Is het een virus of een chakra? Wordt het een pil of een kruidendrankje? Steeds meer huisartsen schrijven alternatieve middelen voor. Wedden dat het werkt?
Het stak in de binnendeur van mijn auto, zo’n klein geheimzinnig flesje. Nutribiotic Liquid Concentrated Extract of Grapefruit. Toen ik het drankje, new and improved, van meer dan veertig gulden teruggaf aan de wetenshcapper aan wie ik mijn auto een tijdje geleden had uitgeleend, lachte hij besmuikt, maar verzekerde mij dat het geweldig spul was. Waar het precies goed voor was, hoorde ik niet eens meer, zo verbaasd was ik dat hij zijn geld aan dat soort middelen uitgaf.
Op internet ging ik op zoek naar het geconcentreerde peperdure grapefruitsap. En inderdaad, een wondermiddel: werkzaam tegen meer dan vijfentwintig verschillende kwalen, van artritis en roos tot candida, herpes en eczeem. Het is desinfecterend, antibacterieel, antischimmel en antiviraal, kortom, overal goed voor. Ik kwam die onderzoeker later nog eens tegen. Het is ook een geweldig middel tegen voetschimmel, wist hij. En zijn vrouw gebruikte het om open plekken op de benen van haar paarden te behandelen. Hij is niet de enige medisch onderzoeker die alternatieve geneesmiddelen een kans geeft. Veel jonge artsen zijn op zoek naar andere, nieuwe manieren om de vragen van hun patiënten te beantwoorden. Ze zitten niet meer in hun spreekkamer achter een bureau en voor een boekenkast vol ontoegankelijke kennis. Bijna alles wat zij weten, is tegenwoordig ook in tijdschriften, op televisie en internet te vinden, en veel patiënten hebben voordat ze de behandelkamer binnenkomen daar alle relevante informatie reeds verzameld. Vroeger schudde je als arts dan vaderlijk (of moederlijk) het wijze hoofd. Maar het kan anders, en het gaat ook steeds vaker anders. Je kunt hun inzichten omarmen, samen de meegebrachte printjes van het net bestuderen en meedenken over waarom de ene aanpak wel en de andere niet zou kunnen helpen. Laatst kwam een vrouw bij mij op het spreekuur met de mededeling dat haar iriscopist had gezien dat zij een nierafwijking had. Of dat nu maar eens goed uitgezocht kon worden. Je kunt dan cynisch vragen of deze iriscopist de kwaal niet meteen even kon verhelpen, maar daar is niemand bij gebaat. De vrouw had geen enkele lichamelijke klacht die wees op nierlijden, en in haar familie kwamen geen nieraandoeningen voor. Mokkend vul je dan een laboratoriumformulier in, een verzoek om de nierfuncties te meten. Gelukkig zorgt de weddenschap die je tegelijkertijd met haar afsluit over de uitslag dat de goede sfeer bewaard blijft. Sinds een aantal jaren is het niet ongebruikelijk dat huisartsen homepatische geneesmiddelen voorschrijven, ook al zijn ze niet geschoold op dat gebied. Ook artsen die niet in de homepatie geloven, schrijven dergelijke middelen voor. De patiënten willen het. Bovendien kan de overtuiging dat zij het ‘juiste’ middel hebben gekozen ertoe leiden dat ze er baat bij hebben – het beroemde placebo effect. Zelf doe ik het ook wel eens, zij het alleen op verzoek van de patiënt. Tijdens mijn opleiding was homepathie synoniem met ‘niet-werkend’. Ik werd berispend toegesproken als ik een geneesmiddel in te lage ofwel homepathische dosering had voorgeschreven: daar kon een mens toch niet beter van worden! Nu schrijf ik homepatische verdunningen voor waarin voor waarin volgens de gangbare natuurkunde geen enkel molecuul (van de volgens homeopaten) werkzame stof aanwezig kan zijn. Als ik aan artsen vraag of ze bij elke klacht homeopatische middelen zouden voorschrijven of alleen bij onschuldige aandoeningen, reageren ze verschillend. De een zegt dat veel klachten vanzelf overgaan en wie weet met behulp van het homeopatische middel mogelijk wat sneller. De ander reageert met: als mensen erom vragen, wie ben ik dan om het te weigeren? Er zijn natuurlijk heel veel huisartsen die uitsluitend volgens de regels van “evidence based medicine” (door wetenschappelijk bewijs gedragen geneeskunde) voorschrijven. Ik ken zelfs een boeddhist die heilig in Tibetaanse geneeskunde gelooft, maar zijn patiënten uitsluitend evidence based-geneesmiddelen voorschrijft. De meesten echter weten dat het al te star vasthouden aan wetenschappelijke richtlijnen, de goede relatie met de patiënt, en dus diens genezing, in de weg kan staan. In geval van lichamelijke klachten door stress en spanning, heeft vrijwel iedere huisarts een alternatief achter de hand. Yoga, meditatie, hapto- en hypnotherapie scoren daarbij hoog. Ooit beschouwde ik fysiotherapie als de perfecte psychotherapie voor oudere mensen met depressieve klachten. Het lichamelijk contact en het luisterend oor van de therapeut werkten prima. Mensen bij wie de stress hun oren uitkomt, verwijs ik nog altijd regelmatig naar een yogaleraar om ontspanningsoefeningen te leren. Een huidarts met wie ik geregeld samenwerk, verwijst mensen met chronisch en moeilijk behandelbaar eczeem soms naar een Chinese arts. Die kan met zijn kruidenmengsels nog wel eens wat bereiken. Patiënten zijn meestal aangenaam verrast door zo’n advies. Artsen staan versteld van de vele bezoekjes die hun patiënten tussen de bedrijven door brengen aan alternatieve genezers. Ieder jaar zoeken bijna tweeëneenhalf miljoen volwassenen een behandelaar buiten het reguliere circuit. Bij een gemiddelde van zes betekent dat vijftien miljoen alternatieve consulten per jaar. De alledaagse gebruikers van complementaire geneeswijzen zijn hoogopgeleid, verdienen goed en zijn zekere niet goedgelovig. Net als de wetenschapper die zijn wonderbaarlijke grapefruitsap in mijn auto achterliet, kunnen ze precies uitleggen waarom ze op dat moment voor die bepaalde behandeling kiezen. Meestal gaat het om chronische, voor de reguliere arts lastig te behandelen klachten als rugpijn, eczeem en gewrichtsklachten.
Een niet te verwaarlozen deel van de gebruikers zijn mensen met ernstige en ongeneeslijke aandoeningen als kanker en chronische pijnklachten. In zulke gevallen knijpt de reguliere geneeskunde al een tijd lang een hoogje dicht. Op de kankerafdelingen en in pijncentra van de grote ziekenhuizen is de integratie van reguliere en alternatieve zorg vergevorderd. Op kankerafdelingen kunnen patiënten speciale diëten en schildertherapie krijgen; in pijncentra worden naast morfine ook muziek en massage gebruikt. Negentig procent van de kankerpatiënten zoekt naast de reguliere behandeling naar aanvullende therapieën waardoor ze hun overlevingskans zouden kunnen vergroten – en dat zonder hun gezonde verstand thuis te laten. De meest kritische vrouw die ik ooit heb gekend, kreeg een nauwelijks te behandelen vorm van kanker. Stad en land reisde ze af, op zoek naar genezers, tot de meest ongure types aan toe, om de eerste vrouw in Nederland te zijn die deze ongeneeslijke vorm van kanker wél onder de knie zou krijgen. Toen haar reguliere artsen de moed al lang hadden opgegeven, bleef zij grote hoeveelheden vitamines slikken en volgde (min of meer trouw) een alternatief dieet. De enige behandelaar die ze bleef bezoeken, een die aanvankelijk extreem alternatief leek, was degene die echt met haar praatte, die niet meer beweerde dat hij haar kon genezen, maar die haar angst voor de dood wegnam. Om naar een patiënt te luisteren hoef je natuurlijk geen alternatieve genezer te zijn: ook een buurvrouw kan dat. Het is echter teleurstellend dat het niet de reguliere artsen zijn die het patent hebben op dat luisterend oor. Historisch is dat goed te verklaren. De oude geneeskunst werd in de jaren zeventig ingewisseld voor de wat killere kunde. Patiëntenzorg alleen was voor de carrière niet voldoende, onderzoek was minstens zo belangrijk. De dokter was in zijn achterhoofd voortdurend bezig met een trial, waarin de patiënt zich soms een nummer voelde.
Nieuwe middelen en ingrepen dienen, voordat zw worden toegepast, uitgebreid getest te zijn volgens strenge richtlijnen. Zestig procent van de reguliere geneesmiddelen is nooit op deze wijze getest. We weten dan ook niet zeker of ze beter werken dan een neppil. Van veel middelen die worden voorgeschreven, weten we zelfs zeker dat ze niet goed werken. Dat artsen ze nog altijd voorschrijven, komt doordat het vaak moeite kost om de patiënt ervan te overtuigen dat hetgeen hij al jaren gebruikt niet het beste middel is. Ooit is mij geleerd dat een maand lang vitamine B-complex slikken een gouden greep was voor mensen die klagen dat ze voortdurend moe en mat zijn. Ze kregen bij de pillen het advies om gezond te eten, op tijd naar bed te gaan en niet te veel alcohol te gebruiken. Gevolg: na een maand waren ze een stuk opgeknapt. Maar dat kwam, weten we nu, niet door de vitamine Bmaar door het feit dat ze zo keurig leefden. De dagelijkse pillen waren wel nuttig als tastbare herinnering aan hun plechtige belofte. Niet alleen oude maar ook hypermoderne therapieën worden toegepast zonder dat de effectiviteit ervan is bewezen. In 1999 kwam de gezondheidsraad met een rapport over elektrotherapie, lasertherapie en ultrageluidbehandelingen door de fysiotherapeut. Allemaal veelvuldig toegepaste behandelingen die in Nederland onder de reguliere zorg vallen. Uit het literatuuronderzoek bleek echter dat ze helemaal niet zo effectief zijn. Bij de keuze voor alternatieve middelen spelen wetenschappelijke bewijzen nauwelijks een rol. Anekdotische informatie is belangrijker: dat middel heeft zo goed bij oom en tante gewerkt, dan zal het bij mij, bij de kwaal die daar een beetje op lijkt, ook wel helpen. De meest ervaren objectieve onderzoeker op het gebied van alternatieve geneeskunde in Nederland is de Maastrichtse hoogleraar Paul Knipschild. Zijn onderzoeksgroep kreeg in 1987 subsidie van de overheid om de effectiviteit van alternatieve geneswijzen te bestuderen. Zijn oordeel: “Reguliere geneeskunde is redelijk effectieve therapie zonder franje en de alternatieve geneeskunde is minder effectief maar aangevuld met veel franje. Het daaraan toegevoegde placeboeffect maakt dat veel alternatieve therapieën heel werkzaam overkomen.” Dat sommige therapieën in de praktijk lijken te werken, komt onder andere doordat mensen de overstap naar alternatief maken als zij op hun ziekst zijn, wanhopig en uitgedokterd. Maar na een beroerde periode gaat het vaak tijdelijk wat beter. Bovendien geven de meeste alternatieve gezers nieuwe hoop: “Wij kunnen wel wat voor u betekenen.” Vandaar dat mensen hun eerste bezoek aan de alternatieve genezer als weldadidig ervaren. Om maar niet te spreken van de tijd en aandacht die aan hen wordt besteed. Want als er één groot verschil is met reguliere artsen, dan is het dat de zee van tijd en aandacht waarin de alternatieve genzer zijn patiënten laat baden. Ook al ontbreken de wetenschappelijke bewijzen, toch durven steeds meer huisartsen toe te geven dat ze er wel iets in zien. Een paar maand geleden gaf ik sommige van hen tijdens een nascholingscursus een vragenlijstje om te weten te komen of ze alternatieve therapieën aanraden en wat ze er zelf van vinden. De helft zei ‘zelden’ alternatieven voor te schrijven; eenderde deed dat nooit. Meditatie en yoga werden door tweederde van de huisartsen als nuttig beschouwd. Eenzelfde aantal gelooft dat acupunctuur redelijk werkzaam is bij chronische pijn en astma. Slechts eenderde denkt dat het ook iets tegen roken kan uitrichten. Tweederde zag wel wat in orthomoleculaire en antroposofische geneeskunde en haptonomie. Antikankerdiëten scoren laag: acht procent. Homeopathie nóg lager: vier procent. Nascholingscursussen zijn bedoeld om artsen voor te bereiden op nieuwe ontwikkelingen in de reguliere geneeskunde. De alternatieven komen maar zelden aan bod. Onlangs gaf cultureel antropoloog Cor Hoffer, gepromoveerd op de Islamitische geneeskunde, een cursus. In de Islamitische geneeskunde speelt magie een grote rol. De zwarte magiër maakt gebruik van gedroogde dieren, gemalen nagels, en andere attributen om het boze oog op iemand te laten schijnen. Zo’n vloek kan teniet worden gedaan door een ‘witte’ magiër. Niet alleen allochtonen maken van deze genezers gebruik, ook autochtone Nederlanders. Zij kunnen hun huisarts versteld doen staan door de mededeling dat hun klachten misschien wel veroorzaakt worden door magie. Hoffer suggereerde de deelnemende huisarts om mensen van wie zij geen idee hebben wat de oorzaak is van hun steeds terugkerende klachten, eens te vragen of ze misschien last hebben van het boze oog…
Alles over alternatieven:
Voorpagina
http://www.nccam.nih.gov (Am. Onderzoek)
Stephen Straus: Vertel het je huisarts
Sinds enkele jaren wordt in de V.S. serieus onderzoek gedaan naar alternatieve geneeswijzen in het National Center for Complementary and Alternative Medicine. Stephen Straus, leider van dit project, is voor- noch tegenstander. Hij wil gewoon weten hoe het zit. Persoonlijk hecht hij de meeste waarde aan planten. Veel reguliere geneesmiddelen zijn daar ook op gebaseerd. In het meest recente vijfjaren-plan staan onderzoeken naar onder andere traditionele Chinese en Indiaanse geneeswijzen, en meer dan 1500 kruiden. Straus verwacht veel van het onderzoek naar plantaardige (fyto-)oestrogenen, met name tegen borst- en prostaatkanker. Komende zomer wordt een groot onderzoek naar sint-janskruid afgesloten. Straus: “Daaraan wordt jaarlijks wereldwijd zes miljard dollar aan uitgegeven. Er is geen geneesmiddel dat zo goed verkoopt. Met het onderzoek wil ik aantonen of dat terecht is of niet.” Samen met het Institute of Aging onderzoekt Straus het effect van ginkgo biloba op dementie. In samenwerking met het National Cancer Institute bekijkt hij de werking van haaienkraakbeen bij longkanker. De helft van de mensen die aan het onderzoek deelnemen, krijgt naast hun chemotherapie haaienkraakbeen, de ander helft een placebo.
Straus waarschuwt dat alternatief niet hetzelfde is als onschuldig. Sint-Janskruid, hebben zijn medewerkers ontdekt, belemmert de werking van medicijnen tegen aids (L-Lysine waarschijnlijk niet; Tho) Ephedra-preparaten (bekend onder de Chinese naam Ma huang en in ons land te koop als thee en pillen) worden geprezen als ‘natuurlijke’ vermageringsmiddelen maar kunnen bij mensen met hoge bloeddruk hersenbloedingen veroorzaken. Ginkgo Biloba zorgt voor een daling van het aantal bloedplaatjes, wat niet ongevaarlijk is voor mensen die (chemische) bloedverdunners gebruiken. Straus’ advies:”Houd er rekening mee dat alternatieve genezers zelden een goede diagnose stellen. Ze hebben er domweg de kennis en de apparatuur niet voor in huis. En als je alternatieven gebruikt, vertel het dan aan je reguliere arts.”
acupunctuur Chinese geneeswijze die is gebaseerd op de overtuiging dat ziekten worden veroorzaakt door verstoring van de energiestromen in het lichaam. Genezing wordt bereikt door naalden te zetten in één van de 365 acupunctuurpunten. Het lijkt effectief tegen misselijkheid en pijn, maar verder laat goed uitgevoerd onderzoek geen gunstige effecten zien
Antroposofische geneeskunde Geneeswijze ontwikkeld door Rudolf Steiner, de bedenker van de antroposofie, en de Nederlandse Ita Wegman (1876-1943). Homeopathie in combinatie met astrologie en nog wat eigenzinnige inzichten. Wetenschappelijk onderzoek: geen
Ayurveda Indiase geneeswijze die ervan uitgaat dat ziekten worden veroorzaakt door een verkeerde balans tussen lichaamssappen. Dieet is de beste therapie. Bekendste verkondiger is Hollywood-goeroe Deepak Chopra
Bach-bloesemtherapie Geneeswijze bedacht door de Brit Edward Bach (1886-1936), waarbij klachten te lijf worden gegaan met bloesemextracten.
chiropractie Vorm van fysiotherapie, gebaseerd op de overtuiging van D.D. Palmer (1845-1913) dat alle klachten worden veroorzaakt door scheefstand van ruggenwervels. Vooral populair in V.S. Komt bij onderzoek naar nek- en rugpijn regelmatig uit de bus als minstens zo effectief als fysiotherapie
Fytotherapie Kruidengeneeskunde. Diverse traditioneel geneeskrachtige planten worden momenteel onderzocht. Tweederde van onze geneesmiddelen is al van plantaardige oorsprong
haptonomie Vorm van fysiotherapie bedacht door Frans Veldman (geboren 1920), waarbij de fysieke behandeling aangevuld wordt met zweverig psychotherapeutisch gebabbel. Onze bekendste haptonoom, Ted Troost, is volgens Veldman veel te commercieel bezig.
homeopathie Geneesmiddelenleer, gebaseerd op het ‘similiaprincipe’ van Samuel Hahnemann (1755-1843): ziekten dienen te worden bestreden door het in zeer sterk verdunde vorm toedienen van stoffen die dezelfde klachten veroorzaken. Vooral populair in Frankrijk.
Iriscopie Het ‘aflezen’ van ziekten uit de kronkeltjes en kleurtjes in de iris van het menselijk oog. Bedacht in 1866 door de Hongaar Ignaz von Péczely.
manuele therapie alternatieve vorm van chiropractie, in 1964 ontwikkeld door de acupuncturist G van der Bijl. Zijn leerlinge G. Sickesz splitste zich in 1973 af met ‘orthomanuele therapie’.
Moerman- & Houtmuller-dieet Diëten tegen kanker, gebaseerd op het idee dat deze ziekte wordt veroorzaakt door verkeerd eten (uit de magnetron??). Onderzoek naar patiëntengegevens leverde geen bewijs van effectiviteit op.
Natuurgeneeskunde Genzen door herstel van de natuurlijke balans d.m.v. zaken als rust, goed eten, baden, massage etc.
orthomoleculaire geneeskunde Naam bedacht door Nobelprijswinnar Lineus Pauling (1901-1994) voor het slikken van overdoses vitaminen en mineralen. Iedere kwaal zou op die manier te behandelen zijn. Paulings bewering dat megadoses vitamine C goed zijn tegen kanker, is nooit wetenschappelijk bewezen. (dr. Rath: In combinatie met L-Lysine to 10g/dag geen bijwerkingen – gezwellen stoppen met groeien of verdwijnen)
Paranormale geneeswijze Behandeling van klachten door het paranormaal beïnvloeden van de ‘aura’ of het ‘energieveld’ van de patiënt. Wetenschappelijk onderzocht. Geen robuust meetbaar effect.
Therapeutic Touch Vorm van paranormaal behandelen, begin jaren zeventig bedacht door de Amerikaan Doleres Krieger. Populair onder verpleegkundigen die zo het gevoel krijgen iets meer te kunnen betekenen voor de patiënt. (vgl. Bij kinderen wrijf je er ook even overheen en het is weer klaar – natuurlijk werkt dat!)
