 tot 40% van alle gevallen van kanker te wijten is aan voedingsfactoren. Hierbij gaat het niet altijd om overmatig eten. Terwijl kanker van de darm, endeldarm, borst en prostaat in verband wordt gebracht met te veel eten en een overmaat aan bepaalde voedingsstoffen, heeft kanker van het maagdarmkanaal en de slokdarm, keel en lever vermoedelijk te maken met een tekort aan specifieke voedingsstoffen.

Food, Nutrution and the Prevention of Cancer: A Global Report – een publicatie van het World Cancer Research Fund (WCRF) – bevat het advies om dagelijks niet meer dan 80 gram rood vlees te eten, of drie keer per week 150 gram. Als je deze regel naleeft, zul je aanzienlijk minder risico van endeldarmkanker lopen, zo staat in het rapport. De genoemde hoeveelheden vlees zijn algemeen geaccepteerd als richtlijn voor een gezond voedingspatroon, maar of zij daadwerkelijk voor een verlaging van het risico van endeldarmkanker zorgen, dient nog wetenschappelijk te worden bewezen.

Als we groepringen die op religieuze gronden wel of geen vlees eten met elkaar vergelijken, blijkt dat endeldarmkanker minder vaak voorkomt bij niet-vegetarische mormonen dan bij vegetarische zevendedagsadventistten. Dat is opmerkelijk, omdat het hoge vezelgehalte van het vegetarisch dieet als een beschermende factor wordt beschouwd. Uit een analyse van 13 gecontroleerde studies naar het verband tussen voedingsvezels en endeldarmkanker blijkt echter, dat vezels geen beslissende rol spelen bij de ontwikkeling van de ziekte.

Hoewel in wetenschappelijke verslagen uit de V.S. en Australië staat, dat de kans op endeldarmkanker toeneemt naarmate je meer vlees eet, heeft Europees bevolkingsonderzoek niet tot deze conclusie geleid. Een dergelijk verband is evenmin aangetoond door een recente epidemiologische studie naar de relatie tussen vlees en darmkanker. In dit kader heeft een onderzoeksteam de verzamelde gegevens van vijf studies naar sterfte als gevolg van alle mogelijke oorzaken geanalyseerd. Van de 76.000 mannen en vrouwen die gedurende elf jaar werden gevolgd, waren er 28.000 vegetariër. Aan het eind van de studieperiode waren 8.330 mensen door uiteenlopende oorzaken overleden.

Wie ten minste vijf jaar geen dierlijke producten had gegeten, bleek 35% minder risico te lopen om aan darmkanker te stterven, maar niet om de ziekte te krijgen. Met andere woorden, darmkanker kwam bijna evenveel voor bij mensen die geen als bij mensen die wel vlees aten, maar deze laatste groep was er het slechtste aan toe. Uit dit onderzoek is ook gebleken, dat een vegetariër ongeveer evenveel kans heeft om kanker van de longen of prostaat te krijgen als iemand die vlees eet. De eindconclusie luidt, dat een dieet op plantaardige basis ervoor kan zorgen dat je je beter kuntt verweren als je ziek bent, maar dat het vermijden van vlees niet kan voorkomen dat je ziek wordt.

Van alle landen in de EU heeft Engeland de laagste consumptie van rood vlees, maar ook de grootste sterfte aan endeldarmkanker. Daarentegen wordt in de vier landen met de minste slachtoffers van deze vorm van kanker – Griekenland, Italië, Spanje en Portugal – per hoofd van de bevolking veel meer rood vlees gegeten. Tegelijkertijd worden in deze landen veel meer groenten, vruchten en granen gegeten dan in Engeland. Hieruit kunnen we afleiden, dat we onze gezondheid beter beschermen door een variatie aan gezonde producten te gebruiken, dan door een bepaald product, zoals rood vlees, te elimineren.

Een lang leven

Van de langstlevende mensen ter wereld is de meerderheid geen vegetariër. Een onderzoek naar de levensstijl van 1200 mensen die tussen 1932 en 1952 de leeftijd van honderd jaar bereikten, heeft uitgewezen , dat slechts vier van deze mensen zich van vlees onthielden. Uit ander onderzoek blijkt, dat de gemiddelde levensverwachting van mormonen, die vlees eten, even groot is als die van vegetarische zevendedagsadventisten. Voor beide groepen geldt, dat de levensverwachting twee tot vijf jaar langer is dan voor de doorsnee westerling. Dit heeft vermoedelijk te maken met andere aspecten van hun levensstijl, zoals geloofsovertuiging, spiritualiteit en emotionele stabiliteit.

In zijn boek Native Nutrition geeft Ronald F. Schmid een gedetailleerde beschrijving van de levensstijlen van drie langlevende bevolkingsgroepen: de Vilacamba, bewoners van het Andesgebergte in het zuiden van Ecuador; de Hunza, een bevolkingsgroep uit het grensgebied tussen China en Afganistan; en de inwoners van Georgië. Elk van deze etnische groepen leidt een actief bestaan, waarin het gevoelsleven een belangrijke plaats inneemt. Hun voeding is dat van de jager-verzamelaar en bestaat uit seizoensgebonden natuurproducten, vis en vlees van dieren die in hun omgeving voorkomen. Opvallend is, dat de chronische ziekten die wij in onze westerse maatschappij kennen, in deze culturen niet voorkomen.

Voor een lang en gezond leven blijkt regelmatige lichaamsbeweging minstens even belangrijk als uitgbalanceerde voeding. Onderzoek naar de gezondheidsstattus van oud-studenten van Harvard University gedurende een periode van 30 jaar heeft uitgewezen, dat het risico van een fatale hartaandoening, bepaalde vormen van kanker en andere doodsoorzaken op relatief jonge leeftijd kleiner is naarmate iemand een fysiek actiever leven leidt.

Voeding is absoluut belangrijk voor onze gezondheid. Veel mensen hebben baat bij vegetarische voeding en schrijven hun gezondheid aan dit regime toe. Uit het wetenschappelijk onderzoek dat tot nu toe is gepubliceerd, kunnen we echter niet afleiden dat vegetarische voeding voor iedereen het beste is. Bovendien kunnen mensen die geen vlees eten, wat de samenstelling van hun voeding betreft, even slechte keuzes maken als mensen die wel vlees eten. Wat we op grond van de bestudeerde gegevens wel met zekerheid kunnen zeggen, is datt er vele wegen zijn naar een goede gezondheid. En omdat iedereen verschillend is, bestaat er waarschijnlijk niet een dieet dat voor ieder van ons het beste is…

Borstkanker: Is een vegetarisch dieet het antwoord?

De dood van Linda McCartney – de vrouw van ex-Beatle zanger Paul McCartney – die ondanks haar gezonde en uitgesproken vegetarische levensstijl de strijd tegen borstkanker verloor, heeft veel vragen opgeroepen. Talloze studies hebben immers uitgewezen, dat een vegetarische voeding bescherming biedt tegen borstkanker; de conclusie van een van deze studies luidde zelfs, dat het aantal gevallen van borstkanker onder vegetariërs 30% lager was.

<<Moet nog verder – indien u dat wenst, laat het weten, dan zal ik het verder inbrengen, dit artikel >>

Pat Thomas


Reactie van Jacques van Dam:

U gaat als het ware de wereld af op zoek naar bewijzen die er zouden kunnen op wijzen dat het benutten van vlees een negatieve invloed zou kunnen hebben op de levensverwachtingen  … en U slaagt er niet in !
Ikzelf ben geen arts of “diploma-houder” op gebied van gezondheid doch heb een jarenlange ervaring op gebied van Yin-Yang in de voeding.
Zoals U weelicht weet moeten Yin en Yang in balans gehouden worden om gezondheid te verzekeren (taoisme). Men leest ook dat om die balans te bereiken 6 à 7 maal meer Yin nodig is dan Yang. In grote lijnen kan men vlees en vis (eigenlijk al wat dierlijk is) bij Yang rekenen, wat er dan op neerkomt dat men slechts eenmaal per week dierlijk voedsel kan benutten … of dagelijks een heel kleine portie.
Indien men die maten grof gaat overschreiden en men heel veel dierlijk voedsel benut krijgt men een heel Yang persoon (die zijn kansen op ziekten zoals hartinfarct of kanker sterk ziet stijgen). Houdt die persoon dit regime gedurende vele jaren aan, dan wordt zijn leven als het ware tekort om zijn onevenwicht (6 x Yin voor 1 x Yang) nog te kunnen “compenseren”. Maar laat ons ervan uitgaan dat dit zijn verantwoordelijk is … hij speelt tenslotte slechts met zijn eigen leven (dit is niet echt waar, want betere informatie had hem tot andere inzichten kunnen brengen!).
Het probleem wordt pas groter als deze Yange persoon (stel een jonge man) een levensgezellin ontmoet met dezelfde eetgewoonten. Beide hebben dan een “zware” Yange bagage en krijgen een kindje … Dit kind is haast gedoemd om vermelde klachten te krijgen en daar zijn erfenis aan Yang zo groot is maakt hij bijna geen kans meer om het tijdens zijn leven te kunnen compenseren. Want compenseren … daar draait het allemaal om : men eet eens aan de éne kant van het evenwicht, en automatisch verlangt het lichaam naar iets van de andere kant.
Waarom werd kanker de laatste twintig – dertig jaar een steeds groeiend probleem ?
De toenemende welvaart van het Westen bracht met zich een toenemende consumptie van vlees teweeg. Aan de kinderen (die later de volwassenen werden) werd ingepompt dat je van vlees sterk werd. Stilaan (maar dit is toch een vrij snel proces) werd men Yanger en ging men aan het nageslacht meer en meer een fatale Yange bagage meegeven.
Trek maar even na : zijn er Europese landen die minder last hebben van hart/kankerklachten ? Wel dan is de welvaart daar kleiner … of heeft er later zijn intrede gemaakt ! Wacht nog maar even langer en laat de welvaart en de vleesconsumptie stijgen en je krijgt er net hetzelfde beeld dan hier nu.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s