De mythe van kalmerende middelen

KALMERENDE MIDDELEN WORDEN VOORGESCHREVEN AAN MENSEN DIE LIJDEN AAN ANGST, SLAPELOOSHEID OF GEESTESZIEKTEN. DE MIDDELEN ZIJN VEILIG EN ONSCHADELIJK, ZELFS ALS ZE VOOR LANGERE TIJD GEBRUIKT WORDEN. ALCOHOLISTEN EN DRUGSGEBRUIKERS ZIJN DE ENIGEN DIE OOIT AAN DEZE MIDDELEN VERSLAAFD RAKEN. HET ENIGE ONTWENNINGSVERSCHIJNSEL DAT ZICH VOORDOET WANNEER MET HET GEBRUIK VAN DE MIDDELEN GESTOPT WORDT, IS “ANGST”. EN DAT IS EIGENLIJK EEN TERUGKEER NAAR DE OORSPRONKELIJKE ZIEKTE.

Al meer dan 40 jaar verkondigt de farmaceutische industrie deze misleidende boodschap. Hun overweldigende pr-campagnes hebben bijna het gehele publiek overtuigd van deze mythe. Propaganda en waarheid zijn echter twee heel verschillende dingen. Zowel uit onderzoek als uit niet gepubliceerde gegevens blijkt dat slechts een handjevol mensen ooit kalmerende middelen voorgeschreven kreeg omdat zij last hadden van ‘angst’. Daarentegen worden deze middelen doorgaans aan gezonde personen voorgeschreven die vaak als gevolg ervan ziek worden. Ongeveer 50% van de mensen raakt verslaafd aan kalmerende middelen na een kort verblijf in het ziekenhuis. Anderen krijgen deze middelen voorgeschreven voor volstrekt ongerelateerde kwalen, zoals sportblessures of een sterfgeval in de familie , en raken vervolgens snel verslaafd.
Het is bekend dat kalmerende middelen de hersenreceptoren kunnen beschadigen en de verhouding van neurotransmitters verstoren. Deze effecten worden ook waargenomen als voornaamste symptomen van alcohol- en drugsverslaving . Verslaving aan kalmerende middelen is dus een oorzaak van chemische afhankelijkheid, in plaats van andersom. Als dieren al na slechts zeven dagen verslaafd kunnen raken en aan afkickverschijnselen lijden, en als baby’s geboren worden met onthoudingsverschijnselen die kunnen aanhouden tot hun zevende levensjaar , dan ligt de fout toch duidelijk bij het kalmeringsmiddel.
Terwijl de afkickverschijnselen van heroïne slechts een paar weken duren, kunnen klachten door onthouding van kalmerende middelen bij veel mensen meer dan 10 jaar aanhouden. Alhoewel de mythe voortleeft dat men tijdens het ontwennen alleen aan ‘angst’ lijdt, toont onderzoek aan dat patiënten in feite ernstig ziek zijn en velen geven aan blijvend fysiek gehandicapt te zijn.
Sinds 1960 heeft de medische wereld in Groot-Brittanië op zijn minst drie miljoen volwassenen en twee miljoen “Benzo Baby’s” ­ kinderen waarvan de moeders tijdens de zwangerschap kalmerende middelen slikten ­ veranderd in verslaafden met een hersenbeschadiging. Op het moment zijn er nog circa één miljoen patiënten verslaafd en nog eens één miljoen gehandicapt door ontwenningsverschijnselen.
Verslaving aan benzodiazepine kan atrofie van de hersenen veroorzaken en hersenvervormingen zijn een belangrijke factor in ME (myalgische encephalomyelitis) een ziekte die veel patiënten krijgen die kalmeringsmiddelen innemen. Neuroleptische bijwerkingen kunnen op slaapziekte lijken. Andere bijwerkingen van kalmeringsmiddelen zijn verstoring van de schildklierwerking , symptomen van de ziekte van Parkinson , leverbeschadiging en kanker . Onderzoek toont eveneens aan dat een zeventienvoudige toename van fatale hartinfarcten gerelateerd is aan het gebruik van psychotrope middelen .
Het langdurige aanhouden van ontwenningssymptomen wordt veroorzaakt doordat de kalmeringsmiddelen langzaam, in golven, vrijkomen uit vetcellen in het lichaam en vervolgens opgenomen worden in het bloed. Een bekende bijwerking van psychotrope middelen is geneesmiddelgerelateerde klierkoorts (ziekte van Pfeiffer) , en dit is slechts één van de vele mogelijke ziektebeelden waaraan patiënten chronisch kunnen lijden, zowel tijdens het gebruik als tijdens ontwenning.
Ondanks deze mogleijke bijwerkingen worden kalmerende middelen nog steeds verkocht als ‘de kuur’ voor psychische aandoeningen en de verslaving, die men daarmee in wezen voorschrijft, wordt betiteld als ‘therapie’.
Al tientallen jaren meldt een grote meerderheid van twee miljoen patiënten in Groot Brittanië, die kalmerende middelen slikken, dat hen elke vorm van medische behandeling, zorg en erkenning wordt onthouden. Dr. Reg Peart, oprichter van de vereniging Victims of Tranquilizers, stelt in een ingezonden brief dat dit ogenschijnlijke BMA (Britisch Medical Association) beleid “heeft geresulteerd in vele overtredingen van mensenrechten van patiënten en extreem lijden. Er doen verhalen de ronde dat zelfs mensen met levensbedreigende ziekten, zoals kanker of hartkwalen, aan hun lot zijn overgelaten: zonder controle, zonder verwijzing naar een specialist en zonder zorg.”
Mijn eigen ervaring spreekt voor zich. Jarenlang hebben mijn huisartsen geweigerd mijn klachten ­ jicht, zware allergieën, bloedaandoening, stekende pijn in de borst en hartproblemen ­ te herkennen of te behandelen. Zonder enige relevante tests uit te voeren, hebben zij bijna elke kwaal als ‘angst’ afgedaan en weigerden mijn eigen medische bewijzen in mijn dossier te vermelden. Veel leden van mijn kalmerende-middelengroep zijn onlangs overleden. Als zij de juiste medische verzorging hadden gehad zouden de meeste nog in leven zijn. De meest voorkomende doodsoorzaken waren hartproblemen, maagzweren en kanker.
Afgelopen jaar is mijn vriend Simon na 15 jaar van pijnlijke ontwenningskuren op 36 jarige leeftijd overleden. Een man van 1,82 meter die aan het eind nog maar 39 kilo woog. Zijn hersenen vertoonden bij de autopsie zwellingen en een uitgesproken bleekheid, vooral in de substantia nigra, het gebied dat aangetast is bij patiënten met de ziekte van Parkinson. Hij leed ook aan een hypoplastisch hart, aderverkalking, oedeem, leverbeschadiging, verstopping van de longen, maagbloedingen en meerdere beschadigingen van het maagslijmvlies. De patholoog constateerde dood door uitval van meerdere organen tegelijkertijd en atrofie door ‘ondervoeding’. Zijn huisarts zag hem in die vijftien jaar twee keer en constateerde ‘angst’.
Opnieuw zijn kalmerende middelen vrijgepleit en zo leeft de mythe voort..

Margaret Bell

  1. BMJ, 1992; 304: 881
  2. Joan Jerome, The Lost Years, Virgin Books, 1991
  3. WDDTY vol 11 no 7
  4. Science, 1982; 217: 1161-3
  5. WDDTY vol 9 no 11, letter
  6. Professor Malcolm Lader, Face the Facts, Radio 4, 16 March 1999
  7. Psychol Med, 1987; 17: 869-73
  8. J Neurol Sci, 1999; 171: 3-7
  9. Brain Cogn, 1993; 23: 8-27
  10. Int J Nucl Med Biol, 1984; 11: 203-4
  11. Biol Psychiatr, 1985; 20: 451-60
  12. Dig Dis Sci, 1982; 27:470-2
  13. Natl Toxical Prog Rep USA, 1993
  14. Lancet, 1992; 340: 1067-8
  15. Med Clin, 1981; 77:250-2
  16. Arch Gen Psychiatr, 1966; 15:529-34
Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s