Voedsel voor de geest

20161123h

“Je draait door.” Dat kreeg criminoloog Stephen J. Schoenthaler te horen toen hij in 1980 wilde onderzoeken of het gedrag van gevangenen misschien zou verbeteren als hun menu werd aangepast. Schoenthaler was gefascineerd door drie stattistische curves: het aantal gevallen van zinloos geweld, de omzet van de fastfoodindustrie en de suikerconsumptie. Alledrie vertoonden indertijd alpiene trekjes. Zijn “buikgevoel” en zijn schoonmoeder fluisterden hem in dat er wel eens een verband zou kunnen zijn.

Ondanks de krritiek van collega’s zette Schoenthaler door. Hij vond een gedreven bondgenoot in de directeur van een grote gevangenis in Virginia. Binnen enkele weken timmerden ze een ambitieus onderzoek in elkaar. Eerst zouden ze de gevangen zes maanden volgen met het gebruikelijke menu van witbrood, hamburgers, worst, patat, ijsbergsla, koeken, milkshakes, zoete snacks en frisdrank. Vervolgens zouden de gedetineerden tien maanden worden “afgeknepen” op een dieet van volkorenbrood, aardappelen, vlees, vis, groente en fruit, zonder gefrituurde waren en suiker. Daarna zou weer een periode volgen van zes maanden traditionele gevangeniskost.

De resultaten waren – niet in de laatste plaats voor de gevangenen zelf – overweldigend. In de aardappelen-groente-vlees fase kelderde hun anti-sociale gedrag, om na herinvoering van hotdogs en koekjes weer voluit terug te keren. Het nieuws verspreidde zich snel en Schoenthaler werd een graag geziene gast in het gevangeniswezen. In tien jaar tijd onderwierp hij 8076 gedetineerden aan voedingsexperimenten. Zowel het schrappen van kristalsuiker als het opkrikken van de dagelijkse hoeveelheid vitamines en mineralen leidde consequent tot een afname van het aantal overtredingen, fysieke en verbale geweldsuitingen, uitbraak- en zelfmoordpogingen en tot een verbetering van de stemming. Recidivisten leverden 86% minder streken, drugsverslaafden 72%. Sommige inrichtingen besloten op de ingeslagen weg door te gaan. Maar in de loop der tijd ging het merendeel toch weer overstag voor Coca-Cola en McDonald’s.

Schoenthalers nieuwsgierigheid was nog niet bevredigd. Hij vroeg zich af off ook recalcitrante schoolkinderen te beïnvloeden waren met voeding. Om meer duidelijkheid te krijgen zetten hij in 1999 een studie op onder 468 zes- tot twaalfjarige leerlingen van een basisschool in Phoenix, Arizona. Deze school hield sinds jaar en dag het gedrag bij van elk kind. Omdat de kinderen niet op school aten maar bij hun ouders, besloot Schoenthaler te werken met een voedingssupplement. Vier maanden lang kregen de kinderen dagelijks ofwel een vitaminepilletje ofwel een placebo. Het effect van de vitamines – de helft van de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid – was enorm. Het aantal ‘disciplinaire maatregelen’ tegen veertig notoire onruststokers die een vitaminepil krgen, daalde met bijna 50%. De kinderen gedroegen zich minder agressief, waren minder vernielzuchtig, hadden meer respect voor hun onderwijzers, werden coöperatiever en konden zich beter concentreren. Als bijwerkingen gingen hun leerprestaties vooruit. Ook bleek het IQ van alle leerlingen die vitamines hadden geslikt – dus ook dat van de ‘rustige’ kinderen – iets omhoog te zijn gegaan.
“Het is naïef om te denken dat onvolwaardige voeding uitsluitend negatieve gevolgen heeft voor ons lichamelijk functioneren,” zegt arts Melvin Werbach, die een groot aantal studies naar de relatie voeding-gedrag op een rij zette. “Het brein is ook een orgaan, net als bijvoorbeeld de nieren, de ogen en het hart is het gevoelig voor een tekort aan voedingsstoffen. Met hersenscans zijn relaties gevonden tussen bijvoorbeeld de hoeveelheid magnesium in het bloed en het functioneren van een deel van het brein waar moraal, geweten en driftbeheersing zetelen. Schoenthaler en collega’s hebben nu laten zien dat het op peil brengen van zulke spiegels tot gedragsverbetering kan leiden.”

Veel artsen menen datt het in het Westen onmogelijk is te weinig vitamines en mineralen binnen te krijgen, ongeacht de eetgewoonten. Maar de consumptie van groente en fruit daalt nog steeds. Patat, hamburgers, milkshakes, chips en cola verdringen de Hollandse pot. Welbach: “Een duidelijk zichtbaar gevolg van die ontsporing is datt we alsmaar vetter worden en op ons dertigste botontkalking en ouderdomssuiker ontwikkelen. De andere ramp voltrekt zichin het geniep: tussen onze oren. We worden depressief, agressief of krijgen ADHD. Voor het merendeelvaan de kinderen in Schoenthalers experiment geldt dat ze normaal zouden eten. Ook zonder dagelijks vitaminepilletje. Wat aten Nederlands vlak na de oorlog? Boerenkool met worst? Spruitjes? Draadjesvlees? Perfect! Geef de jeugd van tegenwoordig regelmatig boerenkool met worst en het leven wordt een stuk aangenamer.”

Hoe ongebalanceerde voeding precies tot biochemische verstoringen in de hersenen leidt en hoe die verstoring te corrigeren valt met vitamines of mineralen, is slechts ten dele opgehelderd. Wie in de stoffige archieven van de medische bibliotheek duikt, vindt in een eeuw documentatie tientallen verbanden en theorieën, maar nauwelijks verklaringen. Antisociaal gedrag lijkt samen tte hangen met een overdadige consumptie van suiker en witmeel en een gebrek aan foliumzuur, thiamine (vitamine B1) en de mineralen ijzer, selenium en magnesium. Hetzelfde geldt voor depressies, paniekstoornissen en hyperactiviteit. Maar veel meer is niet bekend.

Duidelijker is de rol die de zogeheten omega-3 vetzuren spelen in het functioneren van de hersenen. Deze vetzuren zitten in groene groente, in bepaalde algen, maar vooral in vette vis. Talloze studies, waaronder een recent Rotterdams onderzoek, suggereren dat een harinkje helpt voorkomen dat we voortijdig depressief en seniel achter de geraniums belanden. Omega-3 vetzuren spelen een cruciale rol bij de signaaloverdracht in de hersenen. Bij een tekort kan er vanalles misgaan in die witgrijze telecomcentrale. “De minieme hoeveelheid omega-3 vetzuren in het westerse menu leidt aantoonbaar tot stoornissen in de productie van boodschapperstoffen als serotonine en dopamine,” zegt neuropsychiatter Emanuel Severus van de Universiteit van Berlijn. En de Zweedse patholoog Tom Saldeen: “In de Noord-Europese landen is de inname van omega-3 vetzuren in de afgelopen 80 jaar meet 80% gedaald. Datt heeft niet alleen desastreuze gevolgen voor hart- en bloedvaten, maar ook voor het brein en dus voor ons welbevinden. Dat laatste krijgt nauwelijks aandacht. De hersenen bestaan voor ongeveer de helft uit omega-3 vetzuren. Het is een essentieel vet, het lichaam kan het niet uit andere vetten maken. Dank je de koekoek dat we minder vrolijk worden als het brein ervan verstoken blijft.”

Niet alleen minder vrolijk, ook een beetje dommer en uiteindeijk zelfs depressief of dement. Kinderen worden slimmere volwassenen als ze worden gezoogd met moedermelk, die van nature rijk is aan omega-3 vetzuren. Alzheimer-patiënten hebben een duidelijk tekort aan omega-3 vetzuren in hun hersenen. Hetzelfde geldt voor kinderen met ADHD en manisch-depressieven. Aanvulling met omega-3 vetzuren uit een potje geeft vrijwel altijd verbetering.

En watt heeft de bovenkamer in ’s hemelsnaam met vis? Veel, zo wordt steeds aannemelijker. Omega-3 vetzurenzijn zo fundamenteel voor de aanleg en het functioneren van het zenuwstelsel, datt een groep wetenschappers vermoedt datt de grote hersenen van de Homo sapiens zijn geëvolueerd in een milieu waar omega-3 vetzuren rijkelijk voorhanden waren. Dat wil zeggen: dichtbij zee, waar hij veel vis kon vangen. “De enorme hersenen die de mens zijn unieke positie in de natuur hebben gegeven, kunnen alleen tot stand zijn gekomen in een eco-systeem dat een voortdurende aanvoer van omega-3 vetzuren waarborgt,” zegt Elaine Morgan, de Britse schrijfster van het boek The Aquatic Ape. “Geen wonder dat we mentaal achteruitgaan nu we deze vetten nauwelijks nog tot ons nemen.” Morgans theorie (geleend van de Britse paleontoloog Allistair Hardy) in een notedop: zeven miljoen jaar geleden werden apen door een geologische verandering gedwongen om van de zee te leven. Ze verruilden de jungle voor een kustlandschap. Dankzij de consumptie van omega-3 vetzuren konden hun hersenen steeds grotter worden, groter nog dan die van de hyperintelligente dolfijnen. Bovendien ontwikkelden deze mensapen allerlei eigenschappen die typisch zijn voor zeezoogdieren. Zoals het vermogen de ademhaling te beheersen, een spaarzaam behaarde huid met talgklieren en een relatief dikke speklaag. Het constante waden dwongg hen bovendien rechtop te lopen. Hoewel deze theorie nog altijd omstreden is, lijken sommige paleontologische vondsten haar te bevestigen. Zo werden de resten van de op één na oudste mensachtige Lucy aangetroffen temidden van evenoude resten van krabben en schelpdieren. Een heel verstandig zeebanket, blijkt achteraf.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s