Of je nu een verbrandingsmotor gebruikt of Electrisch rijdt… De aarde wordt warmer ervan! Dus de klimaatverandering wordt er niet door veroorzaakt. De wobbel van de aardas is de werkelijke oorzaak van klimaatverandering. Niets te maken met CO2 en NOx. Wel wordt er Chemisch afval mee verbrand in Benzinemotoren en Vliegtuig-motoren.
DE HAARP (grootste is te vinden in Alaska) is nu ook in Europa te vinden / Friesland Leeuwarden, Kema Toren Arnhem, Buurt van Leerdam onder de grond & Schiphol. Duitsland een grote in de buurt van Stuttgart. In Parijs staat hij nu ook op de Eiffeltoren. Dat laat hier onweersbuien stil leggen, uitregenen en veroorzaken de overstromingen (Limburg, 2021). Op aarde nu, zoals in de Film Geostorm vanuit de ruimte.
We mogen blij zijn dat onze atmosfeer ongeveer 80% Stikstof (N) bevat, anders zou alles spontaan ontbranden!
Januari 2022: https://www.yahoo.com/news/heres-scientists-know-tonga-volcano-124800517.html Tonga Huge Vulcanic eruption. https://www.yahoo.com/news/scientists-tonga-volcanic-eruption-may-180650320.html


Peter, fantastisch werk! – Unieke registratie van slingerende Aarde met verklaringen voor Stormen, aardbevingen, vulkaanuitbarstingen. KNMI liegt de NL regering nog steeds voor over het niet-bestaande broeikaseffect. Dit was de reden dat de Amerikanen wegliepen in Parijs… Zij zijn overtuigd van het gelijk van Peter uit Den Helder.
Nu moeten we ons weer zorgen maken over 2014 en 2020 hahaha… Dit was de winter van 2009:

…https://twitter.com/Tesmanian_com/status/1317657017830395904?s=20&fbclid=IwAR3u4LZj_7JpY6b1YpUnDDCdhCiHevdaDGCXk8jvB-jLzNSgx7qPdhcZ0u8 – Tasmanië 2020
https://newscientist.nl/nieuws/magnetische-noordpool-is-de-weg-kwijt/ – Een andere manier om te zeggen dat de Aard-Wobbel heftiger wordt!
The black lines are the Dykes we must do otherwise we will be in big trouble at the year estimate 2038/2042.
… https://www.facebook.com/EnvironmentalAssesmentAndStudyTeamAfghanistan – Study Group of the Environment Afghanistan
2020 – February Storms
https://wibnet.nl/natuur/klimaatverandering/nieuw-plan-sneeuwkanonnen-moeten-zuidpoolijs-beschermen?c_rid=63zc0rh90207gULgaAP41663081586%7C84768773&utm_medium=email&utm_campaign=nb_ill_nl_tor_uge5_2020-%28840744%29&utm_content=&utm_source=wibnet.nl&email=ED66C184781A828ECD92D90258E54D4D3358F2DD830ED7EBB1E3E8A738C8404B&utm_term=klimaatverandering – Het voordeel is wel dat deze biljoenen tonnen op de Zuidpool liggen.
https://harmonicehealthfrequencyfactor.health.blog/2018/07/12/kinderen/
<a href=”http://https://www.facebook.com/plugins/post.php?href=https%3A%2F%2Fwww.facebook.com%2Ftjarko.holtjer.5%2Fposts%2F2495208997275055&width=500
Discussion on FACEBOOK.


https://www.youtube.com/watch?v=THirnPZSUY0&feature=youtu.be
Op Youtube hierboven wordt het complete rapport van dhr. Cruijff verduidelijkt.
Wereldwijd – het verhaal van Florida in de winter van 2020. Wellicht het gevolg van het feit dat de Magnetische pool nu in Siberië huist en niet (meer) in Canada. / Kanteling aard-as.

Angst is een slechte raadgever. Maar niet of onvoldoende anticiperen op hetgeen op klimaatgebied op ons afkomt, waardoor een structurele ontwrichting van onze huidige samenleving kan plaatsvinden, is een nog veel slechtere houding.
Big Companies mostly act like this:

Samenvatting & [Eind]Conclusies:
Het klimaat op Aarde is in een steeds sneller tempo aan het veranderen en bepaald niet in positieve zin voor de mensheid op deze planeet. Het steeds duidelijker wordende gegeven, dat de orkanen boven de oceanen zwaarder van kaliber worden en ook het Noordzeegebied en het Europese vasteland met een verruwing van het windklimaat te maken hebben, is niet iets van de laatste jaren.Vanaf de zeventiger jaren van de vorige eeuw heb ik daar ‘zwart op wit’ in de media al voor gewaarschuwd. Dat werd toen steeds tegengesproken door vooral het KNMI. Veertig jaar later zien we in 2013 het KNMI op haar website onder ‘Klimatologie’ aangeven, dat we de komende tijd rekening moeten houden met zwaardere stormen. Dat is veertig jaar te laat!
http://dkb-mevlana.org.tr – For new translations in more languates of the KnowledgeBook
http://hetkennisboek.nl – Dutch Version of the Knowledge Book or Bilge Kitabi… The transition in the next 200 years… We fly with our Solar System into a Black Hole to be into the next Universe… There Our Earth system will be named Beta Nova. God HimSelf has a Corpse there….
To know more how Humans were programmed by Allah:
https://harmonicehealthfrequencyfactor.health.blog/2019/12/06/dna-in-the-sands-of-time-by-j-justice/
https://harmonicehealthfrequencyfactor.health.blog/2019/08/23/noosferische-sprong/ – 21.12.2012 was 13.0.0.0.0.0 in the Mayan Time System. Since then we are busy with the Noöspheric Jump.
In the Knowledge Book they tell it even nicer: Earth is the Oldest and Laboratory Planet here…!
*/!
https://edition.cnn.com/2019/12/18/world/magnetic-north-pole-drift-scn-trnd/index.html – Plopping Earth magnetically South <> North?
De akkerbouwer in Oost-Groningen had gelijk met zijn verhaal in het jaar 1960 over de verschuivende zonsopkomsten. Alleen had de man toen geen beeld van wat zich in werkelijkheid voordeed. Want in werkelijkheid heeft de man niet de zonsopkomsten zien verschuiven, maar komt die schijnbeweging door het bewegen van de Aarde. De Zon staat immers stil ten opzichte van de Aarde. [We draaien in 42000 jaren om het Centrum van de Melkweg heen met ons zonnestelsel] – Wanneer er geen maatregelen worden genomen tegen het verder in onbalans geraken van Moeder Aarde, kunnen zich ongekend zware tegenkrachten vanuit de natuur gaan voordoen, die op uitgebreide schaal tot ontwrichting van onze huidige Wereldstructuur kunnen leiden.
De National Centers For Environmental Information stelde in de State of the Climate 2014, het jaarlijks rapport van Amerikaanse wetenschappers waaraan ruim vierhonderd wetenschappers uit 58 landen een bijdrage leveren, dat de opwarming van het water van de oceanen en zeeën niet meer te stoppen is en stevenen we volgens dit instituut af op steeds hogere temperaturen, zwaardere stormen en een onvermijdelijke stijging van de zeespiegel, door- dat het drijfijs en het ijs aan de polen steeds verder smelt.
Moeder Aarde vertoont een behoorlijke onbalans.
In 1986 waren mijn echtgenote en ik te gast in het wetenschappelijk onderzoekscentrum van de Britse meteorologische dienst in Bracknell. Daar zagen wij prognosebeelden tot 2040, waarop voor wat betreft de westelijke helft van Nederland alleen nog het Kopje van Bloemendaal en de kleibol ter hoogte van Den Burg op Texel te zien waren. Er werd ons toen ook een idee getoond om van de Noordzee een binnenzee te maken met als commentaar, dat vooral Nederland, Noord-Duitsland en Denemarken ermee gebaat zouden zijn. De Noordzee zou daarvoor moeten worden afgesloten op een wijze zoals met rood op de kaart hierna aangegeven. Wat wellicht onmogelijk lijkt, werd in 1986 met de technische mogelijkheden van toen voor mogelijk gehouden, laat staan met de mogelijkheden van de huidige tijd. Het Kanaal wordt daarbij op twee plaatsen zodanig afgesloten, dat het een megaschutsluis wordt met water-energiecentrales. Tussen Schotland en Noorwegen wordt de Noordzee blijvend afgesloten. Het scheepvaartverkeer vanaf de Noordzee naar het gebied ten noorden van de noordelijke afsluiting moet om de Britse eilanden varen, of er zou vanaf de baai bij Edinburgh naar de Atlantische Oceaan een soort van “Panama-kanaal” kunnen worden gemaakt.

De afsluiting van de Noordzee tussen Schotland en Noorwegen zou vanaf de zeebodem kunnen worden opgebouwd door middel van (boor)-eilandconstructies, om deze vervolgens met elkaar te verbinden en vol te storten tot een massief geheel.

Een irreël idee? Aangezien we nu in een tijd leven, waarin steeds meer mensen, waaronder politici, inzien of hebben ondervonden, dat zich heftige klimaatveranderingen voordoen, is de tijd nu misschien rijp om dit idee zo spoedig mogelijk in Europees verband te gaan onderzoeken op haalbaarheid, zowel in praktische als in financiële zin. Temeer daar vanuit de Europese Reken- kamer is gesteld, dat behoorlijk wat Europese subsidie naar in de praktijk nutteloze havens en vliegvelden gaat. Misschien dus geld genoeg?
Angst is een slechte raadgever. Maar niet of onvoldoende anticiperen op hetgeen op klimaatgebied op ons afkomt, waardoor een structurele ontwrichting van onze huidige samenleving kan plaatsvinden, is een nog veel slechtere houding.
Laten we de Noordzee in open verbinding staan met de Atlantische Oceaan, dan zal op termijn een zeewering van ten minste 20 meter boven N.A.P. nodig zijn om de huidige landstructuur langs de zuidelijke & oostelijke Noordzee en ook langs delen van de Oostzee in stand te houden. Het heeft geen zin als één land, bijvoorbeeld Nederland, voor een hogere zeewering kiest. Water is niet grensgebonden. Het Noordzeewater zal dan via de buren, bijvoorbeeld via het laaggelegen Noord-Duitsland, Nederland binnenstromen en zich een weg banen naar de laagste landdelen. Dat kan tot vernietiging van onze belangrijkste vormen van economisch bestaan leiden. Zo ligt bijvoorbeeld Schiphol nu al bijna vijf meter onder NAP..

Deel van NL dat zonder Dijk tussen Schotland & Noorwegen zullen moeten ophogen tot een Meter of 20! Tijdens de extreme stormsituatie van 25 januari 1990 was het kantjeboord, of het was in Nederland tot lokale doorbraken van de zeewering gekomen. Onder meer in het noorden en noordwesten van ons land moesten toen bijna Evacuatieplannen in werking worden gesteld. Die plannen hadden niet eens allemaal uitgevoerd KUNNEN WORDEN omdat wegen & sporen geblokkeerd waren door de storm zelf al.
Vrij snel na deze storm werd besloten en overgegaan tot het aanpakken van de zwakke schakels in de zeewering. Nu men het er internationaal vanuit wetenschappelijke kring in meerderheid over eens is, dat we te maken krijgen met een versnelde stijging van de zeespiegel, zal bij volgende vergelijkbare stormsituaties het water daardoor steeds hoger opgezwiept worden. Verdere zandsuppleties zullen volgens deskundigen dan hetzelfde effect hebben als een schep suiker toevoegen aan een tot de rand gevulde kop koffie.
Golfbewegingen in het slingerbeeld van de Aarde zijn voorbodes van (Zware) Aardbevingen, vulkaanuitbarstingen & Tsunami’s, Cathegorie 5 Orkanen (zwaarste) boven de oceanen, ZwareStormRestanten en toenemende kans op Tornado’s, Tropische Plensbuien & Zwaar Onweer, Hitte & Koudegolven in Nederland/Noordzeegebied/Europa.
Vaker Orkanen boven Atlantische, Indische & Grote of Stille Oceaan.
Antarctica en het ijs op Groenland zullen sneller smelten waardoor de zeespiegel verder stijgt. Drijfijs neemt meer volume in dan het water dat het veroorzaakt en zal met smelten de zeespiegel doen dalen.

Uit mijn onderzoek naar de zonsopkomsten blijkt, dat de beweging van de Aarde niet rechtlijnig is, maar dat de Aarde een onregelmatige slingering vertoont. Vanaf het jaar 2002 doet zich in het slingerbeeld van de Aarde een merkwaardige verandering voor in de vorm van schokkerige fluctuaties.

De zon staat stil en haar schijnbeweging t.o.v. de Aarde wordt veroorzaakt door de draaiing van onze aardbol zelf. Het is Moeder Aarde zelf, die door de draaiing om haar as – vanaf de Aarde gezien – de zon laat opkomen & ondergaan. Gaat de Grafische lijn van de zonsopkomst naar links, dan beweegt de aardas iets naar rechts. De beweging van Moeder Aarde op 9 februari & 29 Augustus van elk jaar kan worden vergeleken met het slingeren van een schip op het water.
Door de aardbeving van 2011 te Japan is de aardas 7 centimeter verschoven en Moeder Aarde zelf 25 centimeter gekanteld. Hierdoor werd ons etmaal 1,6 microseconden korter. Het seismische KNMI-station heeft waargenomen dat door de aardbeving in Japan destijds onze bodem 2-3 centimeter op en neer is gegaan. Dat duurde enkele minuten maar ging te langzaam om te voelen.
Volgens mijn theorie gebeurt met alles op en in de buitenschil van de Aarde hetzelfde als met het wasgoed in de trommel van een wasmachine tijdens het centrifugeren. Alles (aardplaten/continenten en het water van de oceanen en zeeën) wordt door de middelpuntvliedende kracht van de draaiende aardbol naar een zodanige plaats gedrukt, dat de Aarde in balans draait.

2175 m/60 seconden = 36,25 m/s

Het beeld van de zonsopkomsten die onregelmatig zijn
wijst op een Onbalans van Moeder Aarde
Wanneer de Aarde niet of met dezelfde slag zou slingeren, zou de zon ieder jaar op 9 februari en op 29 augustus op exact hetzelfde punt aan de horizon opkomen: op 9 februari ieder jaar bijvoorbeeld op 115 graden en op 29 augustus ieder jaar bijvoorbeeld op 70 graden ten opzichte van de Noord-Zuid- lijn. Maar zoals het grafisch beeld van de slingering van de Aarde in de tabellen 3c, 3d en 3e duidelijk weergeeft, is niet alleen sprake van een slingerende Aarde, maar slingert de Aarde onregelmatig en doet zich vanaf het jaar 2002 ook nog eens een behoorlijk schokkerige slingering van de Aarde voor. Volgens mijn theorie is het hier gestelde ten aanzien van het in onbalans geraken van een autowiel door alleen al het ten opzichte van het gehele autowiel nietige ventiel ook van toepassing op de Aarde. De middelpuntvliedende kracht van de om haar as draaiende Aarde heeft er in het verre verleden al voor gezorgd, dat de massa’s rond de aardas zo gelijkelijk mogelijk aan alle zijden ervan werden verdeeld, zoals het wasgoed in een centrifugerende wasmachinetrommel. Dat heeft onder meer geleid tot het uit elkaar drijven van de continenten naar hun huidige posities. Naarmate de Aarde verder afkoelde, gebeurde het uit elkaar drijven van de continenten steeds trager. Dit proces zet zich evenwel tot op heden nog steeds voort en uit zich in de vorm van breuklijnen in de buitenste schil van de Aarde en het tegen elkaar botsen of het met enkele centimeters per jaar over elkaar heen schuiven van aardplaten (stukken van de aardkorst). Uiteindelijk zal door de middelpuntvliedende kracht alles op de Aarde naar een zodanige positie worden gedrukt, dat de aardbol perfect in balans draait. Echter, op de Aarde leeft de mens. En de mens acht ik in staat om de draaiende aardbol (verder) uit balans te brengen. Onbewust of bewust!
Mogelijke oorzaken van de onbalans van Moeder Aarde
Het vervoer van grondstoffen en goederen uit het ene verre land naar het andere verre land. Bijvoorbeeld bauxiet uit Suriname naar onder andere Nederland als grondstof van aluminium. Hierdoor wordt het gewicht van die grondstoffen en goederen van het ene punt op de Aarde naar een ander punt op de Aarde verplaatst.
De winning, het transport en het grootschalige gebruik van de fossiele brandstoffen aardolie, aardgas, steenkool en bruinkool. Wereldwijd bezien, wordt ook het gewicht van deze brandstoffen van het ene punt op de Aarde naar een ander punt op de Aarde verplaatst. Bovendien wordt een groot deel van deze fossiele brandstoffen ook nog eens verbrand, waarbij de verbrandingsgassen in de atmosfeer terechtkomen.
Enorme gewichtsverplaatsingen bij oorlogsvoeringen. Als voorbeeld hier de Falkland-oorlog in 1982 tussen het Verenigd Koninkrijk en Argentinië. Om oorlog te voeren met Argentinië voer een Brits vlooteskader met onder andere de vliegdekschepen Invincible en Hermes en de atoomonderzeeër Conqueror van het noordelijk halfrond naar het zuidelijk halfrond. Samen met het gewicht van de bemanningen, de vliegtuigen aan boord van de vliegdekschepen, de bommen, granaten en andere munitie, werd een gewicht van in totaal meer dan een miljard kilogram van het noordelijk naar het zuidelijk halfrond verplaatst.

Vluchtelingenstromen: Alleen al in het jaar 2014 zijn 432.000 vluchtelingen van buiten Europa, vooral vanuit de oorlogsgebieden in Syrië en omgeving en vanuit Afrika, naar Europa gekomen. Zelfs wanneer we het gemiddelde lichaamsgewicht van deze vluchtelingen op slechts 50 kilogram stellen, heeft die vluchtelingenstroom een totale gewichtsverplaatsing tot gevolg gehad van 432.000 vluchtelingen x 50 kg = 21,6 miljoen kg
Wereldwijde bevolkingstoename met daardoor een toename van het totale menselijk gewicht.
Vulkaanuitbarstingen. Bij een vulkaanuitbarsting wordt een behoorlijk gewicht aan vulkanische as de atmosfeer in geslingerd. Die as kan dan zelfs eerst de Aarde rondgaan, alvorens op de Aarde terecht te komen. Wanneer er heel veel vulkanische as hoog in de atmosfeer terechtkomt, worden zonnestralen weerkaatst tegen deze asdeeltjes. Hierdoor bereiken minder zonnestralen het aardoppervlak en koelt het tijdelijk af op de Aarde. Op 15 juni 1991 vond een catastrofale uitbarsting van de Mt. Pinatubo (Luzon, Filipijnen) plaats. Daarbij kwamen enorme hoeveelheden as in de lucht terecht. Die as trok vervolgens over de hele Aarde. Wereldwijd daalde de temperatuur hierdoor in 1992 met 0,5 graden Celsius.
Het creëren van zeer hoge bouwwerken. Er lijkt wereldwijd sprake van een rivaliteit in het zo hoog mogelijk bouwen. Gedurende lange tijd waren de Verenigde Staten van Noord-Amerika koploper met de hoogste gebouwen ter wereld. De voormalige Twin Towers waren de hoogste gebouwen ter wereld. Inmiddels zijn zij voorbijgestreefd door Aziatische landen en daarna door de oliesjeiks, met momenteel de Burj Khalifa met maar liefst 828 meter hoogte in Dubai als hoogste gebouw ter wereld.
Het verbranden, kappen en wegvoeren van oerwoud leidt tot een aanzienlijke gewichtsafname ter plaatse.
Slingering van Moeder Aarde in relatie tot Natuurextremen:
Aardbevingen wereldwijd, met vermelding van de kracht van de beving op de schaal van Richter en de locatie van de beving, alsmede een voorgekomen tsunami met de hoogst gemeten golfhoogte in meters.
Atlantische orkanen, behorend tot categorie 5 (de zwaarste orkanen) op de schaal van Saffir- Simpson, met vermelding van de naam van de orkaan, de laagste luchtdruk in het centrum van de orkaan en de hoogst gemeten windsnelheid in kilometers per uur. De schaal van Saffir-Simpson is een classificatie, die in de meteorologie wordt gehanteerd om orkanen naar hun kracht in te delen. Alle tropische cyclonen zijn gevaarlijk, maar sommige zijn gevaarlijker dan andere. Daarom is er een classificatie ontwikkeld om onderscheid te kunnen maken tussen bijvoorbeeld krachtige en verwoestende orkanen en om zich beter op de te verwachten schade te kunnen voorbereiden. De schaal maakt onderscheid in vijf verschillende categorieën, gebaseerd op windsnelheid, luchtdruk in het centrum van de orkaan en de hoeveelheid stormvloed. Een categorie 5-orkaan heeft een continue windsnelheid van ten minste 250 kilometer per uur.
Stormen in Nederland, die tot de categorie zware stormen behoren, met vermelding van de windkracht in Beaufort en de hoogst gemeten windsnelheid in kilometers per uur. Ik heb mij hierbij aan de KNMI-norm gehouden, dat van een zware storm sprake is, wanneer op één van de KNMI-stations boven land het uurgemiddelde van de windsnelheid 10 Beaufort (24,5 meter per seconde) of hoger was.
Een hittegolf en bij meerdere hittegolven in het vakje het aantal hittegolven. Van een hittegolf is sprake, wanneer op het KNMI-station in De Bilt minimaal vijf aaneengesloten zomerse dagen met een maximumtemperatuur van 25,0° Celsius of hoger, waarvan ten minste drie tropische dagen met een maximumtemperatuur van 30,0° Celsius of hoger, zijn geregistreerd.
Een koudegolf en bij meerdere koudegolven in het vakje het aantal koudegolven, alsmede een streepje in het vakje als er een Elfstedentocht plaatsvond. Van een koudegolf is sprake, wanneer op het KNMI-station in De Bilt minimaal vijf aaneengesloten ijsdagen (maximumtemperatuur lager dan 0,0° Celsius), waarvan ten minste drie dagen met strenge vorst (minimumtemperatuur lager dan -10,0° Celsius), zijn geregistreerd.
Een extreem hoge Zeewaterspiegel langs de Nederlandse Kust



https://www.youtube.com/watch?v=14inB6tLXcE – 2008 Dikke Hagelstenen boven Arnhem
https://www.youtube.com/watch?v=6g9KK4I5rjU – Sleeën op Nieuwjaarsdag 2010 in Stadskanaal



Relatie tot zware aardbevingen wereldwijd.
Wat in de beginjaren van mijn onderzoek nog niet meteen opviel, maar wel vanaf halverwege de zeventiger jaren, is een vermoedelijke relatie tussen de “zaagtanden” in het ‘Grafisch beeld slingering Aarde’ en het wereldwijd voorkomen van zware aardbevingen. Sterker nog, in het jaar volgend op de vorming van een zaagtand in het ‘Grafisch beeld slingering Aarde’ vindt er ergens op onze aardbol een zware aardbeving plaats. Daarbij is mij ook gebleken, dat des te scherper de zaagtand is, des te zwaarder de aardbeving. Het omgekeerde is in 1991 te zien, toen zich een geringe zaagtand vormde en het jaar erop in het Nederlandse Limburg (Roermond) een – in verhouding tot de andere vermelde aardbevingen – middelmatige beving plaatsvond met een kracht van 5,8 op de schaal van Richter. Overigens was dit de sterkste aardbeving ooit in Nederland gemeten en werd gevoeld tot in Tjechië, Zwitserland, Frankrijk en Engeland.
Zaagtandvorming in:
1975 – Zware Aardbeving China 1976.
1991 – Aardbeving Limburg/NL in 1992.
1997 – zware aardbeving Papoea-Nieuw Guinea.
2003 – zware aardbeving Indische Oceaan
2011 – grootste zaagtand – Japan – 8,9 schaal van Richter; Tsunami met golfhoogte van >20 meter
2014 – grote zaagtand; 25 april 2015 Zware Aardbeving in Nepal.
http://dutchsinse.com
Aardbevingen Live & wereldwijd.







Relatie Van de AardAs-Wobbel tot Orkanen
De categorie 5-orkanen doen zich voornamelijk voor tijdens een sterke verschuiving (golfopbouw) van het ‘Grafisch beeld gemiddelde slingering Aarde’. Opvallend daarbij is het tot ontwikkeling komen van de recordzware orkaan Wilma in de periode na 2002, dus in de periode dat sprake is van een sterk afwijkende structuur van de gemiddelde slingerlijn van de Aarde ten opzichte van de periode vóór 2002.
Ook ten aanzien van de zware stormen in Nederland valt op, dat deze zich voordoen in een periode van een opbouwende golf in het patroon van de gemiddelde slingering van de Aarde (een golf naar zowel links als rechts in het grafisch beeld van de gemiddelde slingering van de Aarde) tussen 9 februari en 29 augustus.
Relatie AardAs-Slingering met Temperatuur in Nederland
Hittegolven doen zich in de regel voor bij een golfbeweging in de gemiddelde slingering van de Aarde tussen 9 februari en 29 augustus in oostnoordoostelijke richting.







Hier komt langzaam het rapport van Peter Cruijff – 50 jaren Zonsopkomsten…
Voorafgaande… / het verhaal van een Groningse Akkerbouwer…
In mijn jeugdjaren kwam elke zomer mijn oom Dick Holtmann met zijn vrouw en kinderen uit Hengelo (Overijssel) twee weken op vakantie naar Den Helder en logeerden zij bij mijn ouders. Deze oom van mij was aannemer bij een schildersbedrijf in Zwolle, onder andere gespecialiseerd in het schilderen van spoorbruggen en –viaducten van de Nederlandse Spoorwegen.
Ook in de zomer van 1960 logeerden zij bij ons thuis in Den Helder. Ditmaal gedurende drie weken, waarvan mijn oom de eerste week nog moest werken. In die werkweek moest hij de stalen constructie van een spoorviaductje in het oosten van de provincie Groningen ter plaatse inspecteren voor een af te sluiten onderhoudscontract met de Spoorwegen. Vanaf ons huis in Den Helder reed mijn oom er met zijn bedrijfsauto heen. Uit belangstelling voor alles wat met spoorwegen te maken heeft, ging ik met hem mee, mij nog onbewust van wat daaruit allemaal zou voortkomen.
Op de locatie in Oost-Groningen aangekomen, midden in een akker, werd mijn oom aangesproken door een man van middelbare leeftijd. De man vertelde de eigenaar te zijn van het land waarop wij stonden en vroeg naar de bedoeling van onze aanwezigheid. Nadat mijn oom de reden ervan uiteen had gezet, kwam het gesprek op het zonnige weer die dag. Toen gebeurde datgene wat na deze dag in mijn gedachten zou blijven hangen en wat vervolgens vier jaar later zou leiden tot het starten van mijn onderzoek naar de zonsopkomst.
De akkerbouwer wees ons op zeven bomen in de oostelijke verte op de grens van zijn akker. Hij vertelde, dat hij in zijn achterliggende leven de opkomende Zon in steeds dezelfde week van dit jaargetijde door het midden van die bomenrij had zien schuiven, van rechts naar links, ofwel in noordelijke richting. Zijn voorvaderen hadden de Zon in dezelfde week van dit jaargetijde evenwel meer naar rechts – dus zuidelijker – tussen die bomen zien opkomen, eveneens met een verschuiving in noordelijke richting. Op mijn verzoek schetste de akkerbouwer op de blocnote van mijn oom de



Met dit verhaal keerden wij in de namiddag terug naar Den Helder. Gedurende de hele terugreis hadden wij het erover en probeerden wij er allerlei verklaringen voor te vinden. Uiteindelijk kwamen wij tot de conclusie, dat je de zonsopkomsten zelf zou moeten gaan meten om het verhaal van de akkerbouwer te toetsen. Maar ja, hoe?
Weerman Jan Pelleboer kende het verhaal ook.
In januari 1963 kwam ik voor het eerst in contact met weerman Jan Pelleboer uit het Groningse Paterswolde. Tijdens ons gesprek over mijn toen reeds intensieve activiteit op het gebied van stormonderzoek kwam hij en passant met eenzelfde verhaal over de zonsopkomst als wat ik in 1960 van de akkerbouwer in het oosten van Groningen had gehoord. Pelleboer had dit verhaal vernomen vanuit zijn agrarisch netwerk, maar plaatste er tegelijk grote vraagtekens bij. Het waren evenwel zijn vraagtekens, die mij op dat moment aanspoorden om hier onderzoek naar te gaan doen. Want hoe kon het dat ook andere agrariërs, die immers dichter bij de natuur staan dan de gemiddelde mens, eenzelfde verhaal vertelden als wat ik drie jaar eerder vanuit die sector had vernomen? Tussen mijn oren ging op dat moment een schakelaar om. Ik moest en zou te weten komen, wat er aan de hand kon zijn met de zonsopkomst.
Het kiezen van de meetdatum en het vinden van een geschikt meetpunt.
Tijdens de voorbereiding van mijn onderzoek naar de zonsopkomsten besefte ik, dat het opbouwen van een vergelijkbare meetreeks van zonsopkomsten gebonden is aan de voorwaarde van een vaste datum in elk jaar waarop de zonsopkomst wordt gemeten in combinatie met een meetpunt van waaraf een ongehinderd zicht bestaat op de zonsopkomst. Ook in de toekomst zou dat zo lang mogelijk het geval moeten zijn. Maar ik zag mij ook genoodzaakt rekening te houden met wat de toekomst mij aan meetgelegenheid zou kunnen bieden. Ik zat op dat moment namelijk nog op de middelbare school en moest bij het verkrijgen van een baan daarna immers maar afwachten, of de meetgelegenheid voor mij zou blijven bestaan. Mijn keuze viel daarom in ieder geval op augustus, toen dé vakantiemaand, die mij daardoor hopelijk de meeste kans op een ononderbroken meetreeks zou bieden. Als ‘primaire meetdatum’ koos ik 29 augustus, de verjaardag van mijn vader. Zijn verjaardag zou voor mij tevens de alarmbel zijn om mij aan mijn meetplicht op die datum te herinneren. Als ‘secundaire meetdatum’ koos ik 9 februari, de verjaardag van mijn moeder. Uit proefmetingen in 1963 bleek, dat ik zowel in augustus als in februari het beste zicht op de zonsopkomst zou hebben vanaf het met de rode pijl op de kaart hiernaast aangegeven punt op de Helderse zeedijk.
Nu, vijftig jaar later, kan ik vaststellen, dat zowel de primaire meetdatum 29 augustus als de secundaire meetdatum 9 februari mij een aaneengesloten meetreeks van elk vijftig metingen, totaal dus honderd metingen van de zonsopkomst hebben opgeleverd.

De positie van mijn meetpunt ten opzichte van de Noord-Zuid-lijn.
Mijn meetpunt op de Helderse zeedijk aan het Marsdiep wordt gevormd door de op de foto hiernaast afgebeelde trapleuning. Zowel voor als na de verhoging tot Delta- hoogte van deze zeedijk in het begin van de zeventiger jaren heeft deze trapleuning steeds op dezelfde plaats op de zeedijk gestaan op de positie 52,96 graden noorderbreedte en 4,77 graden oosterlengte.

De positie van deze trapleuning is zowel voor als direct na de dijkverhoging en vervolgens om de vijf jaar gecheckt t.o.v. de torenspits van het kerkje van Den Hoorn op Texel aan de overzijde van het Marsdiep. Gedurende de gehele meetperiode is een hoek van 15 graden gemeten tussen de trapleuning als nul-gradenlijn en de Torenspits van het Kerkje.
De trapleuning op de zeedijk vormt tijdens het meten van de zonsopkomst de nul-gradenlijn. Vanaf die lijn wordt de hoek gemeten tot het punt waarop de boven- kant van de Zon boven de kim komt. Voor het verkrijgen van de gemeten positie van de zonsopkomst ten opzichte van de Noord-Zuid-lijn, de lijn die vanaf mijn meetpunt naar het centrum van de Noordpool loopt, zijn de hoekmetingen vanaf de trapleuning herleid naar metingen vanaf die Noord-Zuid-Lijn.
Voor dit herleiden is een geijkte landkaart gebruikt in combinatie met een dubbelcheck ten opzichte van de torenspits van het kerkje van Den Hoorn op Texel. Aan de hand daarvan is vastgesteld, dat de trapleuning op de zeedijk parallel loopt aan de lijn 339°-159°. Op de metingen vanaf de trapleuning moet daarom een herleidingsfactor van ‘minus 21 graden’ worden toegepast. Op de schets hierboven is in rood de positie van de trapleuning op de Helderse zeedijk ten opzichte van de in zwart aangegeven Noord-Zuid-lijn.
De door mij gebruikte meetinstrumenten…

Vanaf mijn eerste meting van de zonsopkomst in 1964 tot op de laatste meting op 29 augustus 2015 hebben mijn instrumenten hiervoor slechts bestaan uit: een verstekbak, een lijmklem, een waterpas en een graadboog.
De Meetmethode…
Mijn kennis van natuur- en aardrijkskunde was bij aanvang van mijn onderzoek gelukkig al zodanig gevorderd, dat ik wist van de periodieke verandering van de positie van het magnetische noorden. Wanneer ik een kompas zou hebben gebruikt als uitgangspunt voor mijn metingen, had ik dus rekening moeten houden met de verplaatsing van het magnetische noorden. Ik koos evenwel voor een meetmethode die voor mij van Gouden Waarde is geworden en welke ik gedurende 50 Achtereenvolgende jaren heb toegepast, zonder ook maar iets aan die meetmethode te veranderen.
Van gouden waarde, omdat tijdens de eerste evaluatie van mijn onderzoek in 1994 mij direct al door een contactpersoon binnen het KNMI werd voorgehouden, dat de door mij geconstateerde veranderingen in de zonsopkomst het gevolg zouden zijn van de periodiek veranderende positie van het magnetische noorden. Ik had toch immers een kompas als uitgangspunt gebruikt? Toen ik hem mijn meetmethode voorhield, zette hij grote ogen op en werd ineens heel anders naar mijn tot dan toe verkregen onderzoeksresultaten gekeken.

Voorafgaand aan de meting van de zonsopkomst wordt de verstekbak met behulp van de lijmklem waterpas op de trapleuning gemonteerd. Vervolgens wordt de graadboog tegen de hoeksteun op de verstekbakgelegd. Hierdoor komt de nulgradenlijn van de graadboog overeen met de lijn 339°-159° van de trapleuning zoals eerder vermeld.
Zodra de uiterste bovenkant van de Zon boven de kim komt, wordt dat punt aan de horizon direct gemeten. Direct, omdat op dat moment – los van het gevaar van oogbeschadiging – niet alleen goed te zien is, hoe snel de Zon steeds verder boven de horizon komt, maar ook dat de Zon schuin naar rechts opkomt. Daardoor neemt ook het aantal graden van de hoekmeting toe. Dan is niet meer sprake van een correcte meting van de zonsopkomst en kan die meting niet worden vergeleken met de metingen in voorgaande jaren. Bovendien is het mogelijk, dat de Zon vrijwel direct na opkomst achter bewolking verdwijnt, zoals na het maken van deze foto na enkele seconden gebeurde. De meting van de zonsopkomst wordt verricht door in het verlengde van het draaipunt van de graadboog en het midden van de liniaal naar de opkomende Zon te kijken en vervolgens de liniaal op het draaipunt vast te draaien. Hierna wordt het aantal graden op de buitenste ring van de graadboog(op de foto hiernaast de vetgedruktegraden) afgelezen en genoteerd.

Interpolatie ingeval van onmogelijke meting op de vaste meetdatum.
Het kiezen van de vaste meetdata gaf uiteraard geen garantie op een gunstige weersgesteldheid op die data voor het kunnen verrichten van de metingen. Zo liepen de meetomstandigheden uiteen van een zonsopkomst bij een volstrekt onbewolkte hemel, de Zon nog net even te zien, tot zodanig bewolkt of slecht weer, dat er geen meting kon worden verricht. Om gaten in de meetreeks te voorkomen, werden bij het zien aankomen van een slechte meetsituatie voor en na de vaste meetdatum metingen van de zonsopkomst verricht en werden die metingen op de volgende wijze geïnterpoleerd naar de vaste meetdatum.

Meettabel 2A-Toelichting:
In de oorspronkelijke handmatige meettabellen werd het gemeten aantal graden van de zonsopkomst grafisch vastgelegd door de desbetreffende letter of nul in te kleuren. Na digitalisering van deze meettabellen werd de inkleuring van het grafische deel van de tabellen uitgevoerd zoals die van meettabel 2a. Het grafisch deel van deze meettabel geeft een beeld van de metingen in hele graden. Het exact gemeten aantal graden (tot in tienden van een graad) staat in deze meettabel links van het grafisch deel vermeld.
De meetgegevens in tabel 2a zijn verkregen vanaf de nul-gradenlijn 339°-159°. Deze meetgegevens vormen de basis van wat hieraan in volgende tabellen en hoofdstukken in dit rapport is afgeleid.


Meettabel 2B-Toelichting:
In de meettabel 2b zijn de meetgegevens, zoals vermeld in de meettabel 2a, herleid naar de meetgegevens, zoals die zouden zijn verkregen bij meting vanaf de nul-gradenlijn 360° (0°) -180°, de Noord-Zuid-Lijn. Zoals hierboven vermeld; de factor -21° is toegepast. De afzonderlijke grafische weergaven van de zonsopkomsten op 29 augustus en 9 februari in de meettabel 2a zijn in de meettabel 2b samengevoegd tot één grafische tabel.


Geheime metingen op de dijk bij Den HELDER
In de zeventiger jaren van de vorige eeuw kon ik spionage vanuit de wetenschapswereld naar mijn alternatieve methode van stormvoorspelling (zie onderdeel 5 van dit rapport) tijdig voorkomen. Die ervaring was voor mij reden om geen enkele ruchtbaarheid te geven aan mijn onderzoek naar de zonsopkomst, behoudens tijdens het evaluatieoverleg in 1994 met betrouwbare contacten, zoals gesteld onder 3.1. in dit rapport.
Zonsopkomsten steeds op dezelfde wijze gemeten en vastgelegd.
Mijn eerste meting van de zonsopkomst vond plaats op 29 augustus 1964. Vanaf die eerste meting zijn tot en met de meting in 2015 niet alleen steeds dezelfde meetinstrumenten gebruikt, maar is ook dezelfde wijze van het vastleggen van de meetgegevens toegepast. De meetgegevens zijn vastgelegd in tabellen, die oorspronkelijk met een typemachine zijn gemaakt. Want in 1964 was de computer nog nauwelijks tot de kantoren van officiële instanties doorgedrongen, laat staan in de particuliere huishoudens.
Zelf behoorde ik tot de eerste gebruikers van de inmiddels min of meer beroemd geworden Commodore-64-computer. Maar deze computer werd toen nog voornamelijk gebruikt voor het prille ontdekken van de mogelijkheden van die computer zelf, als voorloper van wat daarna aan computers de revue passeerde en vooral hun steeds verder toenemende mogelijkheden.
Naar mijn mening wordt de waarde van een meetreeks vooral bepaald door de mate van continuïteit van niet alleen de wijze van meting, maar ook door de wijze waarop de meetgegevens worden vastgelegd. Daarom ben ik nu – na een periode van maar liefst vijftig aaneengesloten jaren waarin ik mijn metingen heb gedaan – heel blij, dat ik nooit enige wijziging heb doorgevoerd, behoudens de digitalisering van de meettabellen. Dit is de reden, dat de gedigitaliseerde meettabellen in dit rapport dezelfde opbouw hebben behouden als die welke aan het begin van mijn onderzoek met de typemachine werden gemaakt. Hiermee hoop ik zo “natuurgetrouw” mogelijk inzicht te geven in mijn werkwijze en de resultaten ervan. Vandaar dat de tabelregels bestaan uit een opeenvolging van de kleine letter “o”, met na elke negen van die letters het cijfer 0 (nul). Elke “o” en elke “0” stelt een graad voor. De nullen vormen de begrenzingen van de kolommen van elk tien graden.
Unieke Meetreeks volgens dhr. Tj.F.Landmeter,
werkzaam binnen het KNMI
In de tachtiger jaren van de vorige eeuw kreeg ik binnen het KNMI-bolwerk contact met iemand, die zich vanaf het eerste moment zeer positief opstelde naar wat ik op het gebied van stormvoorspelling tot dan toe had gepresteerd, in het bijzonder ten aanzien van mijn uitvinding voor het registreren van versnellingen in de atmosfeer, voorafgaand aan het ontstaan van een stormveld. Ik besloot deze persoon, meteoroloog de heer Tj.F. Landmeter, in vertrouwen kennis te laten nemen van de door mij verkregen meetreeks van zonsopkomsten en zijn mening te vragen. Dat gebeurde in 1994 bij mij thuis. Ruim een kwartier lang zat de heer Landmeter zonder iets te zeggen naar mijn meettabellen van de zonsopkomsten te kijken, alvorens met zijn eerste reactie te komen. Die eerste reactie zal ik nooit vergeten: “Peter, je hebt een fout gemaakt en ik denk dat ik weet welke fout je hebt gemaakt. De schommelingen in het grafisch beeld van de zonsopkomsten doen mij denken aan de periodieke wijziging van de positie van de magnetische Noordpool. Die positie wisselt boven grofweg Alaska. Bij het meten van de zonsopkomsten heeft die veranderende positie van de magnetische Noordpool invloed op je kompas.”
Kompas? Groot was de verbazing van de heer Landmeter, toen ik hem vertelde geen kompas te gebruiken bij mijn metingen. “Maar dan kun je toch niet het aantal kompasgraden verkrijgen van een zonsopkomst?”, was zijn volgende reactie. Daarop zette ik de heer Landmeter mijn meetmethode
uiteen, zoals ik die heb omschreven in onderdeel 1.6. van dit rapport, waarbij de sinds het begin van mijn metingen nooit veranderde positie van de trapleuning op de Helderse zeedijk de nul-gradenlijn vormt van mijn graadboog, waarmee ik vervolgens het aantal graden bepaal van de hoek tussen die nul-gradenlijn en het punt aan de horizon van de zonsopkomst. De heer Landmeter zette grote ogen op en constateerde, dat ik daarmee niet alleen een bijzondere, maar ook een zeer betrouwbare meetmethode toepaste. Want de trapleuning stond immers op een rotsvaste positie, de Helderse zeedijk eveneens en de positie van de trapleuning werd ook nog eens om de vijf jaar gecontroleerd aan de hand van de hoekmeting ten opzichte van de torenspits van het kerkje van Den Hoorn op Texel. De heer Landmeter werd hierna zeer enthousiast over mijn onderzoek en zegde mij toe, dat hij vanaf zijn positie binnen het KNMI in stilte zou uitzoeken, of elders op dezelfde wijze onderzoek werd gedaan naar de zonsopkomsten.
Een half jaar later kwam de heer Landmeter opnieuw bij mij thuis. Hij deelde mij mede, dat noch in Nederland, noch elders op de wereld (hij had dit vanuit het KNMI internationaal nagegaan) binnen meteorologische of sterrenkundige organisaties op vergelijkbare wijze de zonsopkomsten werden onderzocht. Ik beschikte volgens hem daarom over een volstrekt unieke meetreeks en noemde hij de uitkomsten ervan een ‘eye-opener’. De heer Landmeter adviseerde mij nadrukkelijk om tot het moment van openbaarmaking te waken voor vormen van bedrijfsspionage vanuit wetenschappelijke hoek, waaronder die van het KNMI. Er werd immers al geloerd op mijn uitvinding op windgebied, laat staan als men kennis zou nemen van deze unieke meetreeks. Op zijn beurt beloofde de heer Landmeter, dat ook hij op geen enkele wijze ruchtbaarheid aan mijn onderzoek zou geven. Die belofte heeft hij nooit gebroken. De heer Landmeter stelde, dat hij mij als niet-wetenschapper meer wetenschapper vond dan menige wetenschapper bij het KNMI. Bijzonder triest vind ik het daarom, dat – juist nu ik dit onderzoeksrapport aan de openbaarheid prijsgeef – ik hier moet vermelden, dat de heer Landmeter op 8 april 2009 is overleden.
Het punt van de zonsopkomst verschilt van jaar tot jaar.
Tijdens mijn tweede meting van de zonsopkomst op 29 augustus 1965 viel het mij direct al op, dat de Zon niet op hetzelfde punt aan de horizon opkwam als tijdens mijn eerste meting op dezelfde datum het jaar ervoor. Maar ik kon mij toen natuurlijk nog geen voorstelling maken van het beeld wat ik nu na vijftig jaar onderzoek heb verkregen. Vooral omdat tijdens mijn meting op 29 augustus 1968 de Zon weer op vrijwel hetzelfde punt aan de horizon opkwam als tijdens mijn eerste meting in 1964. Naarmate mijn meetreeks zich opbouwde, werd niet alleen steeds duidelijker zichtbaar, dat de Zon zowel op 9 februari als op 29 augustus niet ieder jaar op exact hetzelfde punt aan de horizon opkomt, maar dat dit punt zich vrijwel steeds langs de horizon verplaatst. Voor het verkrijgen van een rustig onderzoeksbeeld heb ik in de volgende tabel 3a de graden- aanduiding voor elk jaar weggelaten en alleen de 70°- en 110°-lijn laten staan.


Grafisch beeld van zonsopkomst & de interpretatie ervan
Er is sprake van een min of meer overeenkomstige beweging langs de horizon van de punten waarop de zonsopkomst is gemeten op 29 augustus en de punten waarop de zonsopkomst is gemeten op 9 februari. Daarbij moet in ogenschouw worden genomen, dat in de tijdlijn de metingen op 9 februari voorafgaan aan de metingen op 29 augustus. Dit houdt in, dat de metingen van de zonsopkomst in tabel 3a in de volgende volgorde moeten worden gelezen:
Sinds het jaar 2002 vertonen de punten van de zonsopkomst een aanzienlijk sterker heen en weer gaand beeld dan tijdens de voorafgaande meetperiode. Het beeld wordt vanaf 2002 Schokkeriger t.o.v. de periode ervoor.

heb ik het aantal graden tussen de gemeten zonsopkomst op 9 februari en 29 augustus voor elk jaar van een arcering voorzien. Daardoor vormen de gemeten zonsopkomsten op elke
jaarregel de uitersten van het aantal gearceerde graden en geeft de arcering voor elk jaar het aantal graden slingering van de Aarde weer tussen 9 februari en 29 augustus van dat jaar.
Zowel de punten van de zonsopkomsten op 29 augustus als – in wat mindere mate – de punten van de zonsopkomst op 9 februari zijn de afgelopen 50 jaren in Noordelijke richting verschoven… Vanaf 2006 neigt er ook weer enige verschuiving in Zuiderlijke richting plaats te vinden.
De verschuivende zonsopkomsten spiegelen de beweging van de Aarde.
Onze Zon is de spil waaromheen alle bij ons zonnestelsel behorende planeten hun banen trekken. Ofschoon de Zon in 26,8 dagen tegen de wijzers van de klok in om haar eigen as roteert, staat zij als spil van ons zonnestelsel stil ten opzichte van planeet Aarde.

De Aarde draait in 23,935 uur tegen de wijzers van de klok in om haar as en draait in een licht excentrische baan in 365,25636 dagen tegen de wijzers van de klok in rond de Zon met een snelheid van 107.200 kilometer per uur. De aardas staat daarbij in een hoek van 23,439281 graden met het vlak waarin de aardbaan ligt.

Als gevolg van die schuine stand van de aardas kennen wij op de Aarde de astronomische seizoenen lente, zomer, herfst en winter. Bij aanvang van de astronomische zomer in Nederland ontvangt de noordelijke helft van onze aardbol de meeste zonnewarmte, zoals hieronder weergegeven.

Bij aanvang van de astronomische winter in Nederland heeft de Aarde ten opzichte van haar zomerpositie circa 180 graden van haar baan om de Zon afgelegd en staat dan met de aardas in dezelfde stand als hierboven afgebeeld aan de andere kant van de Zon. De zuidelijke helft van onze aardbol ontvangt daardoor dan de meeste zonnewarmte.
De Lente en de Herfst zijn wanneer de Zon Loodrecht boven de Evenaar staat. Dan duurt over de gehele Aardbol Dag en Nacht ongeveer 12 uren. De Duitsers noemen dit: Tag-Und-Nacht-Gleiche. Zomer is het op het Noordelijk halfrond als de zon boven de Noorderkeerkring staat. Dat is rond 21 juni; de Kreeftskeerkring. Op het Zuidelijk halfrond begint dan de Astronomische Winter. Als de zon loodrecht op de Steenbokskeerkring staat begint op het Noordelijk Halfrond de astronomische Winter en op het Zuidelijk halfrond de astronomische Zomer.
De datum waarop een astronomisch seizoen begint, is door de jaren heen niet altijd dezelfde. Zo staat in de meeste woordenboeken bij lente: het eerste jaargetijde, van 21 maart tot 21 juni (voorjaar); bij zomer: het tweede jaargetijde, van 21 juni tot 22 september; bij herfst: het derde jaargetijde, van 23 september tot 22 december (herfst of najaar); bij winter; het vierde jaargetijde, van 21 december tot 21 maart. Deze data moeten evenwel als aan globale aanduiding worden beschouwd. Zo varieert bijvoorbeeld de begindatum van de lente in een eeuw in werkelijkheid tussen de 19 & de 21 Maart.
Het variëren van de begindatum van een astronomisch seizoen heeft te maken met het feit, dat de Aarde niet in een ronde, maar in een licht excentrische baan om de Zon draait. Doordat de Aarde hierdoor niet in precies een jaar haar baan om de Zon beschrijft, moet af en toe de tijd gecorrigeerd worden om op Aarde bij de tijd te blijven. Dit corrigeren vindt eens in de vier jaar plaats door het invoeren van een schrikkeljaar en wordt dan toegepast in de maand februari. Deze maand telt dan een dag meer dan in de andere jaren.


In bovenstaande tekening heb ik met een horizontale blauwe en rode pijl respectievelijk de globale beweging van de zonsopkomst van de zomer naar de winter en van de winter naar de zomer aangegeven. Met deze beweging heb ik sowieso rekening moeten houden bij het interpoleren van metingen van de zonsopkomst op andere dagen dan op 9 februari en op 29 augustus naar deze vaste meetdata, wanneer de weersomstandigheden het meten van de zonsopkomst op de vaste meetdata niet mogelijk maakten.


Onregelmatig slingerbeeld van de Aarde versus precessie.
In mijn prille jeugd, waarin smartphones en thuiscomputers nog tot de onbekendheden behoorden, was ‘tollen’ als straatspel zowel bij jongens als bij meisjes heel populair. De tollen werden aangedreven met een soort van zweep: een dun rond stokje met een lengte van circa 40 centimeter met daaraan bij voorkeur een schoenveter. Je prikte de tol eerst met de metalen punt in de naad tussen straatstenen, draaide met het stokje de veter om de tol en trok dan hard aan het stokje. De tol schoot weg en stond dan op de stenen te draaien. Met zweepslagen tegen de tol trachtte je de tol vervolgens zo lang mogelijk aan het draaien te houden. Zolang je erin slaagde om krachtige zweepslagen uit te delen tegen de tol, draaide de tol rechtopstaand om zijn as met zijn kenmerkend krassend geluid van de metalen punt op de stenen.
Lukte het evenwel onvoldoende om de tol goed aan het draaien te houden, of liet je de tol uitdraaien om ermee te stoppen, dan ging de boenkant van de tol op een gegeven moment een afzonderlijke slingerbeweging maken. De as waarom de tol draaide, ging dan een beweging maken. Die beweging heet Precessie.

Onder precessie verstaan we de beweging die de rotatie-as van een draaiend voorwerp maakt onder invloed van een uitwendige kracht. Bij de zojuist beschreven tol wordt de precessie veroorzaakt door de zwaartekracht van de Aarde. Die zwaartekracht tracht de rotatie-as van de tol om te trekken. Daardoor raakt de zijkant van de tol uiteindelijk de grond en komt de tol stil te liggen.
Terwijl de draaiing van de zojuist beschreven tol wordt beïnvloed door de zwaartekracht van de Aarde, wordt de draaiing van de Aarde beïnvloed door de aantrekkingskracht van de Zon. Die aantrekkingskracht tracht de rotatie-as van de Aarde loodrecht op het vlak te trekken, waarin de baan van de Aarde ligt. Hierdoor maakt de rotatie-as van de Aarde een beweging, precessie genaamd, zoals rechts aangegeven. Een volledige precessieronde duurt ongeveer 26.000 jaar.
https://nl.wikipedia.org/wiki/Precessie#Precessie_van_de_aardas
Meer informatie over onze aardas
Slingerbeeld Aardas vs. ‘Chandler’s Wobble’
Volgens mijn theorie staat mijn grafisch beeld van de slingering van de Aarde over de afgelopen vijftig jaar los van de precessie van de rotatie-as van de Aarde. Want hier is sowieso al sprake van een verschil tussen een macro-beweging (de precessieronde van ongeveer 26.000 jaar) en een micro- beweging (de door mij geregistreerde slingering van de Aarde gedurende een periode van 50 jaar).
n 1891 ontdekte de Amerikaanse astronoom Seth Carlo Chandler, dat de aardas behalve de al bekende periodieke wiebelbewegingen nóg een bepaalde wiebel heeft. Hij leidde dat af uit heel precieze sterrenkundige observaties. Chandler kon toen nog niet precies vaststellen, hoe groot de afwijking was van wat al spoedig bekend werd als ‘Chandler’s Wobble’ (Chandler’s Wiebel), ook wel bekend als ‘het raadsel van Chandler’. Inmiddels weten we al wel zo’n twintig jaar, dat het gaat om een periodieke afwijking, die bij de polen van de Aarde ruim zeven meter bedraagt. Elke Chandler’s Wobble voltrekt zich in 433 dagen, ofwel 1,19 jaar. Ruim een eeuw lang kon men niet verklaren, wat daarvan de oorzaak was.
In het jaar 2000 dacht Dr. Richard Gross, geofysicus van NASA’s Jet Propulsion Laboratory in Pasadena, Californië, langs wiskundige weg eindelijk te hebben achterhaald, wat de oorzaak is van de vreemde wiebelingen die onze aardbol vertoont. Gross heeft gebruikgemaakt van de vele meetgegevens die gedurende de periode 1985-1995 door tal van onderzoekers van Chandler’s Wobble werden verkregen. Daarnaast beschikte hij over een hoeveelheid gegevens die sedert 1985 van oceanen en zeeën werden verkregen. Gross is een talentvol wiskundige met een voorliefde voor numerieke modelberekening. Daarmee kan men uitrekenen, welke krachten er bijvoorbeeld inwerken op de bodem en zijwanden van een aquarium door de stromingen in het aquarium. Met al deze meetgegevens was Gross in staat aan te tonen, dat er een steeds wisselende druk op zee- en oceaanbodems wordt uitgeoefend en dat daarmee vooral Chandler’s Wobble verklaard kon worden. De drukverschillen worden volgens Gross voornamelijk veroorzaakt door temperatuurwisselingen tussen immens grote, diep gelegen waterlagen onderling en fluctuaties in het zoutgehalte. Gross komt dan tot de constatering, dat het fenomeen rond Chandler’s Wobble te vergelijken is met de trillende beweging van een roterende (brom)tol. De wiebelingen worden volgens Gross veroorzaakt door niet gelijkmatige materiaalverdeling in het lichaam van de tol, wat bij onze Aarde volgens hem nét zo is. Daar blijft het van de kant van Gross bij, want hij kan de relatie tussen de temperatuurwisselingen in de waterlagen en het wiebelen van de Aarde niet in beeld brengen. Simpelweg omdat noch hij, noch enige andere wetenschapper op deze Aarde, het wiebelen van de Aarde daadwerkelijk in beeld heeft weten te brengen. Dit unieke beeld reik ik door middel van dit rapport aan en toon daarmee aan, dat sowieso geen sprake is van zomaar een wiebeling in de letterlijke zin van het woord, maar van een onregelmatige slingering van de Aarde en sedert het jaar 2002 zelfs van een zeer schokkerige slingering.
Shumann-Frequentie
In z’n geheel trilt de Aarde nog op en neer met nu 7,83 Hertz.
chemische stoffen die ons vergiftigen worden geproduceerd door veel olie..:
https://www.youtube.com/watch?v=Ny279vYJJvY&t=153s – POISON in your Bathroom!
Vergeet ook niet hoeveel energie het kost om Diesel & Benzine (Octaan) te maken.
Nog een onbalans voorbeeld





