Metafoor van het gevoel

De Krekel was zo nieuwsgierig naar wat hij voelde, ergens diep van binnen, dat hij zich binnenste buiten keerde om daar achter te komen.

Het was aan de rand van het bos, vroeg in de ochtend. De lijster werd juist wakker en wist niet goed of hij nog droomde, en de leeuwerik viel bijna uit de lucht van verbazing, want daar, in het natte gras, in de milde ochtendzon, onder veel gehijg en getsjirp, duwde de Krekel zijn binnenste naar buiten, terwijl zijn buitenste naar binnen verdween.

De lijster vlog naar beneden en even later kwam ook de mier uit het struikgewas tevoorschijn, waar hij naar zoethout had gezocht.

‘Hoe bestaat het,’ zei de mier.

‘Hallo!’ Plotseling hoorden zij heel zacht van binnen uit de binnenstebuiten gekeerde Krekel een stem.

‘Ben jij dat Krekel?’ vroeg de mier.

‘Ja’, zei de stem.

‘Wat doe je daar ?’

‘Kunnen jullie mijn gevoel zien?’

‘Je gevoel?’

‘Ja. Jullie weten toch wel wat een gevoel is…? Het moet daar ergens zitten.’

‘Zie jij wat?’, vroeg de mier aan de lijster.

‘Nee, ‘ zei de lijster, ‘waar moet ik op letten?’

‘En mijn gedachten?’, vroeg de gesmoorde stem.

Weer bekeken de mier en de lijster de binnenstebuiten gekeerde Krekel, haalden hun schouders op en zeiden: ‘Nee!’

‘Oh,’ zei de stem, ‘wat zien jullie dan wel?’

‘Ja,’ zei de mier, ‘hoe moet ik dat zeggen. Het lijkt nergens op.’

‘Maar misschien is dat mijn gevoel wel!’ zei de stem.

‘Het ziet er eigenaardig uit, ‘zei de lijster.

‘En zo kun je ook niet eten Krekel, ‘ zei de mier. ‘Ik zie je mond nergens.’

‘Dat klopt, ‘ zei de stem. ‘Mijn mond is hier.’

‘Heb je honger?’ vroeg de mier.

Even was het stil. Toen zei de stem: ‘Dat weet ik niet. Kijk eens.’

De mier en de lijster bekeken de binnenkant van de Krekel nog eens nauwkeurig en de mier meende te kunnen zien dat de Krekel honger had.

‘Ja,’ je hebt honger,’ zei hij.

‘O,’ zei de stem. ‘Wat nu?’

‘Ik denk, ‘zei de mier, ‘dat j je buitenstebinnen moet keren Krekel. Er zit niets anders op.’

‘Dat denk ik ook, ‘ zei de lijster.

De Krekel vroeg of ze nog een keer heel goed wilden kijken of ze zijn gevoel zagen en ook bepaalde gedachten die hij soms zomaar tegen zijn zin had. Maar zij zagen niets. Toen keerde de Krekel zich met veel gekraak en rumoer weer buitenstebinnen. De mier en de lijster hielpen hem met trekken en duwen.

‘En toch, ‘ zei de Krekel, toen hij weer in het gras stond, zijn binnenste weer binnen en zijn buitenste buiten, ‘ toch hadden jullie mijn gevoel moeten zien. Want nu zit het weer hier.’ Hij tikte op zijn borst: ‘Hier.’

De lijster groette beide anderen en vloog weg, terwijl de mier de Krekel meenam naar een geheimzinnige plek onder de eik waar een potje zachte harshoning stond, dat de mier daar verborgen had voor een zeer special gelegenheid.

‘Vreemd hè, mier, ‘ zei de Krekel, terwijl hij een grote hap nam.

De mier knikte.

‘Ik denk altijd dat mijn gevoel rood is, ‘ zei de Krekel, ‘ lichtrood. Dat denk ik. Maar ik zou het zó graag eens zeker willen weten. Jammer dat jullie het niet konden vinden.’

De mier knikte en nam nog wat honing…

 

ontleend aan: Toon Tellegen: “Misschien wisten zij alles, blz. 276

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s