Is mijn kind autistisch?
Een eenvoudige checklist kan wellicht autisme al in een veel eerder stadium ontdekken dan de gangbare tests.
BMR-Vaccinatie kan Autisme veroorzaken. Ontstoren met Homeopatisch-BMR-Vaccin uit GENT/België.
Onder de stoornissen in het autistische spectrum vallen een aantal psychologische aandoeningen, met als verbindende factor dat de sociale interactie en de communicatie op veel vlakken spaak lopen en dat een beperkte interesse en repetitief gedrag opvallen1. Door autisme op zo vroeg mogelijke leeftijd vast te stellen geef je het kind de mogelijkheid eerder met behandeling te starten. Dat is zeer gunstig voor de ontwikkeling en het leervermogen op latere leeftijd. Uit de meeste onderzoeken blijkt echter dat er veel tijd zit tussen de eerste melding van ouders dat ze zich zorgen maken, en de uiteindelijke diagnose in het autistische spectrum. Sommige kinderen zitten tegen die tijd al lang op school.
Er is echter in de natuurgeneeskunde een checklist van vijf minuten (gevalideerd in 2002) die ouders al kunnen invullen als het kind een half jaar oud is, bijvoorbeeld in de wachtkamer, en die een vroege diagnose van een autisme-spectrumstoornis (ASS) mogelijk maakt. Zo kunnen ouders wier bezorgdheid onnodig is eerder gerustgesteld worden, maar ook kunnen kinderen waarbij de zorgen terecht zijn eerder worden behandeld. Er is een duidelijke behoefte aan vroege diagnostiek van ASS. Uit een onderzoek kwam naar voren dat het zeer wenselijk zou zijn om een systematische screening op ASS op te nemen in de standaardcontrole bij eenjarigen op de consultatiebureaus2.
De CSBS DP baby-/dreumeschecklist bestaat uit 24 vragen in zeven hoofdrubrieken: emotie en oogcontact, communicatie, gebaren, geluiden, woorden, begrip en gebruik van objecten. Op elke vraag wordt geantwoord door een vakje aan te kruisen onder ‘nog niet’, ‘soms’ en ‘vaak’. Voorbeelden van vragen zijn: ‘weet u wanneer uw kind blij of juist van streek is?’ en ‘glimlacht of lacht uw kind als het naar u kijkt?’ in de rubriek Emotie en oogcontact. In de rubriek Woorden wordt de ouder/verzorger bijvoorbeeld gevraagd: ‘hoe veel verschillende woorden gebruikt uw kind ongeveer die een betekenis hebben die u herkent (zoals baba voor beestje)?’ De antwoorden leveren een score op voor sociale ontwikkeling, spraak en symboolgebruik en een totaalscore voor kinderen van een half tot twee jaar oud. Die score levert weer een percentielscore en een ontwikkelingsprofiel op. Een kind dat buiten bepaalde marges scoort, wordt voor nader onderzoek doorverwezen en ieder half jaar opnieuw onderzocht tot de leeftijd van drie jaar.
Van de 10.479 kinderen die op deze manier gescreend werden, kregen er 32 uiteindelijk de diagnose van een ASS. Na uitsluiting van de laat ontstane gevallen en die van voorbijgaande aard, bleek deze score consistent met de huidige schatting van het percentage onder eenjarigen, aldus de onderzoekers. Met meerekening van de kinderen die een taal-, ontwikkelings- of anderssoortige achterstand bleken te hebben leverde deze eenvoudige screening in 75 procent van de gevallen een accurate diagnose op. Na de screening kregen alle kinderen met een ASS of ontwikkelingsachterstand en 89 procent van de kinderen met een taalachterstand een verwijzing voor gedragstherapie. Gemiddeld waren de kinderen op het moment van doorverwijzen zeventien maanden oud. Ter vergelijking: volgens een eerder (2009) onderzoek op basis van gegevens van de Amerikaanse GGD’s (CDC’s: Centers for Disease Control and Prevention) krijgen kinderen momenteel gemiddeld de diagnose van een ASS rond de leeftijd van ruim vijfeneenhalf (68 maanden) en begint de behandeling nog enige tijd later.
Gezien het feit dat er vrijwel geen universele screening bestaat voor kinderen rond de leeftijd van een jaar, zou deze checklist door elke natuurgeneeskundige gebruikt kunnen worden, en vrijwel zonder kosten. Hij kan helpen grote ontwikkelingsproblemen bij kinderen vroegtijdig op te sporen. Een dergelijke screening kan de zorgen van ouders over een mogelijke autistische stoornis bij hun kind eerder beantwoorden en hen meer zekerheid geven dan tot nu toe mogelijk was.
Harald Gaier
Harald Gaier is erkend Brits natuurgeneeskundige, osteopaat, homeopaat en kruidengeneeskundige. (Voor meer informatie: http://www.drgaier.com)
1World Health Organization. International Statistical Classification of Diseases and Related Health Problems, 10th edn (ICD-10). Gene: WHO, 2006.
2J Pediatrics, 28 apr 2011; doi: 10.1016/j.peds.2011.02.036

UitgaveJuni 2012

In dit nummer
- Van de hoofdredactie: geldzucht
- Dossier farmaceutische industrie: ‘Redder der mensheid’ of simpele melkkoe?
- Bipolaire kinderen
- Is mijn kind autistisch?
- Homeopathie bij mannenziekten
Kort nieuws
- De symptomen van hartaanval bij vrouwen
- Curry-kruid beter tegen dementie dan antipsychoticum
- Visolie helpt voor teruggetrokken pubers en concentratieproblemen
- Multivitamine beschermt tegen colonkanker
- Veelgebruikte pillencombinatie blijkt risicovol
- Nieuwe vogelgriepangst – of weer een marketingtruc?
- SSRI’s tegen depressie verhogen valrisico ouderen
Snel naar een andere editie Kies een editie … Oktober 2013 September 2013 Juli 2013 / Augustus 2013 Juni 2013 Mei 2013 April 2013 Maart 2013 Februari 2013 December 2012 / Januari 2013 November 2012 Oktober 2012 September 2012 Juli/augustus 2012 Juni 2012 Mei 2012 April 2012 Maart 2012 Februari 2012 December 2011/Januari 2012 November 2011 Oktober 2011 September 2011 Juli/augustus 2011 Juni 2011 Mei 2011 April 2011 Maart 2011 Februari 2011 December 2010/januari 2011 November 2010 Oktober 2010 September 2010 Juli 2010 Juni 2010 Mei 2010 April 2010 Maart 2010 februari 2010 december/januari 2010 november 2009 oktober 2009 september 2009 juli/augustus 2009 juni 2009 mei 2009 april 2009 maart 2009 februari 2009 december 2008/januari 2009 november 2008 oktober 2008 september 2008 juli/augustus 2008 juni 2008 mei 2008 april 2008 maart 2008 februari 2008 december 2007/januari 2008 november 2007 oktober 2007 september 2007 juli/augustus 2007 juni 2007 mei 2007 april 2007 maart 2007 februari 2007 december 2006/ januari 2007 november 2006 oktober 2006 september 2006 juli 2006 juni 2006 mei 2006 april 2006 maart 2006 februari 2006 december 2005/januari 2006 november 2005 oktober 2005 september 2005 juli 2005 juni 2005 mei 2005 april 2005 maart 2005 februari 2005 december 2004 november 2004 oktober 2004 september 2004 juli 2004 juni 2004 mei 2004 april 2004 maart 2004 februari 2004 december 2003/januari 2004 Medisch Dossier – Neem uw gezondheid in eigen hand
Ingelogd als:
tjarko.douwe.holtjer@gmail.com
Uitloggen
Zoek op deze site
RSS FeedOnze laatste blogberichten
- Valse uitslag kankertest door diabetesmiddel
- WHO medewerkers ‘betaald door …
- Röntgenopname bij tandarts verhoogt risico …
De CO2-uitstoot van deze website is gecompenseerd door een investering in windenergie.
5-HTP: Geluk in een puur pilletje?
Geluk in een pilletje klinkt aantrekkelijk, en de onderzoeken zijn veelbelovend. Verdient dit supplement zijn populariteit?
5-Hydroxytryptofaan, beter bekend als 5-htp, is een voedingssupplement op basis van natuurlijke stoffen. Het wordt verkocht met de claim dat het de eetlust reguleert, slaapstoornissen verhelpt, hoofdpijn vermindert en de stemming beter en evenwichtiger maakt. Maar wat is het eigenlijk voor stofje en doet het inderdaad wat het belooft?
Wat is 5-htp?
5-htp is een aminozuur dat in de natuur voorkomt. Het lichaam maakt er gebruik van om serotonine aan te maken, de neurotransmitter die ook wel het ‘gelukshormoon’ wordt genoemd en een cruciale rol lijkt te spelen in de regulatie van slaap, stemming, pijnzin, ontstekingsprocessen en andere lichaamsfuncties. 5-htp wordt in het lichaam gemaakt uit l-tryptofaan, een aminozuur dat deel uitmaakt van de meeste voedingseiwitten. Maar door het eten van veel l-tryptofaan bevattende voeding wordt het gehalte 5-htp niet significant hoger. De 5-htp die in supplementen wordt gebruikt, is afkomstig van de zaden van het West-Afrikaanse medicinale kruid Griffonia simplicifolia.
Wat doet 5-htp?
Uit wetenschappelijk onderzoek valt op te maken dat 5-htp heilzaam zou kunnen werken bij een aantal verschillende aandoeningen, met name die waarbij een tekort of onevenwichtig gehalte van serotonine een rol speelt. Voorbeelden zijn depressie, fibromyalgie en migraine. De werking is gebaseerd op een verhoging van het serotoninegehalte in het centrale zenuwstelsel, maar ook van andere neurotransmitters en stoffen aldaar, zoals melatonine, dopamine en noradrenaline. Door die werking heeft 5-htp een duidelijk effect op de chemie in de hersenen en op aandoeningen waarbij serotonine betrokken is.
Depressie
5-htp kan symptomen van een depressie aanzienlijk verbeteren, zo blijkt uit vele klinische onderzoeken. In een onderzoek met 36 patiënten met deze diagnose is 5-htp (100 mg drie maal daags) gedurende zes weken vergeleken met de selectieve serotonine-heropnameremmer (ssri) fluvoxamine (150 mg drie maal daags). Uit de resultaten bleek dat in beide onderzoeksgroepen een significante en vrijwel gelijke afname van de depressiesymptomen optrad vanaf week twee tot en met zes. In week vier scoorden vijftien van de 36 patiënten (42 procent) die behandeld werden met 5-htp, en achttien van de 33 patiënten (55 procent) die fluvoxamine kregen minstens 50 procent beter op een standaardvragenlijst over depressiesymptomen. Aan het eind van het onderzoek hadden de twee groepen bijna gelijke cijfers voor wat betreft deze verbetering van 50 procent, maar waren er in de fluvoxaminegroep meer patiënten bij wie de behandeling had gefaald1.
Bij een dosis van 200-300 mg/dag kan 5-htp wellicht ook de depressiesymptomen van mensen met bipolaire stoornissen behandelen2,3.
Fibromyalgie
In een dubbelblind placebogecontroleerd klinisch onderzoek met vijftig patiënten met dit chronische pijnsyndroom leidde drie maal daags 100 mg 5-htp tot een significante verbetering van alle symptomen die in de studie waren opgenomen, waaronder pijn, gevoelige punten, ochtendstijfheid, slaapstoornis, angst en vermoeidheid4. Een langduriger klinisch onderzoek (90 dagen) door dezelfde onderzoekers leverde soortgelijke resultaten op5.
Migraine en hoofdpijn
5-htp blijkt hoofdpijnaanvallen te kunnen voorkomen bij verschillende vormen van chronische hoofdpijn, zoals migraine, spanningshoofdpijn en hoofdpijn bij kinderen6. In een onderzoek met 124 patiënten werd 5-htp vergeleken met methysergide, een veelgebruikt middel tegen migraine. Na een half jaar werd een significante verbetering gemeten bij 75 procent van de patiënten die met methysergide waren behandeld en bij 71 procent van de mensen die met 5-htp waren behandeld. Met 5-htp werden echter wel betere resultaten geboekt voor wat betreft vermindering van de intensiteit en duur van de migraine-aanvallen, aldus de onderzoekers7.
In een onderzoek met 48 leerlingen op de basisschool en de onderbouw van het voortgezet onderwijs bleek behandeling met 5-htp (4,5 mg/kg/dag) de hoofdpijnfrequentie met 70 procent te verlagen tegenover 11 procent met een placebo8.
Slaapstoornis
Er zijn onderzoeken waaruit valt op te maken dat 5-htp ook tegen slaapstoornissen kan werken, zoals insomnia. Door 600 mg in gedeeltelijke doseringen te geven aan gezonde proefpersonen, bleek de hoeveelheid rem-slaap (rapid eye movement) toe te nemen. Dat is een teken van verbetering van de kwaliteit van de slaap. Een kleinere dosis is misschien beter, aangezien hogere doseringen volgens anekdotische verslagen nachtmerries kunnen veroorzaken. In een onderzoek waarin 200 mg 5-htp werd gebruikt, bleek dat die dosis al kan leiden tot een toename van de rem-slaap, zij het een minder grote dan bij de hogere doses9.
Overgewicht
5-htp zit vaak in supplementen die bedoeld zijn voor gewichtsafname, met de claim dat ze de eetlust kunnen bijsturen en helpen bij het afvallen. Er is enig bewijs voor die claim, zoals onder andere bleek uit drie klinische onderzoeken met obese patiënten die dankzij 5-htp minder aten en daardoor ook afvielen9.
In een dubbelblind klinisch onderzoek werden twintig mensen met overgewicht willekeurig ingedeeld in een groep die twee maal zes weken ofwel 900 mg 5-htp per dag kregen ofwel een placebo. In de eerste periode van zes weken werd geen dieet gevolgd en in de tweede periode werd een dieet voorgeschreven met maximaal 1200 kcal per dag. De onderzoekers meldden dat er met 5-htp een significante gewichtsafname optrad in beide perioden, evenals een vermindering van de koolhydraatconsumptie en een ‘consequent optreden van een snel gevoel van verzadiging’. De keerzijde was dat 80 procent van de mensen die 5-htp namen last had van misselijkheid, echter niet ernstig genoeg om te leiden tot drop-out uit het onderzoek. Ook nam de misselijkheid af in de loop van het onderzoek10.
Wat zijn de risico’s?
De bijwerkingen van 5-htp zijn in het algemeen mild en bestaan bij sommige mensen uit misselijkheid, maagzuurbranden, winderigheid, een vol gevoel en rommelende darmen. Bij een hoge dosis kan echter het serotoninesyndroom ontstaan. Dat betekent dat er te veel serotonine in het lichaam is. Dat kan ook gebeuren als het supplement wordt genomen in combinatie met een antidepressivum als een ssri, al zijn er tot op heden geen specifieke vermeldingen in publicaties over zo’n wisselwerking6.
Een ander punt van zorg is dat 5-htp kan leiden tot het eosinofilie-myalgiesyndroom (ems), een ernstige aandoening met extreem gevoelige en pijnlijke spieren alsmede bloedafwijkingen11. Er zijn echter aanwijzingen dat het ems ontstond door een vervuiling van 5-htp-supplementen die vroeger werden gebruikt, voordat er stringentere productieregels werden ingevoerd12.
Toekomstverwachtingen
5-htp toont zich voor een aantal chronische aandoeningen veelbelovend, en zou wel eens een nuttig alternatief kunnen blijken voor geneesmiddelen als ssri’s en preventieve middelen tegen migraine. Maar tot op heden zijn alle onderzoeken kleinschalig geweest en van recent onderzoek is er veel te weinig. Ook zijn er vraagtekens rond veilige doseringen en productiestandaarden.
Als u desondanks 5-htp wilt proberen, zorg dan dat u dat onder supervisie van een medisch professional doet.
Joanna Evans
1Altern Med Rev, 1998; 3: 271-280
2J Affect Disord, 1980; 2: 137-146
3Acta Psychiatr Scand Suppl, 1981; 290: 191-201
4J Int Med Res, 1990; 18: 201-209
5J Int Med Res, 1992; 20: 182-189
6Altern Med Rev, 1998; 3: 271-280
7Eur Neurol, 1986; 25: 327-329
8Drugs Exp Clin Res, 1987; 13: 425-433
9Altern Med Rev, 1998; 3: 271-280
10J Clin Nutr, 1992; 56: 863-867
11Adv Exp Med Biol, 1999; 467: 461-468
12J Rheumatol, 1994; 21: 2261-2265
Trefwoorden
5-HTP, hydroxytriptofaan serotonine

UitgaveMaart 2012

In dit nummer
- Van de Hoofdredactie: Barre tijden
- Voedingssupplementen – verplichte kost
- Gezonde nagels
- 5-HTP: Geluk in een puur pilletje?
- Tandvleesziekte
Kort nieuws
- Antidepressiva maken depressiever
- Poliovaccin verdacht van veroorzaken encefalitis
- Jaarlijks griepvaccin niet goed voor kinderen
- Geneesmiddelfabriek lekt radioactieve deeltjes
- Nieuwe standaardharttest wijst dubbel zo vaak op noodzaak operatie
- Tai chi vermindert pijn artrose en verbetert beweeglijkheid
- Kraanwater wellicht boosdoener prostaatkanker
- WiFi-laptop kan man minder vruchtbaar maken
- Klein beetje te veel paracetamol kan al fataal zijn
- Volksremedie blijkt natuurlijk antikankermiddel en antirimpelmiddel
Snel naar een andere editie Kies een editie … Oktober 2013 September 2013 Juli 2013 / Augustus 2013 Juni 2013 Mei 2013 April 2013 Maart 2013 Februari 2013 December 2012 / Januari 2013 November 2012 Oktober 2012 September 2012 Juli/augustus 2012 Juni 2012 Mei 2012 April 2012 Maart 2012 Februari 2012 December 2011/Januari 2012 November 2011 Oktober 2011 September 2011 Juli/augustus 2011 Juni 2011 Mei 2011 April 2011 Maart 2011 Februari 2011 December 2010/januari 2011 November 2010 Oktober 2010 September 2010 Juli 2010 Juni 2010 Mei 2010 April 2010 Maart 2010 februari 2010 december/januari 2010 november 2009 oktober 2009 september 2009 juli/augustus 2009 juni 2009 mei 2009 april 2009 maart 2009 februari 2009 december 2008/januari 2009 november 2008 oktober 2008 september 2008 juli/augustus 2008 juni 2008 mei 2008 april 2008 maart 2008 februari 2008 december 2007/januari 2008 november 2007 oktober 2007 september 2007 juli/augustus 2007 juni 2007 mei 2007 april 2007 maart 2007 februari 2007 december 2006/ januari 2007 november 2006 oktober 2006 september 2006 juli 2006 juni 2006 mei 2006 april 2006 maart 2006 februari 2006 december 2005/januari 2006 november 2005 oktober 2005 september 2005 juli 2005 juni 2005 mei 2005 april 2005 maart 2005 februari 2005 december 2004 november 2004 oktober 2004 september 2004 juli 2004 juni 2004 mei 2004 april 2004 maart 2004 februari 2004 december 2003/januari 2004 Medisch Dossier – Neem uw gezondheid in eigen hand
Ingelogd als:
tjarko.douwe.holtjer@gmail.com
Uitloggen
Zoek op deze site
RSS FeedOnze laatste blogberichten
- Valse uitslag kankertest door diabetesmiddel
- WHO medewerkers ‘betaald door …
- Röntgenopname bij tandarts verhoogt risico …
De CO2-uitstoot van deze website is gecompenseerd door een investering in windenergie.
Antidepressiva maken depressiever
Een antidepressivum maakt je nog depressiever, maar als je geluk hebt heeft het middel in het geheel geen effect. In elk geval zal het je depressie niet verlichten, zo blijkt uit nieuw onderzoek.
Ongeveer de helft van alle mensen die een antidepressivum gebruiken, heeft een zogeheten ‘behandelingsresistente depressie’, wat wil zeggen dat de pillen niet helpen. Een kleiner aantal patiënten ontwikkelt het ‘chronisch depressiesyndroom’, wat inhoudt dat hun depressie verergert, als direct gevolg van het nemen van een antidepressivum als Prozac.
Onderzoekers aan de University of Louisville School of Medicine in Kentucky noemen deze geneesmiddel-geïnduceerde vorm van depressie ‘tardieve dysforie’, in navolging van de ‘tardieve dyskinesie’, veroorzaakt door antipsychotica. Tardieve dysforie is ‘een actief proces waarbij een depressief beeld wordt veroorzaakt door aanhoudend gebruik van een antidepressivum’.
bron: Med Hypotheses, 2011; 76: 769-773
Schizofrenie en bipolaire stoornis vaak reversibel
Mensen met schizofrenie of bipolaire stoornis krijgen altijd te horen dat er geen genezing mogelijk is, omdat hun aandoening aangeboren is. Maar in een derde van de gevallen blijkt nu dat de oorzaak uit de omgeving komt en niet genetisch is. Dat kan betekenen dat de aandoening omkeerbaar is.
Die ontdekking is gedaan door onderzoekers van het King’s College in Londen, bij hun onderzoek met 22 identieke tweelingparen. Identieke tweelingen zijn genetisch hetzelfde, maar bij deze tweelingen had steeds slechts een van de twee schizofrenie of een bipolaire stoornis. Daarom moet er op de een of andere manier een externe factor verantwoordelijk zijn voor het probleem – en misschien wel bij 30 procent van de gevallen. Volgens hoofdonderzoeker dr. Jonathan Mill zijn ziekten die ontstaan door epigenetica (factoren die de genen van buitenaf beïnvloeden, zoals de omgeving) potentieel reversibel.
Bron: Hum Mol Genet, 2011; doi: 10.1093/hmg/ddr416
