Homeopathie en de strijd tegen kanker
Artsen noemen het ‘baarlijke nonsens’. Hoogleraren geneeskunde zetten de Engelse regering en gezondheidsautoriteiten onder druk om het niet langer via de National Health Service (NHS) aan te bieden. Toch blijkt uit overheidsgefinancierd onderzoek in de VS dat homeopathie wel eens onze beste verdediging tegen kanker zou kunnen zijn. Verschillende homeopathische middelen zijn even effectief als chemotherapie, zo blijkt uit klinische onderzoeken, en in duizenden gevallen is kanker genezen door alleen homeopathie.
Deze buitengewone overwinning – van middelen die honderden malen verdund zijn (het zogeheten potentiëren) – op de meest gevreesde ziekte, wordt elke dag weer gedemonstreerd in vele homeopathische klinieken in Kolkata (Calcutta) in India.
Bij een evaluatie van het werk van de Prasanta Banerji Homeopathic Research Foundation, werd duidelijk dat tussen 1990 en 2005 21.888 patiënten met kwaadaardige tumoren met alleen homeopathie werden behandeld – zonder chemotherapie of bestraling. Uit de klinische rapportages bleek dat de tumoren volledig in regressie gingen (dat wil zeggen, niet meer aantoonbaar waren) in 19 procent ofwel 4158 van de gevallen. Bij nog eens 21 procent (4596 patiënten) stabiliseerde of verbeterde de ziekte. Degenen bij wie de toestand stabiliseerde, werden vervolgens nog twee tot tien jaar gevolgd om te zien of er verbetering optrad1.
Hieruit valt af te leiden dat homeopathische geneesmiddelen op zichzelf 40 procent van alle kankerprocessen onderdrukken of in ieder geval stabiliseren, een succespercentage dat overeenkomt met de beste resultaten van de conventionele behandeling − en dan zonder de slopende neveneffecten van chemotherapie en bestraling. Los daarvan is de aldaar toegepaste therapie – het Banerji-protocol – ook getest in het laboratorium. Het bleek dat twee van de gebruikte middelen – Carcinosinum en Phytolacca – net zo effectief waren tegen borstkankercellen als het cytostaticum Taxol2.
Alle gebruikte geneesmiddelen zijn in de winkel verkrijgbaar en Ruta 6 is een van de vele die vaak worden voorgeschreven. De term ‘protocol’ staat voor het gebruik van geavanceerde hightech screeningsapparatuur en de combinatie van geneesmiddelen. Deze handelwijze past overigens niet binnen de klassieke homeopathie, die één exact geneesmiddel tracht te vinden voor iemands persoonlijke profiel van lichaam en geest.
Een andere kliniek in Kolkata – het Advanced Homeopathic Healthcare Center – claimt soortgelijke succespercentages bij kankerpatiënten. Deze resultaten zijn weliswaar goed gedocumenteerd, maar waren nog niet onderworpen aan dezelfde wetenschappelijke screening als die van de Prasanta Banerji Foundation.
Steeds meer aandacht
Het werk van de Banerji Foundation trok in 1995 voor het eerst de aandacht in het Westen toen dr. Prasanta Banerji en zijn zoon, dr. Pratip Banerji, op de vijfde International Conference of Anticancer Research een studie presenteerden naar zestien gevallen van hersentumor die in regressie waren gegaan bij gebruik van alleen homeopathische middelen.
Sinds 1992 hadden zij in hun instituut kankerpatiënten daarmee behandeld en inmiddels rond 120 patiënten per dag, zo zeggen ze.
Dr. Sen Pathak, hoogleraar celbiologie en genetica aan het MD Anderson Cancer Center (MDACC) van de University of Texas in Houston benaderderde de Banerji’s en gezamenlijk hebben zij een onderzoek opgezet om de homeopathische middelen Ruta 6 en Calcarea Phosphorica 3X op vijftien patiënten met hersentumoren te testen. Zes van de zeven patiënten met een glioom in de hersenen ondervonden complete regressie. In een begeleidend reageerbuisonderzoek ontdekten wetenschappers dat de middelen afstervingsprocessen in gang zetten in de kankercellen3.
Dit resultaat is spectaculair. Gliomen worden als ongeneeslijk beschouwd. Van de honderdduizend mensen die jaarlijks alleen al in de VS de diagnose kwaadaardig glioom krijgen, is een half jaar later nog slechts de helft in leven en twee jaar later nog slechts een kwart4.
De wetenschappers bij MDACC waren dermate onder de indruk van de resultaten dat ze homeopathische middelen gingen toevoegen aan hun arsenaal van kankertherapieën.
Los daarvan deed de overheidsinstantie National Cancer Institute (NCI) in 1999 een onafhankelijk onderzoek naar het Banerji-protocol bij tien patiënten met verschillende vormen van kanker. In vier gevallen, van longkanker en slokdarmkanker, bleek de homeopathische behandeling in dit onderzoek gedeeltelijk effectief. Geen van de patiënten had tevoren een behandeling tegen kanker ondergaan. Het NCI concludeerde dat er voldoende bewijs was voor de werkzaamheid om verder onderzoek naar dit protocol te rechtvaardigen − een historisch besluit, omdat dit de eerste keer was dat een officieel gezondheidsinstituut in de VS had gewerkt met een alternatieve behandeling voor kanker5.
Laboratoriumonderzoek
Om het mechanisme van homeopathie bij kankercellen te begrijpen testten acht wetenschappers vier middelen − Carsinosinum 30C, Conium Maculatum 3C, Phytolacca Decandra 200C en Thuja Occidentalis 30C − op twee borstkankercellijnen. Rond vijfduizend cellen werden blootgesteld aan homeopathische middelen en aan een placebo − het oplosmiddel zonder de actieve ingrediënten − gedurende een periode van een tot vier dagen. Deze proef werd drie maal herhaald.
Twee van de middelen − Carsinosinum en Phytolacca − bereikten een respons van 80 procent, wat impliceert dat ze tot apoptose of celdood leidden. Ter vergelijking: bij het placebo-oplosmiddel was de respons slechts 30 procent; het effect was dus meer dan twee maal zo groot als van de placebo. Het effect bleek ook het sterkst bij de hogere verdunningen − wat in de homeopathie staat voor krachtiger, maar haaks staat op alle begrippen daarbuiten − en bij langere perioden van blootstelling.
De middelen zetten een zogeheten apoptotische cascade in gang die de normale groeicyclus van de kankercellen verstoorde, maar de gezonde omringende cellen ongemoeid liet, zo zagen de onderzoekers. Met andere woorden, ze waren alleen gericht op de kankercellen, terwijl chemotherapie alle groeiende cellen aanvalt. Bovendien, aldus het onderzoeksteam, waren de effecten van Carcinosinum en Phytolacca even sterk als die van Taxol (paclitaxel), het middel dat doorgaans wordt voorgeschreven bij borstkanker6.
De belofte van Ruta
Hoewel Carcinosinum en Phytolacca het uitstekend deden in reageerbuisonderzoek, krijgen vele patiënten van Banerji Ruta 6 als medicijn, en met buitengewoon veel succes. Dit bleek in Amerika uit een overzicht van 127 patiënten met hersentumoren, van wie de helft graad IV had, het laatste stadium vóór overlijden.
Op MRI-scans (van magnetic resonance imaging) waren de tumoren bij 18 van de 127 patiënten die alleen Ruta kregen − en geen conventionele middelen − compleet verdwenen. Bij nog eens negen patiënten was de tumor aanzienlijk afgenomen. De tumoren waren stabiel bij de helft van de gescande patiënten, maar bij ongeveer 27 patiënten waren ze gegroeid. In zijn totaliteit had 79 procent van de onderzochte hersentumorpatiënten veel of enige baat gehad bij Ruta.
In een eerder onderzoek van de Foundation onder patiënten die Ruta slikten in combinatie met chemotherapie profiteerde 72 procent daarvan, wat suggereert dat Ruta afzonderlijk meer – of in elk geval even veel − effect heeft dan de medicatie, en dan zonder de negatieve bijwerkingen daarvan6.
Los daarvan werd een onderzoek gedaan bij hersentumorpatiënten – 148 met kwaadaardige gliomen en 144 met meningeomen – die in de Foundation tussen 1996 en 2002 werden behandeld. De 91 patiënten die alleen met Ruta en Calc Phos waren behandeld, hadden een gemiddelde overlevingstijd van 92 maanden, terwijl de elf patiënten die de conventionele behandeling kregen en homeopathie als supplement gebruikten nog twintig maanden leefden. Bovendien was 7 procent van degenen die alleen homeopathie kregen volledig hersteld, 60 procent was vooruitgegaan, 22 procent was stabiel – wat wil zeggen dat de kanker niet verergerde of verbeterde – en 11 procent ging achteruit of overleed7.
De andere kliniek
Er is nog een tweede homeopathische kliniek in Kolkata, die − enigszins verwarrend − ook door twee Banerji’s wordt gerund, Parimal en zijn zoon Paramesh. Die kliniek, het Advanced Homeopathic Healthcare Centre, heeft nog niet dezelfde mate van belangstelling uit het Westen getrokken. Hun claims zijn even indrukwekkend, maar deze zijn nog niet in onafhankelijk onderzoek aangetoond.
De grootvader van Paramesh, dr. Pareshnath Banerji, opende in 1918 een homeopathische kliniek in India en zijn werk is voortgezet door zijn zoon Parimal. Laatstgenoemde introduceerde een nieuwe homeopathische benadering − waarin hij de klassieke homeopathie verwerkte − die hij advanced homeopathy noemde, ‘geavanceerde homeopathie’.
Bij deze methode gebruikt hij homeopathische middelen op de manier waarop een gewone arts medicijnen voorschrijft: door één symptoom tegelijk te behandelen. Een kankerpatiënt bijvoorbeeld wordt dan allereerst behandeld voor zijn pijn. Parimal claimt dat zijn benadering wetenschappelijk gefundeerd is – gebaseerd op ongeveer 14 miljoen ziektegevallen behandeld door de afgelopen generaties van zijn familie − en dat de resultaten kunnen worden herhaald door elke ervaren therapeut.
De aanspraken die de Banerji’s maken voor hun geavanceerde homeopathie zijn exceptioneel. Ze zeggen dat 95 procent van hun patiënten geen operatie nodig heeft, zelfs niet voor ernstige ziekten, waaronder kanker. Hoewel hun centrum geen klinisch onderzoek heeft gedaan, schetsen hun casusbeschrijvingen een indrukwekkend beeld.
• Een 65-jarige vrouw met gevorderde kanker van de pancreas (alvleesklier), wier tumor te groot was om chirurgisch te verwijderen en die verder elke gangbare behandeling weigerde, was twee jaar na de start van haar behandeling met geavanceerde homeopathie nog in leven.
• Een 35-jarige man had een kwaadaardige neuspoliep die zo groot was dat die het linkerneusgat volledig verstopte. Aanvankelijk werd de poliep chirurgisch verwijderd, maar deze groeide steeds weer aan. Sinds 2007 echter heeft de patiënt geen operatie meer ondergaan, maar is de behandeling beperkt tot geavanceerde homeopathie. De tumor is sindsdien niet meer aangegroeid.
• Een jongen van veertien jaar had een glioom in een gevorderd stadium dat tegen zijn oogbol aandrukte. Volgens het centrum werd hij alleen behandeld met geavanceerde homeopathie en verdwenen al zijn symptomen binnen een jaar. De jongen kwam bij uit zijn comateuze toestand en kan nu weer spelen en rondrennen.
• Een 24-jarige man met een hersentumor die uitgezaaid was naar zijn ruggenmerg − wat niet conventioneel kon worden behandeld vanwege het risico op permanente verlamming − werd behandeld met geavanceerde homeopathie. Uit MRI-scans bleek dat zijn tumor stopte met groeien en de patiënt kon zijn leven weer opvatten, zonder symptomen.
De palliatieve rol
Buiten India is het onderzoek naar de effecten van homeopathie uiterst beperkt, voornamelijk omdat die gezien wordt als niet beter dan een placebo en derhalve als een onethische behandeling. Hierdoor hebben de meeste Westerse studies homeopathie alleen onderzocht als een palliatieve therapie om patiënten te helpen de zware effecten van chemotherapie en bestraling te doorstaan.
In een onderzoek kregen honderd vrouwen met borstkanker een consultatie van een uur bij een homeopaat, wiens hulp was ingeroepen voor een van drie willekeurig gekozen symptomen van de reguliere behandeling die zij hadden ondergaan. De 67 patiënten die de homeopathische behandeling afmaakten – inclusief twee follow-ups daarna – rapporteerden allen ‘significante verbetering’ van hun opvliegers, vermoeidheid, angst en depressie, maar geen pijnvermindering8.
In een ander onderzoek van vrouwen met borstkanker werd het homeopathische middel Verum ten opzichte van placebo getest voor behandeling van opvliegers na gebruik van tamoxifen. In dit experiment kregen 26 vrouwen Verum, 30 kregen Verum in combinatie met een placebo en 27 alleen het placebo. Zowel de groep die de combinatie kreeg als Verum alleen gaven verbetering aan ten opzichte van de placebogroep9.
Homeopathie hielp ook tegen sommige neveneffecten van radiotherapie in een groep van 32 vrouwen met borstkanker. Hyperpigmentatie − vorming van donkere vlekken op de huid − na bestraling was in de groep die homeopathie kreeg minder dan bij 29 controlepersonen die daarmee niet waren behandeld en ook in het algemeen hadden ze minder bijwerkingen10.
Het homeopathische middel Traumeel, dat gebruikt wordt bij huid- en spierproblemen, is met succes onderzocht in meerdere tests. In een daarvan kregen 15 patiënten (tussen de 3 en 25 jaar) − die een stamceltransplantatie hadden ondergaan voor hun kanker − dit middel vanwege stomatitis (mondzweertjes). Ten opzichte van de placebo die 15 andere patiënten hadden gekregen, bleek Traumeel de ernst en tijdsduur van de stomatitis ‘significant te kunnen verminderen’11. In een tweede studie werd Traumeel getest bij twintig patiënten met stomatitis na behandeling voor verscheidene vormen van kanker. Het bleek de duur van de symptomen te beperken tot zes dagen, in vergelijking tot dertien dagen in de placebogroep12.
Geïndividualiseerde homeopathische geneesmiddelen hielpen bij een groep van 45 vrouwen die behandeld waren voor borstkanker. Ze waren voorgeschreven voor de onttrekkingssymptomen van oestrogeen. De hevigheid van de opvliegers en andere symptomen verminderde – met uitzondering van de gewrichtspijn – en hun algehele kwaliteit van leven en hun welbevindingsscore verbeterden13. Een andere groep – van twintig vrouwen die herstelden van een borstkankerbehandeling, waaronder tamoxifen – meldde ook verbetering van de ernst en frequentie van hun opvliegers14.
Het zwarte gat
De Wereldgezondheidsorganisatie WHO heeft zich onlangs gevoegd bij het koor in het Westen dat volhoudt dat homeopathie niets meer is dan een placebo-effect. In reactie op een campagne van het Voice of Young Science Network (gelieerd aan een soort vereniging tegen de kwakzalverij, zoals in Nederland), dat het bevorderen van homeopathie in ontwikkelingslanden wil verbieden, benadrukt de WHO dat homeopathie geen geneesmiddel is voor het HIV-virus, tuberculose of malaria. Dr. Robert Hagan, lid van het Voice of Young Science Network, verwelkomde de WHO-verklaring met de woorden: ‘Wereldwijd moeten de regeringen de gevaren van het promoten van homeopathie bij levensbedreigende ziekten onderkennen’15.
Toch is dat nu precies wat homeopathie in India wel doet. In die cultuur is homeopathie geaccepteerd als een echte medische geneeswijze en is wettelijk beschermd om te garanderen dat homeopaten goed zijn opgeleid en geregistreerd.
Het is verbijsterend dat goede medische onderzoeken – ondersteund door de Amerikaanse overheid en toonaangevende Amerikaanse academici – in het Westen niet worden erkend, laat staan besproken. Kanker is zo’n ernstige bedreiging dat alle mogelijkheden moeten worden verkend en wel met een geest die voor alles openstaat; dit moet niet worden overgelaten aan farmaceutische en academische partijen. De reguliere geneeskunde heeft geen echt effectieve oplossingen te bieden, maar blokkeert toch alles wat niet strookt met hun wetenschap – vooral als dat zoiets ‘onmogelijks’ en ‘onzinnigs’ als homeopathie is.
Bryan Hubbard
1Banerji, 2008
2Int J Oncol, 2010; 36: 395-403
3Int J Oncol, 2003; 23: 975-982
4The Washington Post, 20 mei 2008
5Oncol Rep, 2008; 20: 69-74
6http://health.groups.yahoo.com/group/Ruta6
7Prasanta Banerji Homeopathic Research Foundation, http://www.pbhrfindia.org
8Palliative Med, 2002; 16: 227-233
9J Altern Complement Med, 2005; 11: 21-27
10Br Homeopath J, 2000; 89: 8-12
11Cancer, 2001; 92: 684-690
12Biomed Ther, 1998; 16: 261-265
13Homeopathy, 2003; 92: 131-134
14Homeopathy, 2002; 91: 75-79
15BBC News, 20 augustus 2009; http://news.bbc.co.uk/2/hi/8211925.stm
Trefwoorden
kanker homeopatie

UitgaveMei 2012

In dit nummer
- Van de hoofdredactie
- Homeopathie en de strijd tegen kanker
- De geschiedenis van de homeopathie
- Niet alleen maar water
- De nieuwe wetenschap van water
- Homeopathie en regelgeving
- Contactgegevens bij het artikel Homeopathie en de strijd tegen kanker
- Bromelaine: een opzienbarende ontstekingsremmer
- Bromelaine: hoeveel moet u nemen?
- Manuka tegen MRSA: een zoete overwinning
- Een nieuwe superhoning?
- Ondeugdelijke borstimplantaten
- Geen röntgen-lichaamsscan op vliegveld in Europa
- Canada sluit zich aan bij landen die waarschuwen voor mobieltjes
- Hoge bloeddruk daalt door wekelijkse kerkgang
- B-vitaminetherapie wel nuttig voor hartpatienten
- Mediterraan dieet verlengt leven drie jaar
- Nieuwe gel tegen ziekte van Lyme en andere tekenziekten
- Yoga zo goed tegen rugpijn dat de pillen weg kunnen
- Bijwerkingen aromataseremmers reden voor stoppen therapie
De geschiedenis van de homeopathie
Mahatma Gandhi, de vader van het moderne India, beschreef homeopathie als ‘een verfijnde methode om patiënten zo goedkoop en zachtaardig mogelijk te behandelen. De overheid moet die in ons land bevorderen en steunen’.
En dat is ook wat gebeurde. In 1960 werd met de Maharashtra-wet – ook bekend onder de naam Bombay-wet – een ‘hof van examinatoren’ ingesteld dat zich ging bezighouden met het onderwijzen van de homeopathie en het oprichten van nieuwe opleidingsinstituten hiervoor. Daarnaast werd een bestuurlijke instantie ingesteld voor de regulering en vergunningverstrekking voor deze beroepsgroep.
Negen jaar later werd een nieuwe wet aangenomen die een centrale raad in het leven riep om de homeopathie en Ayurveda – de traditionele geneeswijze in India – te regelen. In 1973 werd de Homeopathy Central Council Act van kracht, die de opleiding tot homeopaat standaardiseerde en praktijkvoering in de verschillende staten van het land mogelijk maakte.
Met deze legalisatie werd in India een rijke homeopathische traditie geformaliseerd die in 1839 begon. De Roemeense dokter John Martin Honigberger behandelde toen op die manier met succes een stembandverlamming bij de Maharadja van Punjab. Honigberger was onderwezen door dr. Samual Hahnemann, de grondlegger van de homeopathie, en was overtuigd geraakt van de effectiviteit nadat hij zichzelf van malaria had genezen. Na de behandeling van de Maharadja verhuisde Honigberger naar Calcutta, waar hij bekendstond als ‘de choleradokter’ vanwege zijn succesvolle behandeling van die ziekte met homeopathische middelen.
In 1867 ging de Weense arts dr. Zalzar in India homeopathie onderwijzen, en twee van zijn studenten richtten daar vervolgens in 1878 de eerste homeopathische hogeschool op.
De Britse regering stond echter niet welwillend tegenover homeopathie en deze stroming kwam dan ook pas echt tot bloei nadat het land in 1947 onafhankelijk was geworden.
Trefwoorden
homeopathie

UitgaveMei 2012

In dit nummer
- Van de hoofdredactie
- Homeopathie en de strijd tegen kanker
- De geschiedenis van de homeopathie
- Niet alleen maar water
- De nieuwe wetenschap van water
- Homeopathie en regelgeving
- Contactgegevens bij het artikel Homeopathie en de strijd tegen kanker
- Bromelaine: een opzienbarende ontstekingsremmer
- Bromelaine: hoeveel moet u nemen?
- Manuka tegen MRSA: een zoete overwinning
- Een nieuwe superhoning?
- Ondeugdelijke borstimplantaten
- Geen röntgen-lichaamsscan op vliegveld in Europa
- Canada sluit zich aan bij landen die waarschuwen voor mobieltjes
- Hoge bloeddruk daalt door wekelijkse kerkgang
- B-vitaminetherapie wel nuttig voor hartpatienten
- Mediterraan dieet verlengt leven drie jaar
- Nieuwe gel tegen ziekte van Lyme en andere tekenziekten
- Yoga zo goed tegen rugpijn dat de pillen weg kunnen
- Bijwerkingen aromataseremmers reden voor stoppen therapie
Ingelogd als:
tjarko.douwe.holtjer@gmail.com
Uitloggen
Zoek op deze site
RSS FeedOnze laatste blogberichten
- Valse uitslag kankertest door diabetesmiddel
- WHO medewerkers ‘betaald door …
- Röntgenopname bij tandarts verhoogt risico …
De CO2-uitstoot van deze website is gecompenseerd door een investering in windenergie.
Niet alleen maar water
Wetenschappers en artsen over de hele wereld stellen dat homeopathie nonsens is vanwege de hoge verdunningen van het actieve bestanddeel. De meeste middelen worden tot boven het getal van Avogrado verdund. Dat is de grootste verdunning waarin nog moleculen van de originele substantie zijn aan te tonen.
Elk homeopathische middel met een potentie van 12C – dat wil zeggen 1200 maal verdund – of hoger zit boven dat getal van Avogrado, wat zou betekenen dat het alleen nog water bevat. Dit houdt in dat elke homeopathische werking een placebo-effect is: de ‘feel good’-factor volgen sceptici.
Maar homeopathie zet de conventionele wetenschap en geneeskunde compleet op zijn kop met de bewering dat de hoogste potenties het krachtigst zijn en dat de werking toeneemt naarmate de verdunning toeneemt.
De reguliere wetenschap heeft geen verklaringsmodel voor de werking van homeopathie. Toch werd in een meta-analyse van 75 onderzoeken geconcludeerd dat uit 67 daarvan een effect bleek dat ver boven dat van een placebo uitsteeg1. Dit effect werd ook gezien bij meting met uiterst verfijnde technieken, zoals:
• calorimetrie, dat de hoeveelheid hitte meet die door een monster wordt afgegeven2;
• spectroscopie, dat meet hoe een substantie elektromagnetische straling afgeeft en absorbeert3;
• thermoluminiscentie, dat de hoeveelheid licht meet die een monster produceert bij verhitting4.
Succussie − of heftig schudden − is net als sterk verdunnen uiterst essentieel bij de bereiding van de middelen. Een onderzoek dat de effectiviteit van twee zeer sterk verdunde middelen had gemeten – het ene met en het andere zonder succussie – vond zelfs een verschil daartussen5.
1Complement Ther Med, 2007; 15: 128-138
2J Therm Anal Calorim, 2004; 75: 815-836
3Homeopathy, 2007; 96: 175-182
4Physica A, 2003; 323: 67-74
5Biochim Biophys Acta, 2003; 1621: 253-260
De nieuwe wetenschap van water
Nobelprijswinnaar en viroloog Luc Montagnier heeft bevestigd dat water inderdaad frequenties bewaart, zelfs bij homeopathische verdunningen – ook al werd zijn landgenoot Jacques Benveniste publiekelijk belachelijk gemaakt vanwege zijn theorie dat water een geheugen heeft.
Montagnier, die de Nobelprijs kreeg voor zijn ontdekking van het verband tussen HIV en aids, ontdekte dat oplossingen met het DNA van virussen en bacteriën ‘laagfrequente radiogolven konden uitzenden’. Deze golven beïnvloeden en organiseren de moleculen rondom. Die georganiseerde moleculen kunnen op hun beurt ook radiogolven uitzenden.
Montagnier bevestigde wat homeopaten al vele eeuwen verkondigen en ontdekte dat deze informatie uitzendende golven in water na verdunning aanwezig blijven, zelfs bij de homeopathische verdunningen die soms worden voorgeschreven1.
Montagniers ontdekkingen weerspiegelen die van de Franse immunoloog Jacques Benveniste. Hij besteedde de laatste vijftien jaar van zijn leven aan onderzoek van water en de eigenschap daarvan om substanties te ‘herinneren’, zelfs na hoge verdunning.
Nadat hij zijn oorspronkelijke artikel had gepubliceerd in het prestigieuze Nature2 werd Benveniste in zijn laboratorium bezocht door de redacteur van dat tijdschrift, John Maddox en de ‘kwakzalverjager’ en goochelaar James Randi. Zij zeiden dat Benveniste de gepubliceerde uitkomsten van zijn onderzoek niet kon repliceren, waarmee ze hem in feite van ‘kwakzalverij’ beschuldigden en zijn reputatie vernielden.
1Interdicip Sci, 2009; 1: 81-90
2Nature, 1988; 333: 816-818
Homeopathie en regelgeving
De National Health Service (NHS) in de UK geeft jaarlijks ongeveer 100 miljard pond (120 miljard euro) in totaal uit. Vier miljard daarvan is voor homeopathie, voornamelijk de financiering van de vier homeopathische ziekenhuizen. Hoewel dit bedrag verhoudingsgewijs gering is, blijft er een stroming onder artsen om dit helemaal te verbieden. Groepen artsen dringen er bij de primary care trusts (PCT’s) op aan om niet langer homeopathie aan hun patiënten aan te bieden, terwijl de British Medical Association (BMA, de beroepsorganisatie) de regering oproept om het geheel te verbieden.
De vergadering van de BMA – waar ooit een arts homeopathie als ‘baarlijke nonsens’ omschreef – deed eveneens een beroep op de regering om alle homeopathische geneesmiddelen in de apotheek in een aparte ‘placebo-afdeling’ onder te brengen1.
In Nederland gebruikt de Artsenvereniging voor Homeopathie VHAN al geruime tijd aanvullende gedragsregels op de algemene richtlijn van de KNMG die voor alle artsen geldt. Volgens die regels moet de homeopathisch arts zich inspannen om de patiënt te overtuigen van de noodzaak van conventionele behandeling als deze levensreddend kan zijn, of als onthouding van conventionele behandeling kan leiden tot gezondheidsschade. In die gevallen mag de arts alleen complementair behandelen als de patiënt toestemt in overleg met huisarts of specialist. Wel mag homeopathie in alle gevallen worden toegepast als aanvulling op een conventionele behandeling2.
Klassiek homeopaten die een vijf- tot zesjarige beroepsopleiding hebben gevolgd maar geen regulier arts zijn, zijn in Nederland verenigd in de Nederlandse Vereniging van Klassiek Homeopaten (NVKH). De meeste zorgverzekeraars vergoeden homeopathie via aanvullende verzekeringspakketten. Het is niet opgenomen in de basisverzekering.
1Mail Online, 2 juli 2010; http://www.dailymail.co.uk/health/article-1290861/Homeopathy-remedies-labelled-placebos-banned-NHS-say-leading-doctors.html
2http://www.vhan.nl/
Bromelaine: een opzienbarende ontstekingsremmer
Deze stof helpt tegen een breed scala van ontstekingsziekten, zo blijkt uit nieuw onderzoek.
Ananas wordt van oudsher in Centraal- en Zuid-Amerika gebruikt bij maag-darmproblemen en ontstekingen. Heden ten dage lijkt een extract van deze vrucht − bromelaïne genaamd − veelbelovend bij aandoeningen als artrose, reuma, astma, voorhoofdsholteontsteking, spijsverteringsproblemen, postoperatieve zwellingen en zelfs kanker.
Wat is bromelaïne?
Bromelaïne wordt gewonnen uit de stengels en het sap van de ananasplant (Ananas comosus). Het is een mengsel van proteolytische enzymen − enzymen die eiwit verteren. Tot dusver werd algemeen aangenomen dat de meeste enzymen als ze worden gegeten worden vernietigd door de maagsappen voordat ze in het lichaam worden opgenomen. Maar nieuw onderzoek bevat aanwijzingen dat een groot deel intact blijft, waardoor het enzym ook buiten het spijsverteringskanaal zijn werking heeft.
Inderdaad blijkt bromelaïne behalve een populair middel bij maagklachten een krachtige ontstekingsremmer te zijn, een pijnstiller, een oppepper van het immuunsysteem en te werken tegen micro-organismen. Het is daardoor een waardevol supplement bij een scala van gezondheidsproblemen.
Wat doet bromelaïne?
Uit onderzoek blijkt dat supplementen − met alleen bromelaïne of in combinatie met andere voedingstoffen – heilzaam kunnen zijn bij een indrukwekkende reeks ziekten en aandoeningen, vooral als deze gepaard gaan met infecties.
Artrose
In een dubbelblind gerandomiseerd onderzoek met 90 artrosepatiënten werd een supplement dat 90 mg bromelaïne bevatte in combinatie met 48 mg van het enzym trypsine en 100 mg van het flavonoïde rutine vergeleken met de prostaglandinesynthetaseremmer (NSAID) diclofenac (50 mg). Na een onderzoeksduur van zes weken bleek uit de resultaten dat het enzymsupplement (drie maal daags twee tabletten) even goed de pijn, gewrichtsstijfheid en het lichamelijk functioneren verbeterde als diclofenac (twee maal daags één tablet). Bovendien werd het supplement beter verdragen1.
Reumatiek
Ander bewijs suggereert dat bromelaïne kan helpen bij reumatoïde artritis. In een klein onderzoek − zonder controlegroep − werd deze stof drie tot dertien maanden lang gegeven aan 29 patiënten met artritische gewrichtszwelling, van wie 25 leden aan reumatoïde artritis. Toen bromelaïne werd toegevoegd aan de corticosteroïden die zij al kregen, vond bij 21 van hen een significante tot complete vermindering plaats van de zwelling in de weke delen2.
Ademhalingsproblemen
Verschillende onderzoeken uit de jaren zestig wezen uit dat bromelaïne een heilzaam effect had op sinusitis – ontsteking van de voorhoofdsholten door een virale of bacteriële infectie. In één onderzoek bemerkte 85 procent van de patiënten die bromelaïne kregen dat de ontstekingsverschijnselen van het neusslijmvlies en hun ademhalingsproblemen volledig verdwenen. In de controlegroep was dat slechts bij 40-50 procent het geval2.
Een recenter onderzoek bij 116 kinderen met sinusitis bevatte aanwijzingen dat behandeling met bromelaïne de duur van hun klachten bekortte en dat het herstel sneller intrad dan bij de standaardbehandeling3.
De stof is ook veelbelovend bij astma. In dieronderzoeken aan de University of Connecticut werd ontdekt dat bromelaïne luchtwegreacties en gevoeligheid voor irriterende stoffen verminderde. Ook kwam hierdoor minder longontsteking voor4,5. Deze resultaten zijn echter nog niet in onderzoek bij mensen bevestigd.
Letsels van het bewegingsapparaat
In een onderzoek zonder controlepersonen van 59 patiënten met stomp letsel van het bewegingsapparaat resulteerde behandeling met bromelaïne in een reductie van de zwellingen, pijn en gevoeligheid6. In een andere studie leverde het gebruik van een enzympreparaat met bromelaïne in combinatie met voedingsadvies en acupunctuur een beter herstel op van een peesontsteking van de rotatorcuff in de schouder dan de gangbare oefentherapie7. De stof blijkt ook het verdwijnen van blauwe plekken en bloeduitstortingen te bespoedigen.
Chronische darmontstekingen
In een laboratoriumonderzoek aan de Duke University testten de onderzoekers het effect van bromelaïne op biopten van dikkedarmweefsel van 51 patiënten. Twintig van hen leden aan colitis ulcerosa en 23 aan de ziekte van Crohn (allebei vormen van chronische darmontsteking). De biopten vergeleken ze met die van acht controlepersonen. Ze werden behandeld met bromelaïne en vervolgens werd de productie gemeten van de enzymen die bij darmontstekingen een rol spelen. De uitkomst was dat bromelaïne de productie van deze enzymen significant bleek te verminderen en ‘een nieuwe therapie voor ontstekingsziekten van de darm’ zou kunnen bieden8.
Eerst is nu klinisch onderzoek nodig, maar er bestaan al veelbelovende case reports (gevalsbeschrijvingen) waaruit blijkt dat bromelaïne succesvol kan zijn bij de behandeling van colitis ulcerosa. Twee patiënten die niet reageerden op de conventionele behandeling namen in aanvulling op hun medicijnen bromelaïne en zagen een snelle verbetering van hun symptomen. Endoscopie bevestigde dat de patiënten ook werkelijk een fysieke verbetering hadden ondergaan.
Postoperatieve zwelling
In een gecontroleerd onderzoek van 60 patiënten die geopereerd waren aan botbreuken bleek bromelaïne in combinatie met trypsine en rutine effectiever de zwellingen na de operatie te bestrijden dan de medicijnen die doorgaans hiervoor worden gegeven. Het bromelaïne-preparaat bleek ook een analgetisch (pijnstillend) effect te hebben9.
Andere onderzoeken bevatten aanwijzingen dat de zwelling na het trekken van een tand of kies hiermee vermindert10 en tevens de zwellingen, bloeduitstortingen en pijn bij episiotomie (het zogenoemde ‘inknippen’ van het perineum bij de bevalling)11. Bovendien lijkt het erop dat inname van bromelaïne vóór een operatie het volledig herstel van pijn en ontstekingen na afloop bespoedigt.
Kanker
Er is enig bewijs gevonden dat bromelaïne bruikbaar is als middel tegen kanker. In een recent reageerbuisonderzoek van borstkankercellen lokte de stof een proces genaamd autofagie uit, wat tot apoptose leidt, de geprogrammeerde celdood van de kankercellen12. In onderzoek bij muizen vertoonde bromelaïne zowel een preventief als een anti-tumoreffect13,14.
Hoewel klinisch onderzoek nog ontbreekt, worden wel bij mensen proteolytische enzympreparaten als bromelaïne gebruikt als complementaire kankertherapie. Onderzoek heeft uitgewezen dat deze middelen de symptomen van de tumor en bijwerkingen van de behandeling – zoals misselijkheid, maag-darmproblemen, vermoeidheid, gewichtsverlies en lichamelijke onrust – significant verminderden en de kwaliteit van leven verbeterden15.
Wat zijn de risico’s?
In klinische onderzoeken worden zelden bijwerkingen gezien, hoewel het middel maag-darmproblemen als misselijkheid, winderigheid en diarree kan geven, evenals hoofdpijn, vermoeidheid en een droge mond16. Soms veroorzaakt het een allergische reactie bij mensen met een allergie voor ananas, tarwe, selderij, papaïne (uit papaja’s), wortelen, venkel, cipres- of graspollen. Eén onderzoek bevat aanwijzingen dat personen met hoge bloeddruk na een hoge dosis bromelaïne tachycardie kunnen krijgen (versnelde hartslag)17.
Vanwege een mogelijke wisselwerking met medicijnen (bromelaïne kan de hoeveelheid antibiotica die door het lichaam wordt opgenomen verhogen, evenals het effect van bloedverdunners uit de groep van coumarinederivaten18) is het raadzaam het advies van een gekwalificeerd medisch professional in te winnen als u overweegt om dit middel te gaan gebruiken en u al andere medicijnen slikt.
De slotsom
De ontstekingsremmende en andere fysiologische eigenschappen van bromelaïne maken het tot een waardevol supplement bij een breed scala van aandoeningen – van artrose tot kanker. Er is echter nog veel meer kwalitatief goed klinisch onderzoek nodig, vooral naar het gebruik van bromelaïne alleen, en niet in combinatie met andere nutriënten en therapieën. In sommige onderzoeken was het onmogelijk om te bepalen of het heilzame effect was toe te schrijven aan de bromelaïne of aan de andere proteolytische enzymen in het supplement, of dat de werking lag aan een synergetisch effect van de nutriënten.
Niettemin hebben zowel dierexperimenteel als laboratoriumonderzoek laten zien dat bromelaïne verschillende werkingsmechanismen heeft die bij verwonding en ziekte heilzaam zijn voor het lichaam. Het goede veiligheidsprofiel in aanmerking nemend, kan het geen kwaad eens wat meer aandacht te besteden aan dit supplement, dat zo vaak over het hoofd wordt gezien.
Joanna Evans
1Clin Exp Rheumatol, 2006; 24: 25-30
2Altern Med Rev, 2010; 15: 361-368
3In Vivo, 2005; 19: 417-421
4Evid Based Complement Alternat Med, 2008; 5: 61-69
5Cell Immunol, 2005; 237: 68-75
6Fortschr Med, 1995; 113: 303-306
7Arthritis Rheum, 2009; 61: 1037-1045
8Clin Immunol, 2008; 126: 345-352
9Acta Chir Orthop Traumatol Cech, 2001; 68: 45-49
10Eur Rev Med Pharmacol Sci, 2010; 14: 771-774
11Obstet Gynecol, 1967; 29: 275-278
12Biofactors, 2010; 36: 474-482
13Cancer Lett, 2009; 282: 167-176
14Toxicol Appl Pharmacol, 2008; 226: 30-37
15Integr Cancer Ther, 2008; 7: 311-316
16Evid Based Complement Alternat Med, 2004; 1: 251-257
17Hawaii Med J, 1978; 37: 143-146
Trefwoorden
bromelaine, ananas ontstekingsremmer

UitgaveMei 2012

In dit nummer
- Van de hoofdredactie
- Homeopathie en de strijd tegen kanker
- De geschiedenis van de homeopathie
- Niet alleen maar water
- De nieuwe wetenschap van water
- Homeopathie en regelgeving
- Contactgegevens bij het artikel Homeopathie en de strijd tegen kanker
- Bromelaine: een opzienbarende ontstekingsremmer
- Bromelaine: hoeveel moet u nemen?
- Manuka tegen MRSA: een zoete overwinning
- Een nieuwe superhoning?
- Ondeugdelijke borstimplantaten
- Geen röntgen-lichaamsscan op vliegveld in Europa
- Canada sluit zich aan bij landen die waarschuwen voor mobieltjes
- Hoge bloeddruk daalt door wekelijkse kerkgang
- B-vitaminetherapie wel nuttig voor hartpatienten
- Mediterraan dieet verlengt leven drie jaar
- Nieuwe gel tegen ziekte van Lyme en andere tekenziekten
- Yoga zo goed tegen rugpijn dat de pillen weg kunnen
- Bijwerkingen aromataseremmers reden voor stoppen therapie
Kort nieuws
Snel naar een andere editie Kies een editie … Oktober 2013 September 2013 Juli 2013 / Augustus 2013 Juni 2013 Mei 2013 April 2013 Maart 2013 Februari 2013 December 2012 / Januari 2013 November 2012 Oktober 2012 September 2012 Juli/augustus 2012 Juni 2012 Mei 2012 April 2012 Maart 2012 Februari 2012 December 2011/Januari 2012 November 2011 Oktober 2011 September 2011 Juli/augustus 2011 Juni 2011 Mei 2011 April 2011 Maart 2011 Februari 2011 December 2010/januari 2011 November 2010 Oktober 2010 September 2010 Juli 2010 Juni 2010 Mei 2010 April 2010 Maart 2010 februari 2010 december/januari 2010 november 2009 oktober 2009 september 2009 juli/augustus 2009 juni 2009 mei 2009 april 2009 maart 2009 februari 2009 december 2008/januari 2009 november 2008 oktober 2008 september 2008 juli/augustus 2008 juni 2008 mei 2008 april 2008 maart 2008 februari 2008 december 2007/januari 2008 november 2007 oktober 2007 september 2007 juli/augustus 2007 juni 2007 mei 2007 april 2007 maart 2007 februari 2007 december 2006/ januari 2007 november 2006 oktober 2006 september 2006 juli 2006 juni 2006 mei 2006 april 2006 maart 2006 februari 2006 december 2005/januari 2006 november 2005 oktober 2005 september 2005 juli 2005 juni 2005 mei 2005 april 2005 maart 2005 februari 2005 december 2004 november 2004 oktober 2004 september 2004 juli 2004 juni 2004 mei 2004 april 2004 maart 2004 februari 2004 december 2003/januari 2004 Medisch Dossier – Neem uw gezondheid in eigen hand
Ingelogd als:
tjarko.douwe.holtjer@gmail.com
Uitloggen
Zoek op deze site
RSS FeedOnze laatste blogberichten
- Valse uitslag kankertest door diabetesmiddel
- WHO medewerkers ‘betaald door …
- Röntgenopname bij tandarts verhoogt risico …
De CO2-uitstoot van deze website is gecompenseerd door een investering in windenergie.
Bromelaine: hoeveel moet u nemen?
Bromelaïne heeft al heilzame effecten laten zien bij heel kleine doseringen (160 mg/dag). Aangenomen wordt echter dat voor de meeste aandoeningen een hogere dosis beter werkt (750-1000 mg/dag, meestal verdeeld over vier doses1). De Duitse E-commissie beveelt aan om 80-320 mg twee of drie maal per dag (voor volwassenen) te nemen. Bij specifieke aandoeningen kunnen hogere doseringen worden voorgeschreven (maar raadpleeg in die gevallen altijd een gekwalificeerd therapeut voor een persoonlijk advies).
Algemene richtlijnen zijn:
• bij spijsverteringsproblemen: 500 mg/dag verspreid over de dag, innemen bij de maaltijd;
• bij verwondingen: 500 mg vier maal per dag op de nuchtere maag;
• bij artritis: 500-2000 mg per dag verdeeld over twee doses.
- Altern Med Rev, 2010; 15: 361-368
Hocus-Pocus: genezing op afstand
Bidden, reiki en andere therapieën op afstand lijken te werken – al tast men in het duister over hoe dat komt.
De resultaten waren onmiskenbaar, maar onverklaarbaar. In een onderzoek bleek een groep vrouwen die onlangs een keizersnede hadden ondergaan een significant lagere hartslag en bloeddruk te hebben. Zij waren het doel geweest van een reikigenezer, die honderd kilometer van hen verwijderd was. De onderzoekers van de universiteit van Toronto in Canada hadden niet specifiek op deze cardiovasculaire effecten getest. Ze wilden zien of een reikigenezer op afstand de pijn kon verminderen bij vrouwen die bevallen waren met de keizersnede. Dat laatste bleek niet het geval voor de veertig vrouwen die de reikibehandeling kregen en vergeleken werden met een andere groep van veertig vrouwen die alleen pijnmedicatie kregen.
Omdat het een dubbelblind onderzoek betrof, wist geen van de vrouwen dat ze waren geselecteerd voor de healing. Toch had iedereen in de reikigroep een lagere hartslag – ongeveer 74 per minuut (bpm) ten opzichte van bijna 80 bpm in de groep met alleen pijnbestrijding – en tijdens de eerste drie dagen na de operatie een lagere systolische bloeddruk (106 versus 111 mmHg). Deze uitslag komt overeen met die uit drie eerdere studies naar reiki op afstand. Toch zijn de onderzoekers van mening dat dit toeval kan zijn, omdat ‘het werkingsmechanisme bij reiki op afstand onbekend is’1.
Van mening veranderd
De conclusie van de onderzoekers uit Toronto is niet ongewoon. Deze ontwikkeling van onbevooroordeeldheid naar botte ontkenning is al eens geïllustreerd aan de hand van een reeks onderzoeken naar gebed en genezing over een periode van negen jaar door een en hetzelfde onderzoeksteam. In hun eerste analyse van studies naar de werking van gebed voor iemand anders (voorbede) concludeerde het onderzoeksteam van de universiteit van Cambridge ‘dat het bewijs tot dusver interessant genoeg is om verder onderzoek te rechtvaardigen’. Zij noemden zelfs God in hun samenvatting: ‘Als er iets goeds voortkomt uit Gods reactie op gebed ligt het hoogstwaarschijnlijk buiten ons vermogen om dat aan te tonen’2.
In 2007 hadden de onderzoekers – inmiddels werkzaam bij Hertford College, Oxford University – de selectie teruggebracht tot tien onderzoeken. Deze omvatten in totaal 7646 deelnemers die voldeden aan de strenge eisen van Cochrane. Maar opnieuw luidde hun conclusie dat het effect van gebed verder onderzoek rechtvaardigde3.
Twee jaar later echter waren ze compleet van mening van veranderd. ‘We zijn er niet van overtuigd dat verder onderzoek naar deze interventie (bidden) gerechtvaardigd is en geven er de voorkeur aan bij dit onderzoek andere gezondheidsvragen te verkennen’, zo stelden ze. Toch waren de onderzoeksgegevens exact dezelfde als die uit 20074.
Kanttekeningen bij Benson
Hun terugkeer naar scepticisme is begrijpelijk. Suggereren dat bijvoorbeeld reiki, geloofsgenezing, gebed, intenties (het opdragen van gebed aan iemand), therapeutic touch, spirituele healing en healing op afstand zouden helpen, roept vragen op over veel van de moderne wetenschap, biologie en geneeskunde, en zelfs over het bestaan van God. Artsen en onderzoekers kijken met dezelfde ogen naar genezing op afstand als de natuurkundige Albert Einstein naar het fenomeen non-localiteit, of kwantumverstrengeling (een concept uit de kwantummechanica), dat hij de beroemde omschrijving ‘griezelige activiteit op afstand’ meegaf.
Elke denkbare uitkomst wordt altijd weer afgedaan als het resultaat van wishful thinking of placebo-effect, slecht onderzoek en zelfs verkeerde berekening van de gegevens. Het laatste woord over dit omstreden begrip was volgens sceptici dat van Herbert Benson van Harvard Medical School. Voor zijn onderzoek met de naam STEP (Study of the Therapeutic Effects of Intercessory Prayer) – had hij 1800 patiënten geworven die een bypass-operatie van de kransslagaders kregen en hen in drie groepen verdeeld. Voor de eerste groep patiënten werd gebeden zonder dat zij het wisten. Voor de tweede werd niet gebeden, hetgeen men niet wist. Voor de derde werd gebeden en dat wist men ook.
De gebedsgroepen werden geselecteerd uit vier Christelijke geloven. De ‘bidders’ kregen de voornaam en de eerste letter van de achternaam van degene voor wie ze moesten bidden te horen en als opdracht om in hun gebed de zinsnede ‘voor een succesvolle operatie en een snel en gezond herstel zonder complicaties’ op te nemen.
De opzienbarende conclusie was niet alleen dat gebed niet werkte – geen enkele groep profiteerde hiervan – maar zelfs negatief werkte. De groep die wist dat er voor hen gebeden werd, verging het het slechtst: 59 procent leed aan postoperatieve complicaties. In de andere twee groepen was dat respectievelijk 52 en 51 procent5.
Critici van STEP brachten hiertegen in dat Benson geen situatie uit het werkelijke leven kopieerde of de best practice uit zijn eerdere studies naar gebed gebruikte. De meeste mensen kennen degene voor wie ze bidden en andere onderzoeken trachtten dit doorgaans te imiteren door alle betrokkenen tevoren te laten kennismaken. Alleen de voornaam en achternaamsinitiaal kennen geeft een scheve vergelijking op dit punt. Voorts hadden de gebedsstudies vóór STEP een exacte en meetbare uitkomst onderzocht.
Dan was er nog de factor van de mensen voor wie gebeden werd. Deze waren verre van passief. Veel van degenen die meededen aan STEP waren teleurgesteld dat de groepen die baden niet bestonden uit familieleden, intimi of leden van hun eigen kerkgenootschap.
Onbeantwoord gebed
Van alle interventies op afstand is vooral gebed problematisch omdat het uit drie betrokken partijen bestaat: degene die bidt, degene voor wie wordt gebeden en God – wiens bestaan wordt verondersteld, en die wordt aangeroepen om in te grijpen en te genezen. Bernadette Soubirous – die in 1858 het bedevaartsoord Lourdes stichtte nadat ze daar verschijningen had gehad van de maagd Maria – vertelde dat God niet betrokken wenste te raken bij menselijke aangelegenheden. In haar woorden: ‘De wonderen van God zijn niet ten onrechte uiterst zeldzaam.’
Dit verklaart misschien waarom ander gebedsonderzoek zo tweeslachtig is: soms blijkt het wel en soms ook niet te helpen. Cardioloog Mitch Krucoff vond beide uitkomsten in zijn twee MANTRA-gebedsonderzoeken (Monitoring and Actualization of Noetic Training). Het eerste daarvan omvatte 150 hartpatiënten die een stent-angioplastiek vanwege verstopte aderen zouden ondergaan. Die verdeelde hij in vijf subgroepen. De eerste kreeg alleen de gebruikelijke behandeling, terwijl de overige vier de standaardbehandeling plus een ‘noëtische’ (lichaam-geest-)therapie kregen, zoals relaxatie, therapeutic touch, geleide verbeelding of bidden. Alle noëtische groepen zagen een gezondheidsverbetering van 50 procent tijdens hun ziekenhuisverblijf, ten opzichte van de eerste groep patiënten. Ook hadden ze 30 procent minder vaak een fatale afloop als hartaanvallen en overlijden. In de noëtische benaderingen stak bidden er met kop en schouders bovenuit. Mogelijk was dat een weerslag van de selectie van gebedsgroepen, die gebed door boeddhistische kloostermonniken, karmelitaanse nonnen en boodschappen in de Klaagmuur in Jerusalem omvatte6.
Aangemoedigd door dit succes deed Krucoff een tweede MANTRA-onderzoek, ditmaal met 748 patiënten die een angioplastiek zouden ondergaan en met twaalf gebedsgroepen. Deze keer vergeleek hij bidden met drie andere therapieën plus de standaardbehandeling – maar de uitkomst was nu in alle gevallen hetzelfde. Hierbij moet worden aangetekend dat het onderzoek werd doorkruist door de terroristische aanslag van 9/11 op New York, wat de deelname van patiënten dusdanig verstoorde dat Krucoff twee verschillende gebedsgroepen moest gebruiken7.
Vier jaar eerder was een onderzoeksgroep van de Mayo Clinic in Rochester/Minnesota tot een soortgelijke conclusie gekomen: bidden maakt gewoon geen verschil. In een groot onderzoek van 799 patiënten dat 26 weken duurde, werd geconcludeerd dat gebed niet bevorderlijk werkte op overleving, percentage hartaanvallen, de noodzaak van verdere ingrepen of ziekenhuisopnamen8.
Verhoord gebed
Ondanks de problemen die verbonden zijn aan een poging om te bewijzen wat door velen vanuit de aard der zaak als onbewijsbaar wordt beschouwd, hebben veel onderzoeken de werkzaamheid van gebed aangetoond.
Een van de bekendste onderzoeken op dit terrein werd gedaan in 1988 door Randolph Byrd, een cardioloog uit San Francisco, Californië. Hij ontdekte dat hartbewakingspatiënten veel minder symptomen en minder behandeling en medicijnen nodig hadden als er voor hen werd gebeden9. Een groot dubbelblind onderzoek met 990 deelnemers ontdekte dat bij hartpatiënten door gebed de symptomen met 10 procent afnamen10.
Deze resultaten zijn niet ongewoon. Unity – een organisatie die wereldwijd 900 kerkgenootschappen en geestelijke organisaties van allerlei richtingen vertegenwoordigt – riep in XXXX een ‘bureau voor gebedsonderzoek’ in het leven, dat gebedsonderzoek verzamelt dat voldoet aan de criteria van ‘goed wetenschappelijk onderzoek’ (dubbelblind, gerandomiseerd en peer-reviewed). De onderzoekers hielden de 350 alleen al in de Verenigde Staten uitgevoerde onderzoeken tegen het licht en ontdekten dat 75 procent een positieve invloed op de genezing had aangetoond, 17 procent geen invloed en 7 procent zelfs een negatief effect, zoals in Bensons eigen onderzoek11.
Zelfs de scepticus Edzard Ernst, tot voor kort hoogleraar alternatieve geneeskunde aan de universiteit van Exeter, heeft 23 trials over heling op afstand onder de loep genomen, waaronder bidden, mentale heling, therapeutic touch en spirituele heling. Dertien daarvan – ofwel 53 procent – hadden ‘een statistisch significant behandeleffect’12.
Bij zijn onderzoek naar zeventien gebedsstudies kwam professor David Hodge van de Arizona State University tot eenzelfde, positieve conclusie. Over het geheel genomen bleek bidden een positieve uitwerking te hebben. Zijn bevindingen weerleggen de negatieve resultaten uit het onderzoek van Benson. ‘Als we het gemiddelde van de uitkomst van alle zeventien studies samen nemen en dat corrigeren voor de groepsgrootte, blijft er een positief nettoresultaat over voor de gebedsgroep’, was zijn conclusie13.
Wel betwijfelt hij of alle studies zouden beantwoorden aan de strenge criteria voor ‘goed’ wetenschappelijk onderzoek – een visie waar de socioloog Wendy Cadge het mee eens zou zijn. Cadge beoordeelde gebedsstudies uit de jaren 1965-2006 en zag een grote verscheidenheid aan resultaten. Maar ze zet vraagtekens bij de gebruikte wetenschappelijke methodes, omdat niet valt uit te sluiten dat voor mensen voor wie niet in het onderzoek werd gebeden, dat wellicht door verwanten gebeurde. En hoe kon men de juiste ‘dosering’ vaststellen of controleren of het om wel- of niet-gelovigen ging14?
Onderzoekers van de universiteit van Texas in San Antonio wijdden een studie met 86 vrijwilligers uit plaatselijke kerkgenootschappen aan de houding van de gebedsontvangers, die in dit geval niet wisten of er wel of niet voor ze werd gebeden. De interessante conclusie luidde dat gebed alleen hielp bij wie ook geloofde dat het zou helpen. De meest positieve resultaten werden bereikt bij wie daar het sterkst van overtuigd waren15.
De geest is sterker dan het lichaam
Deze stelling werd goed aangetoond door onderzoekers van Curtin University uit Perth in Australië, die stuitten op de daar onder Aboriginals – die de oerwoudgeneeskunde en traditionele heling aanhangen – gangbare uitdrukking ‘waar je niet in gelooft, dat helpt je ook niet’, wat een belangrijk aspect van heling op afstand is16. Maar hoewel van belang, hoeft het niet essentieel te zijn. Dat blijkt uit de vele dubbelblinde onderzoeken die naar genezing op afstand gedaan zijn. Een criticus zou kunnen aanvoeren dat ook deze onderzoeken – zij het dubbelblind – toch een setting behelzen waarin de proefpersoon weet dat hij eventueel het doel van een heling is.
Er is echter ook onderzoek gedaan bij 22 halfapen (Otolemur garnettii) – om de vertekening door het typisch menselijke te vermijden. Deze primaten vertoonden allemaal chronisch zelfverwondend gedrag, wat tot ernstige wonden kon leiden. Ze werden naar willekeur ingedeeld in twee groepen. Voor de ene groep werd gebeden en de andere werd behandeld voor de wonden. Bij de dieren waarvoor werd gebeden, werden de wonden kleiner, groeide het aantal rode bloedcellen sneller en nam het zelfverwondend gedrag sneller af dan in de wondbehandelingsgroep17.
Dr. Jeanne Achterberg van de Southwestern Medical School in Dallas, Texas, draagt nog een stukje bij aan de puzzel. Zij had elf genezers op Hawaii bij elkaar gebracht die hun geneeswijze omschreven als het zenden van gebeden, intenties of alleen maar hun beste wensen. Elk van hen zond zijn of haar eigen vorm van heling naar elf ontvangenden, van wie de hersenen gedurende het hele onderzoek in beeld werden gebracht met een MRI-scanner (magnetic resonance imaging). Er was geen contact tussen ontvanger en genezer. Deze laatsten hadden de instructie gekregen om willekeurig, met tussenpozen van twee minuten, ‘helende gedachten’ te zenden. De ontvanger was hier niet van op de hoogte. Toch werd op het exacte moment dat de heler gedachten zond, het brein van de ontvanger geactiveerd. Achterberg schatte dat de kans op een dergelijke exacte correlatie tussen elf genezers en hun ontvangers ongeveer 1 op de 10.000 was18.
Een soortgelijke uitkomst kwam naar voren uit een onderzoek naar spirituele ervaringen van Brick Johnstone, neuroloog aan de universiteit van Missouri. Hij ontdekte dat gevoelens van transcendentie, universele verbondenheid en verminderd gevoel van individualiteit ontstaan wanneer de rechter pariëtale hersenkwab minder actief is. Dit kan bereikt worden door meditatie en gebed, maar het zou wel eens hetzelfde verschijnsel kunnen zijn dat Achterberg waarnam wanneer een ander bidt voor ons19.
Wat gebeurt er precies?
Meta-analyses wijzen erop dat genezing op afstand vaker wel dan niet werkt. Achterberg en haar team hebben ook ontdekt dat er sprake is van iets anders dan het placebo-effect.
Jeff Levin die werkt aan de Eastern Virgina Medical School gelooft dat heling op afstand en gebed echte fenomenen zijn – natuurverschijnselen – die verklaard kunnen worden door natuurwetten, en niet zozeer door bovennatuurlijke wetten. Wel is het zo dat die verklaring eerder moet worden gezocht in het rijk van de kwantumfysica dan in de klassieke natuurkunde. Volgens de theorie van de kwantummechanica is heling uit de verte in wezen een niet-lokaal effect, zo stelt hij, maar zelfs de bovennatuurlijke verklaring − die uitgaat van het bestaan van een goddelijke schepper − zou op waarheid kunnen berusten20. Als heling op afstand een niet-lokaal effect is, dan is het huidige model om het effect te meten ongeschikt. Volgens holistisch genezer dr. Larry Dossey zou dat de reden kunnen zijn van de tegenstrijdige onderzoeksresultaten. Er moet dus een andere manier worden gevonden om het effect te meten, niet het gangbare dubbelblinde placebogecontroleerde model21.
Uiteindelijk is het met genezing uit de verte net als met religie: de gelovige en de niet-gelovige zijn niet te overtuigen. Door ongelovig te blijven wijken sceptici en militante atheïsten af van de meerderheid. Een enquête van Time/CNN ontdekte het volgende: 82 procent van de Amerikanen gelooft dat gebed ernstige ziekte kan genezen, 73 procent dat bidden voor anderen werkt − en 64 procent wil dat hun dokter met hen mee bidt22.
En wie een afwijkende mening heeft, zou wel erg voorbarig zijn om studies waaruit blijkt dat bidden helpt openlijk af te wijzen, zegt Rajasekhar Ramakrishnan van het Columbia University Medical Centre23.
Totdat we het raadsel van het menselijk bewustzijn, de reikwijdte en de kracht daarvan volledig hebben doorgrond, zouden dat wel eens wijze woorden kunnen zijn.
Bryan Hubbard
1BMJ Open, 2011; 1: e000021; doi: 10.1136/bmjopen-2010-000021
2Cochrane Database Syst Rev, 2000; 2: CD000368
3Cochrane Database Syst Rev, 2007; 1: CD000368
4Cochrane Database Syst Rev, 2009; 2: CD000368
5Am Heart J, 2006; 151: 934-942
6Am Heart J, 2001; 142: 760-767
7Lancet, 2005; 366: 211-217
8Mayo Clin Proc, 2001; 76: 1192-1198
9South Med J, 1988; 81: 826-829
10Arch Intern Med, 1999; 159: 2273-2278
11www.unityonline.org
12Ann Intern Med, 2000; 132: 903-910
13Res Soc Work Pract, 2007; 17: 174-187
14J Religion, 2009; 89: 299-327
15J Altern Complement Med, 2004; 10: 438-448
16J Ethnobiol Ethnomed, 2010; 6: 18
17Altern Ther Health Med, 2006; 12: 42-48
18J Altern Complement Med, 2005; 11: 965-971
19Zygon, 2008; 43: 861-874
20Altern Ther Health Med, 1996; 2: 66-73
21Explore [NY], 2010; 6: 295-307
22Holist Nurs Pract, 2000; 14: 40-48
23Perspect Biol Med, 2006; 49: 504-514
Therapeutic touch
Therapeutic touch (TT) is een energiehelende therapie die – ondanks wat zijn naam doet vermoeden – meestal niet vereist dat degene die men wil helen daadwerkelijk wordt aangeraakt. Beoefenaars zeggen dat ze het energieveld van de patiënt kunnen opsporen en behandelen en blokkeringen ongedaan maken, waardoor het genezingsproces van het immuunsysteem in gang wordt gezet.
Dit was onderwerp van een beroemd – of berucht – staaltje van onderzoek dat was opgezet door de negen jaar oude Emily Ross, die als jongste aller tijden publiceerde in de Journal of the American Medical Association (JAMA). Met de hulp van de sceptische Steven Barrett – oprichter van de Amerikaanse website tegen kwakzalvers – testte Emily de kwaliteiten van 21 TT-beoefenaars. Terwijl zij achter een scherm stond, vroeg ze hen de positie van haar handen te noemen aan de hand van haar aura. Het succespercentage was ongeveer 44 procent, grofweg even veel als op grond van het toeval verwacht mocht worden1. Sommige meta-analyses geven echter positievere resultaten:
• een daarvan, waarin negentien gecontroleerde trials gezamenlijk werden geanalyseerd, vond dat 58 procent statistisch significante effecten opleverde, hoewel de kwaliteit van de onderzoeken doorgaans ‘matig tot slecht’ was2;
• een review van negen als ‘goed’ gekwalificeerde studies gaf in elk daarvan positieve lichamelijke en psychologische effecten van TT te zien3;
• in een analyse van negen andere onderzoeken bleek TT ‘een significante reductie’ te hebben gegeven van de mate van niet-chronische angst4.
1JAMA. 1998; 279: 1005-1010
2Altern Ther Suppl [Definitions and Standards in Healing Research], 2003; 9: A56-A71
3Nurs Sci Quart, 1999; 12: 52-61
4Focus Altern Complement Ther, 2000; 5: 106
Bidden voor jezelf
Hoewel de meeste studies zijn verricht naar het effect van bidden voor anderen (intercessorisch gebed), lijkt bidden voor je eigen gezondheid ook te helpen.
Een onderzoek van 151 adolescenten bracht aan het licht dat tot 80 procent van hen de conventionele behandelingen om de astmasymptomen onder controle te krijgen afwijst en in plaats daarvan zijn toevlucht neemt tot complementaire en spirituele therapieën als bidden1.
Gebed blijkt ook te helpen bij mensen die kampen met ziekte, verdriet, trauma en woede. Ongeveer driekwart van de mensen die bidden, doen dat als een coping-strategie om te kunnen omgaan met slechte relaties of negatieve emoties2.
De psychologische voordelen van gebed kwamen nadrukkelijk naar voren in een onderzoek van 53 studenten aan wie was gevraagd om te bidden voor een slachtoffer van kanker of om haar gewoon het beste te wensen. Degenen die baden, bemerkten dat ze minder kwaad en agressief werden, met name wanneer iemand hen overstuur had gemaakt3.
1Proceedings of the National Conference in Pediatric Psychology, San Antonio, Texas, 14-16 april 2011
2Soc Psychol Quart, 2010; 73: 417-437
3Pers Soc Psychol Bull, 2011; 37: 830-837
Bidden op internet
Vandaag de dag bidden mensen niet alleen meer voor elkaar in een kerk – het gebeurt ook op internet. Online komen er steeds meer steungroepen voor vrouwen met borstkanker, soms nog versterkt met berichten per mobiele telefoon.
Aan de universiteit van Wisconsin werd de werking onderzocht van een online sociaal netwerk met 97 patiënten. Bidden online bleek te helpen tegen angst en stress, zo ontdekten de onderzoekers, omdat dit het geloof in een hiernamaals, het vertrouwen in God en de waardering van het eigen leven versterkte1.
1Psycho-oncology, 2007; 16: 676-687
Het placebo-effect
Sceptici doen ieder positief effect van genezing op afstand af als een placebo-effect. Dit opzienbarende fenomeen − dat gemiddeld een derde van de deelnemers in alle medische en geneesmiddeltrials ervaren − toont de geneeskracht van de geest aan.
In één onderzoek gaven artsen toe dat ze aan 60 procent van de deelnemers een nutteloze neppil hadden gegeven en de helft daarvan had er positieve effecten van ervaren1.
Een ander onderzoek bevatte aanwijzingen dat deze praktijk de laatste tijd steeds gangbaarder was geworden. Onderzoekers van de universiteit van Zürich schatten dat tot 80 procent van de artsen placebo’s hebben gebruikt. Ook denken ze dat elke verpleegkundige op enig moment zijn/haar toevlucht tot een placebo neemt2.
1BMJ, 2004; 329: 944-946
2BMC Med, 2010; 8: 15
Er is meer tussen hemel en aarde…..
Wie twijfelt aan de genezende kracht van de geest moet verder lezen. Een soefi (een beoefenaar van het soefisme − de esotherische richting binnen de Islam) verrichte onder laboratoriumcondities een wonderbaarlijke genezing in het bijzijn van een groep Westerse wetenschappers.
De soefi stak een ongesteriliseerde metalen pen door zijn ene wang de mond in, die er door zijn andere wang weer uitkwam. De linkerwond die dat achterliet, genas binnen twee minuten en de rechter was acht uur later voor driekwart geheeld. Om bedrog uit te sluiten was de soefi al die tijd verbonden met een eeg-apparaat (elektro-encefalogram) en radiologische en axiale computertomografie (CT-)beelden bevestigden dat de pen inderdaad door elke wang heen was gegaan.
Chinese kruiden minstens zo effectief als Tamiflu
De Chinese combinatie van kruiden genaamd maxingshigan-yinqiaosan is even effectief als Tamiflu tegen het H1N1-virus, een van de meest voorkomende griepvirussen op dit moment. Het kruidenmiddel – dat uit twaalf kruiden bestaat – bracht in een onderzoek met 410 grieppatiënten even goed de temperatuursverhoging omlaag als Tamiflu. Op andere fronten werkte het zelfs iets beter dan het geneesmiddel. Het kruidenmiddel, dat in vloeibare vorm wordt toegediend, verlaagde de temperatuur van mensen met verhoging binnen zestien uur en dat was vier uur sneller dan Tamiflu. Tevens had in de groep die het kruidenmiddel kreeg slechts 9 procent van de mensen uiteindelijk antibiotica nodig, tegenover 16 procent in de groep die Tamiflu kreeg.
Bron: Ann Intern Med, 2011; 155: 217-225
Fabrikant Tamiflu verhult ineffectiviteit en gevaren
Geneesmiddelgigant Roche verdient jaarlijks 1,9 miljard dollar aan de verkoop van Tamiflu, wereldwijd het meest gebruikte middel tegen griepepidemieën. Maar het bedrijf houdt onderzoek achter waaruit valt op te maken dat het middel niet werkt en zelfs schadelijk kan zijn voor het immuunsysteem.
Tamiflu (oseltamivir) blokkeert het natuurlijke afweermechanisme van het lichaam zelf – het immuunsysteem – tegen het griepvirus en verhoogt het risico op braken bij kinderen. Tevens werkt het nauwelijks beter dan een placebo als het gaat om preventie van de griep of bekorting van de duur van de ziekte als die eenmaal is opgelopen.
Deze ‘nieuwe’ informatie kwam echter pas aan het licht toen een onderzoeksteam van de Cochrane Collaboration gebruikmaakte van het informatierecht om Roche te dwingen onderzoeksgegevens vrij te geven die nooit eerder waren gepubliceerd. De achtergehouden gegevens zijn zelfs in tegenspraak met de publieke uitingen van Roche over Tamiflu als antiviraal middel, inclusief claims dat het middel geen bijwerkingen had en het immuunsysteem niet aantast.
Over de hele wereld hebben regeringen grote voorraden Tamiflu aangelegd voor de behandeling van mensen met cruciale beroepen ten tijde van een epidemie. Roche verdiende in 2009 1,9 miljard dollar aan de verkoop wereldwijd.
Bron: The Cochrane Collaboration, 18 januari 2012; doi: 10.1002/14651858.CD008965.pub3
