(MedischDossier nr. 8 – 2001)

“Vrijheid” van meningsuiting in de gezondheidszorg

Als consument wil je uiteraard elk alternatief gezondheidsproduct van jouw keuze kunnen kopen. Ten aanzien van vitaminesupplementen en kruidenremedies worden er in Europa echter verschillende pogingen ondernomen om de keuzevrijheid in te dammen. Achter gesloten deuren wordt door ongekozen Europese functionarissen beraadslaagd over maatregelen ten aanzien van standaardisering van de vitaminemarkt. Dit nieuwe beleid zal waarschijnlijk meer effect hebben op de gezondheid van de bevolking van Europa dan enige andere wet in de recente geschiedenis.

De afgelopen dertien jaar heeft Europa geworsteld met een universele veiligheidsstandaard voor supplementen van vitaminen en mineralen. Omdat de lidstaten van de Europese Unie elkaar onderling in de weg zaten, heeft men geen overeenstemming kunnen bereiken. In 1992 heeft Brussel een poging ondernomen tot het vaststellen van een richtlijn waarbij maximaal drie keer de Aanbevolen Dagelijkse Hoeveelheid (ADH) van een supplement mag worden gebruikt. Ook dit voorstel werd niet door alle lidstaten geaccepteerd.

Even leek het erop, dat Brussel zich terugtrok. Onder druk van Europese vitaminefabrikanten werd de discussie echter achter de schermen voortgezet. Het nieuwe millennium was nauwelijks een feit of de Europese Commissie stelde een drastische beleidswijziging in het verooruitzicht. In een regeringsrapport over voedselveiligheid, aangenomen op 14 januari 2000, kondigde de Brusselse commissie aan dat binnen twee maanden een nieuw voorstel openbaar zou worden gemaakt.

In hun in document 500PCO222 – feitelijk een voorstel ten aanzien van voedingssupplementen – verklaren de ministers van de Europese Unie dat er grote verschillen bestaan tussen de staatswetten van de individuele EU-leden inzake toegestane doses van vitaminen. Terwijl Nederland en Engeland de meest liberale vitaminemarkten van Europa hebben, mogen in Frankrijk en Duitsland, bijvoorbeeld, zonder farmaceutische vergunning geen producten worden verkocht die één tot drie keer de Aanbevolen Dagelijkse Hoeveelheid (ADH) vitaminen bevatten.

Behalve een liberaal beleid voor de consumentenmarkt, kennen Nederland en Engeland eveneens weinig handelsbeperkingen op het gebied van de export naar andere Europese landen. Dit leidt ertoe, dat in bepaalde Europese landen de plaatselijke leveranciers, gebonden aan hun eigen strenge wetten, hulpeloos moeten toezien hoe Nederlandse en Britse exporteurs het seizoen openen voor hun lokale vitaminemarkt.

Uniforme wetten

In een dergelijk klimaat van voor de hand liggende handelsverschillen heeft de Europese Unie voorstellen gedaan voor het uniformeren van vitaminewetten in heel Europa. De handelsvoordelen van een dergelijke maatregel zijn overduidelijk: grote vitamineproducenten zouden hun producten overal in Europa kunnen verkopen, zonder te hoeven voldoen aan nationale kwaliteitseisen. Dit houdt in, dat er grotere hoeveelheden producten tegen een lagere prijs en met meer winst kunnen worden verkocht.

Hoewel de richtlijn oorspronkelijk bedoeld was voor de consument – sommige artikelen van de richtlijn vragen om meer gedetailleerde etikettering en specificaties; welke stoffen geschikt zijn voor kinderen, bijvoorbeeld – lijkt hij eerder een vrijbrief voor de creatie van een commercieel speelveld. Voordat de richtlijn deel uitmaakt van de Europese wetgeving, dient deze door alle lidstaten te zijn aangenomen. In tegenstelling tot bijvoorbeeld belastingvoorschriften kan deze regel als handelsrichtlijn evenwel niet meer worden genegeerd.

Met het vaststellen van maximum toegestane hoeveelheden van uiteenlopende voedingssupplementen wordt de creatie van een specifieke markt voor voedingsupplementen beoogd. Dit houdt in, dat niet alle wereldwijd beschikbare voedingsstoffen op deze markt verkrijgbaar zullen zijn, terwijl er niet alleen nieuwe eisen zullen worden gesteld aan de zuiverheid van de presparaten, maar bijvoorbeeld ook aan de etikettering van de producten. Alle lidstaten is het verboden om te handelen in producten die niet aan de richtlijn voldoen.

Voor landen als Duitsland en Frankrijk betekent dit een forse liberalisering van hun algemeen bindende wetgeving. Zij worden in de gelegenheid gesteld om het voedselniveau te verhogen door een groter aanbod van populaire producten in de winkels. Daarentegen houdt de richtlijn voor Nederland en Engeland beperking van de keuzevrijheid van consumenten in.

Zwarte lijst

Eén van de belangrijkste problemen vormt de lijst van toegestane ingrediënten. Deze lijst is bijzonder conservatief; er staan uitsluitend vitaminen en minderalen op die zijn afgestemd op de Aanbevolen Dagelijkse Hoeveelheid. Een aantal belangrijke voedingsstoffen, zoals inositol en choline – die onontbeerlijk zijn voor de menselijke gezondheid, staat momenteel niet op de lijst, simpelweg omdat de ADH niet is vastgesteld. Ook nieuwe supplementen zoals MSM en glucosamine staan niet op de lijst. Vitaminen en mineralen die niet op de lijst voorkomen, mogen nergens in Europa worden verkocht.

Het meest zorgwekkend zijn de criteria voor het vaststellen van de toegestane gehaltes van voedingsstoffen. Volgens artikel 5 van de richtlijn moet er bij het vaststellen van deze gehaltes rekening worden gehouden met verschillende factoren, zoals de bovengrens van concentraties van voedingsstoffen. Dit is de maximale hoeveelheid die kan worden ingenomen voordat er nadelige effecten optreden.

Om een idee te geven van de soorten niveaus; in de V.S. heeft de National Academy of Sciences de bovengrens van vitamine B6 op 100-200 mg vastgesteld en die van vitamine A op 10.000 IU Deze doses worden dagelijks door vele duizenden, zo niet miljoenen mensen ingenomen. In een aantal landen staat deze bovengrens namelijk gelijk aan de ADH.

Beoogd wordt om tevens rekening te houden met de Population Reference Intakes (PRI) van voedingsstoffen – een nieuwerwetse versie van ADH – met name als deze in de buurt komt van de bovengrens. Voor het vaststellen van de PRI wordt ook gekeken naar de opname van voedingsstoffen van andere voedselbronnen, zoals verrijkt voedsel.

De maximale toegestane hoeveelheid van elke voedingsstof dient te worden vastgesteld door de Scientific Committee for Food (SCF), die verantwoording aflegt tegenover  de Europese Commissie (EC). Vervolgens zal de EC bepaalde niveaus van voedingsstoffen aanbevelen bij de Standing Committee for Foodstuffs. Hierbij zal, zo laat een woordvoerder weten, rekening worden gehouden met de opname van voedingsstoffen uit zowel ‘normale’ als ‘verrijkte’ voeding. In de praktijk betekent dit een reductie van de Aanbevolen Dagelijkse Hoeveelheid, resulteerend in een buitengewoon laag niveau.

Extreem lage doses

De Scientific Committee for Food (SCF), samengesteld uit voedingsdeskundigen, heeft haar zorg over limitering van het gebruik van bepaalde voedingsstoffen uitgesproken. Zo behoort de bovengrens van vitamine B6 volgens de SCF 25 mg te zijn, beduidend lager dan het niveau dat in de V.S. is toegestaan. De SCF baseert zich op de Dalton studie, een onderzoek dat flink werd bekritiseerd toen de Britse overheid beperking van de verkoop van vitamine B6 overwoog.

De limiet van 25 mg betreft het gebruik van supplementen: de hoeveelheid die uit dagelijkse voeding wordt opgenomen is aanzienlijk kleiner. Dit geldt ook voor concentraties uit verrijkte voeding. Ten slotte is de maximaal toegestane hoeveelheid ten behoeve van een veiligheidsmarge aan de lage kant. De SCF wil hiermee laten zien hoe voorzichtig de organisatie is wat betreft risicovol management. Uiteindelijk zal de ADH voor vitamine B6 niet meer dan 5 mg bedragen. Dit betekent dat Nederlandse vrouwen die dagelijks vijftig milligram vitamine B6 innemen tegen PMS wel tien vitaminepillen per dag zouden moeten slikken om het gebruikelijke niveau te halen.

De nieuwe richtlijnen weerspiegelen de visies van de meerderheid van de lidstaten. Terwijl Nederland, Engeland en Zweden waarschijnlijk stemmen voor liberalisering van de vitaminemarkt, waren elf Europese regeringen in 1992 voorstanders van strenge limitering van het gebruik van voedingssupplementen. In sommige gevallen was de voorgestelde limiet voor vitaminen B1, B3 of B6 twee tot drie milligram. Dit is slechts 1/25ste van de hoeveelheid die meestal door voedingsartsen wordt voorgeschreven.

Het probleem met deze criteria is, dat ze de eetgewoontes en het voedselklimaat van elke individuele Europese staat resumeren tot algemene wetgeving. Landen met een hoge consumptie van verrijkt voedsel komen daardoor in hetzelfde schuitje te zitten als landen waar voornamelijk vers voedsel wordt gebruikt. Een land als Engeland, waar het gebruik van voedingssupplementen algemeen geaccepteerd is en door velen als noodzakelijk wordt beschouwd, valt in dezelfde categorie als een Mediterraan land waar de mensen voer het algemeen een gezonder voedingspatroon hebben. Onder invloed van maatregelen zal bijvoorbeeld ook het gebruik van vitamine D in koude Noordelijke landen, zoals Engeland, Nederland en Scandinavië groter worden en op hetzelfde niveau komen als in een zonrijk land als Spanje of Italië.

Elk vitaminepreparaat dat bestanddelen bevat die op de ‘zwarte lijst’ voorkomen, of dat niet volgens de juiste dosering is samengesteld, zal uit de schappen van de winkels worden verwijderd. Bedrijven kunnen dit slechts voorkomen door een farmaceutische vergunning aan te vragen. Zo’n vergunning is echter zo ongelooflijk duur dat alleen de allergrootste vitaminefabrikanten deze kunnen betalen.

Uitbreiding maatregelen gevreesd

In feite draait alles om de criteria die de Europese Commissie zal gebruiken om de bovengrens vast te stellen. De meeste ministers, zo niet allemaal zullen echter niet bekend zijn met het baanbrekende werk dat de laatste jaren in de voedingsgeneeskunde is verzet. Middels tal van studies is aangetoond, dat uiteenlopende ziekten met behulp van hoge doses vitaminen en met plantenmedicijnen kunnen worden voorkomen of behandeld. Het is zeer waarschijnlijk dat de Europese Commissie zal vasthouden aan een standaard dosis of aan de ADH.

Bovendien is een aantal lidstaten voorstander van nog strengere regels. Oostenrijk en Griekenland, bijvoorbeeld, zijn hard bezig om de bovengrens te vervangen door de PRL, waardoor het vitamineniveau veel lager zal zijn dan de ADH. Frankrijk, Duitsland, Italië en Spanje zijn eveneens hard op weg om de PRL te gaan handhaven. Daarentegen willen Nederland, Engeland, Ierland, Zweden en Finland de richtlijn, zoals deze er nu uitziet, inclusief alle nadelen, accepteren op voorwaarde dat deze van kracht wordt alvorens het tegendeel bewezen is, en van kracht blijft om te voorkomen dat de nieuwe voorstellen helemaal verwateren.

Zelfs als de richtlijn gehanteerd wordt, zullen de schappen in Nederlandse, Engelse en Ierse winkels echter geschoond worden van supplementen die dicht in de buurt van de bovengrens komen. Bij directies van natuurvoedingswinkels bestaat de vrees, dat de Europese Commissie de definitie van voedingssupplement wil verbreden, in de zin dat niet alleen geconcentreeerde voedingsstoffen, maar ook andere ingrediënten op de zwarte lijst komen te staan. Dit zou kunnen betekenen, dat een stof als pycnogenol, bijvoorbeeld, niet langer verkocht mag worden. (pycnogenol is een extract uit pijnboompitten die bekend staat als een zeer sterk anti-oxidant; Tho)

Kruidenbesluit

Op 31 januari van dit jaar is in Nederland richting bepaald met de publicatie van het Warenwetbesluit Kruidenpreparaten in het staatsblad. Dit besluit is niet gericht op individuele producten, maar behelst maatregelen waarmee bepaalde plantensoorten, evenals van deze planten afgeleide producten, volledig van de markt worden geweerd. Opmerkelijk is, dat planten in hun geheel worden aangemerkt, terwijl de werkzaamheid en schadelijkheid van een medicinale plant meestal op grond van plantendelen wordt beoordeeld, waarbij bijvoorbeeld onderscheid wordt gemaakt tussen de wortels en de bladeren van een plant. Ook wordt voorbijgegaan aan het feit, dat werkzame bestanddelen van planten via bewerking van plantenmateriaal kunnen worden geëxtraheerd en gezuiverd van schadelijke stoffen.

Het feit, dat de werkzaamheid, kwaliteit en schadelijkheid van plantaardige remedies niet alleen speciegebonden is, maar ook wordt bepaald door de teeltmethode, oogstwijze en controle op verontreiniging van producten, krijgt geen aandacht in het besluit. Bovendien wordt slechts uitgegaan van negatieve effecten op de gezondheid, terwijl de balans tussen positieve en negatieve effecten de doorslag zou moeten geven.

Evenmin wordt er rekening gehouden met de tot nu toe vage grenzen tussen voedingsgeneeskunde, homeopathie en fytotherapie. Ongeregistreerde homeopatica worden, in afwachting van registratie tot nu toe gedoogd, maar het is de vraag hoe de overheid zal omgaan met oertincturen van bestanddelen van planten die in de bijlage van het besluit zijn vermeld. Deze zwarte lijst van plantensoorten is limitatief, maar uit de Toelichting blijkt dat het niet is uitgesloten, dat andere plantensoorten aan de lijst zullen worden toegevoegd. Gestandaardiseerde en genormeerde, veilige fytotherapeutica van hoge kwaliteit en met bewezen werking zouden wel eens het slachtoffer kunnen worden. Deze hoogwaarde fytotherapeutica worden veelal uit landen als Duitsland geïmporteerd. In dat land hebben deze middelen de status van geneesmiddel en zijn uitsluitend via de apotheek verkrijgbaar. De Nederlandse wetgever is kennelijk niet in staat om een soortgelijk sluitend systeem in het leven te roepen, met het gevolg dat waardevolle kruidenpreparaten wellicht verboden worden.

Eén van de plantensoorten op de zwarte lijst is Magnolia officinalis. In dit specifieke geval lijkt het erop, dat een paniekverbod in België is gevolgd, hoewel wetenschappelijk is aangetoond, dat Magnolia niet giftig is. Inmiddels is dit kruid in België van de lijst gehaald. Voor het verboden kruid Ricinis communis geldt, dat de zaden weliswaar schadelijke eigenschappen hebben, maar dat de vette olie van de plant, mits koudgeperst, veilig is. In het besluit staat ook, dat een kruidenpreparaat geen bestanddelen van Juglans regia (walnotenboom) mag bevatten, terwijl walnotenblad wel in bepaalde soorten thee is verwerkt. Dit zijn enkele voorbeelden van consequenties van uniforme regelgeving en categorale uitsluiting van bepaalde plantensoorten. Hoewel het Besluit over het algemeen duidelijk is, wordt de rol van kruidenpreparaten en supplementen van vitaminen en mineralen als alternatief voor reguliere geneesmiddelen, of als aanvulling op deze medicatie, niet erkend.

Andere maatregelen

De richtlijnen van de Europese Unie en de Codex-voorstellen (zie kader 3) dragen in grote mate bij tot schending van de mensenrechten. Wordt het Brussel en de farmaceutische industrie toegestaan om vitamineniveaus voor de consument voor te schrijven en te bepalen welke kruidenpreparaten wel en welke niet door de Europese consument mogen worden gebruik, dan zullen alle producten die buiten de richtlijn vallen vanaf 1 juni 2004 van de Europese markt moeten zijn verdwenen. Indien de voorstellen worden geaccepteerd, zal het naar verwachting niet lang meer duren voordat andere praktijken, zoals vaccinatie, eveneens aan Europese regelgeving worden onderworpen.

De traditionele richtlijnen voor medicijnen

Vitaminen zijn niet de enige producten die in Europa onderwerp van discussie zijn. Op dit moment worden er, op initiatief van de Britse Medicines Control Angency (MCA), richtlijnen voor een wereldwijd reglement voor traditionele geneesmiddelen geformuleerd. Deze richtlijnen hebben nog geen formele status, maar deze zullen waarschijnlijk binnen een paar maanden van kracht zijn.

Elke lidstaat van de Europese Unie hanteert momenteel andere voorschriften voor de verkoop van kruidenproducten. Feitelijk overtreden dertien van de vijftien landen de Europese Medicijnen Richtlijn (65/65). De huidige Richtlijn voor Traditionele Medicijnen accepteert elke lidstaat afzonderlijk, maar uiteindelijk zal het beleid wel op elkaar afgestemd moeten worden.

De crux is de registratie van kruiden. Om een product te kunnen laten registreren moeten bedrijven met deskundig bewijs aantonen, dat het preparaat vóór de datum van inschrijving al tenminste dertig jaar in gebruik was. Wat precies als bewijs wordt beschouwd, is echter nooit gedefinieerd.

Hoe absurd kan de bureaucratie zijn! Stel je voor: een product krijgt een vergunning als het vijfentwintig jaar lang buiten de Europese Unie in gebruik is geweest en sinds vijf jaar in een Europese lidstaat verkrijgbaar is. Ten slotte is het belangijkste criterium dat een middel dertig jaar lang in gebruik is. Hieruit vloeit voort, dat elke nieuwe kruidenremedie vermoedelijk wordt verboden, tenzij aangetoond kan worden dat het al dertig jaar in gebruik is in gebieden buiten de Europese Unie of in een andere lidstaat. Dit betekent dat nieuwe, veelbelovende kruidenpreparaten niet kunnen worden geregistreerd. Uitzonderingen op deze regel zijn mogelijk, maar dan moet het product wel tot een bepaalde classificatie behoren.

Het grootste obstakel voor de fabrikant vormt het eisenpakket waaraan een product moet voldoen om volgens de Europese standaard te kunnen worden geregistreerd. Hiertoe behoren  voorschriften ten aanzien van actieve ingrediënten en bestanddelen, contra-indicaties, interacties met andere geneesmiddelen, het niveau waarbij er sprake is van een overdosis en houdbaarheidsdatum. Volgens de National Association of Health Stores gaan deze vereisten het budget ver te boven, behalve dan die van de grootste bedrijven.

Op een onlangs gehouden vergadering van de MCA kwam dan ook naar voren dat de richtlijn in de huidige vorm niet werkt. Desondanks wordt er druk uitgeoefend op de individuele lidstaten om hun eigen wetten na te leven volgens de Europese Medicijnen Richtlijn 65/65. Op dit moment is een medische vergunning voor kruiden niet noodzakelijk. Maar, als Europa zijn zin krijgt zal niemand, behalve de allergrootste bedrijven, in staat zijn om de competitie aan te gaan met de monsterlijke nieuwe reglementen.

Wat is er mis met de A.D.H.?

De Aanbevolen Dagelijkse Hoeveelheid (ADH) is meer dan vijftig jaar geleden vastgesteld ter verbetering van de gezondheid van de bevolking. Hoewel er per land kleine verschillen zijn, is de ADH in de basis overal hetzelfde. De ADH bestaat uit twee soorten cijfers: de hoeveelheid voedingsstof die vereist is om het metabolisme in het lichaam op peil te houden, en de hoeveelheid die nodig is om een deficiëntieziekte te voorkomen – een ziekte die ontstaat door een tekort aan bepaalde vitamines. Als er slechts één maatstaf wordt gehanteerd voor het gebruik van vitaminen ontstaan er problemen want:

  • Verschillende culturele groepen hebben verschillende behoeften. Zo valt de voedselbehoefte van de bevolking in het Mediterrane gebied absoluut niet te vergelijken met die van de bevolking in het Noorden van Finland. Omdat mensen in Finland minder aan zonlicht worden blootgesteld, hebben zij veel meer vitamine D nodig.
  • De behoefte aan een bepaalde hoeveelheid vitaminen verschilt van persoon tot persoon. Van invloed zijn lengte, gewicht, stofwisseling, genetische aanleg, conditie, gezondheid en specifieke gezondheidsproblemen, iemand met multiple Sclerose (MS) heeft een grote behoefte aan extra vitamine B12, terwijl kankerpatiënten behoefte hebben aan grote hoeveelheden vitamine C.
  • Eetgewoonten kunnen eveneens van invloed zijn op de opname van vitaminen in het lichaam. Nicotine, cafeïne en alcohol hebben allemaal een schadelijk effect op voedingsstoffen. Zelfs de anticonceptiepil kan vele vitale voedingsstoffen afbreken.
  • De voeding die we dagelijks gebruiken verschaft ons een wisselende hoeveelheid en variatie aan voedingsstoffen. Zo is het volslagen onzin om het dagelijkse menu van het gemiddelde Britse kind te vergelijken met dat van een kind in Italië of Griekenland, omdat dit waarschijnlijk leeft van vers, onbewerkt voedsel.
  • Het voorkomen van deficiëntie is niet hetzelfde als het voorkomen van ziekten. Veelvuldig gepubliceerd wetenschappelijk bewijs toont aan, dat hoge doses van uiteenlopende supplementen effectief zijn bij de behandeling en preventie van ziekten. Vele studies naar vitamine C hebben uitgewezen, dat hoge doses het leven van patiënten met kanker kunnen verlengen. Als mensen eenmaal ziek zijn, kunnen zij echter wel honderd tot duizend keer de ADH nodig hebben. Zo hebben kankerpatiënten dagelijks wel 20 gram vitamine C nodig. Overigens zonder dat zij hier bijwerkingen van ondervinden. Waarom is er dan eigenlijk een bovengrens?

Vandaag Europa, morgen de wereld?

Codex alimentarius is Latijn voor ‘voedselcode’ en is ook de naam van de Codex Alimentarius Commissie, een organisatie die is samengesteld uit 146 naties binnen de V.N. De leden van de subafdelingen van de Commissie worden geleverd door de Voedsel- en Landbouworganisatie en de W.H.O.

Opgericht in 1962 met als doel het vaststellen van nationale voedselstandaards (grotendeels in de derde wereld), is Codex in de V.S. gebruikt voor het vaststellen van een handelsstandaard. Rond 1980 werden meer dan twintig verschillende Codex commissies –inzake fruit en groenten, kruiden en plantaardige producten tot voedseletikettering – ingesteld om bij te dragen tot het standaardiseren van de immense wereldmarkt.

Begin jaren negentig werd er een commissie opgezet om richtlijnen te bedenken voor supplementen van vitaminen en mineralen. De originele richtlijnen, net als de EU richtlijn, legden de ADH’s aan een maximum vast. Maar, grote patiëntenverenigingen zoals People Against Cancer gingen in oppositie en de maatregel mislukte.

Desondanks verklaarde Codex dat er gewerkt zal blijven worden aan internationale standardisatie. De commissie staat zwaar onder invloed van Duitsland en andere internationale farmaceutische bedrijven.

In 1996 schreef de Codex vitaminesupplementen richtlijn het volgende voor:

  • Er mogen geen supplementen of kruidenpreparaten verkocht worden onder het mom van geneeskrachtig of preventief middel
  • Natuurlijke geneesmiddelen mogen niet de door de commissie vastgestelde grenzen overschrijden. Voor vitaminen geldt een limiet van een tot drie keer de ADH
  • Nieuwe supplementen zijn niet toegestaan tenzij ze de goedkeuring hebben van de Codex-commissie
  • Kruiden mogen alleen verkocht worden als ze zijn goedgekeurd en geregistreerd.

Vele van deze voorstellen zijn gesponsord door grote geneesmiddelenfabrikanten. Op dit moment zijn de restricties evenwel aan het vervagen. Volgens John Cordara, president van de Council for Responsible Nutrition – een handelsorganisatie bestaande uit 120 distributeurs van supplementen – heeft de maatregel stap vijf van een acht-stappen-proces bereikt, maar werd hij teruggezet naar stap drie, wat nog de fase van debat betekent. Het voorstel zit nu op drie keer de ADH. Desondanks is het wel wijs om te blijven beseffen wat de CRN precies is. Deze ‘vitamine handelsorganisatie’ wordt gedomineerd door farmaceutische bedrijven die van 4000 tot 125.000 dollar betallen om voor hen te lobbyen. Het is voordeliger om lagere gestandaardiseerde voedingsstoffenniveau’s over de hele wereld te hebben, maar het valt te betwijfelen of de CRN de Codex commiossie een haar breed in de weg zal leggen.

Zelfs Cordara heeft toegegeven, dat het voor de Amerikaans vertegenwoordigers binnen de Codex-commissie moeilijk zal worden om weerstand te bieden aan een Verenigd Europa als EU-richtlijnen eenmaal zijn vastgesteld.

De volgende plantensoorten worden geacht toxische pyrrolizide-alkaloïden te bevatten:

Asteraceae

Brachyglottis (Brachyglottis repens)

Cineraria (Cineraria maritima)

Erechtitis (Erechtitis Hieracifolia)

Eupatorium – Leverkruid (Eupatorium aromaticum, – cannabinum, – purpureumechter m.u.v. – perfoliatum)

Petasites – Groot hoefblad (Petasites hybridus, Petasites officinalis)

Senecio – Kruiskruid (Senecio adonidifolius, – aureus, – bicolor, – cineraria, – doronicum, – incanus, – jacobaea, – nemorensis, – vulgaris)

Tussilago – Klein hoefblad (Tussilago farfara, – petasites)

Boraginaceae:

Alkanna (Alkanna tinctoria)

Anchusa – Ossetong (Anchusa arvensis, – italica, – officinalis, – tinctoria)

Borago – Bernagie (Borago officinalis)

Cynoglossum –Hondstong (Cynoglossum officinale)

Heliotropium – Heliotroop (Alle soorten waaronder: – arborescens, – peruvianum, – europaeum, – indicum)

Lithospermum – Parelzaad (Lithospermum officinale – Glad Parelkruid)

Symphytum – Smeerwortel (Alle soorten waaronder: – officinale)

Lynne Mctaggart, met dank aan NVF – Ned. Vereniging voor Fytotherapie, Mevr. A.G.M. van Asseldonk.

Norway; the Worst Anti=Vitamin Laws in the World!
To profit Big Pharma; EU created this in 2002.
Advertenties