Chemotherapie, bepaald geen wondermiddel
Nieuw onderzoek levert aanwijzingen dat chemotherapie alleen kankercellen doodt die op het punt van afsterven staan.
Chemotherapie is wellicht niet het ultieme redmiddel bij kanker waarvoor het wordt aangezien. Uit het nieuwste onderzoek komen aanwijzingen naar voren dat alleen die kankercellen worden gedood die toch al gaan sterven.
In een onderzoek dat in afwachting van publicatie in het tijdschrift Science alvast op internet staat, stelt het onderzoeksteam uit Boston (Massachusetts) dat kankercellen die bijna het stadium van natuurlijke celdood (apoptose) hebben bereikt sterker reageren op bepaalde chemotherapeutische stoffen dan cellen die nog niet in dat stadium zijn.
Dat duidt erop dat chemotherapie onwerkzaam zou zijn bij kankercellen die nog niet uit zichzelf aan het sterven zijn. Op zijn best zou dat natuurlijke celdoodproces enigszins worden bespoedigd. Elke gezonde cel in ons lichaam is daarvoor geprogrammeerd, maar bij kankerpatiënten is dat proces ontregeld geraakt.
Met behulp van een bepaalde techniek (BH3-profilering) had het Dana-Farber-team al eerder ontdekt dat het mogelijk is om te meten hoe dicht cellen tegen de apoptosedrempel aanzitten. De techniek maakt gebruik van kleine stukjes eiwit met de naam BH3-peptide uit een groep proteïnen (eiwitten) die aanzetten tot natuurlijke celdood. Door deze stukjes BH3-proteïne toe te voegen aan celmonsters en vervolgens te meten hoe veel nodig was om de cel te doden, waren ze in staat te bepalen hoe dicht de cellen tegen het stadium van apoptose aan zaten. De cellen die daarvoor het minste BH3 nodig hadden, waren dus kennelijk de eerste die uit zichzelf zouden sterven.
In dit onderzoek gebruikte het team de BH3-profileringstechniek eerst bij myeloomcellen van patiënten die chemotherapie zouden ondergaan. Myeloom is een type kanker dat cellen in het beenmerg − zogeheten plasmacellen − aantast. De resultaten lieten een sterke overeenkomst zien tussen de kankercellen die als eerste spontaan zouden sterven en die welke op de chemotherapie reageerden.
De onderzoekers gebruikten vervolgens de profileringstechniek om een scala van tumoren bij 85 patiënten te bestuderen, waaronder multipel myeloom (ziekte van Kahler), acute myeloïde leukemie, acute lymfatische leukemie en ovariumkanker. In alle gevallen troffen zij dezelfde samenhang aan: chemotherapie had een grotere kans te werken tegen tumorcellen die als eerste zouden afsterven1.
De gangbare visie op z’n kop
Deze nieuwe bevindingen zijn een provocatie aan het adres van het conventionele denken over de werking van chemotherapie. De traditionele opvatting is dat chemotherapie snelgroeiende cellen als kankercellen aanvalt, maar het nieuwe bewijs duidt erop dat dit gebeurt bij kankercellen die al op het punt staan af te sterven en dat het niet werkt tegen kankercellen in een ander stadium.
Volgens de onderzoekers wijst deze ontdekking er ook op dat het mogelijk zal gaan worden te voorspellen bij welke kankerpatiënten de chemotherapie zal aanslaan. Daarnaast zouden chemotherapiemiddelen meer effect kunnen krijgen door de cellen eerst dichter bij hun apoptose te brengen.
Aan de andere kant rijzen er ook belangrijke vragen over de huidige status van chemotherapie, zoals: zouden kankercellen die reageren op chemotherapie ook uit zichzelf zijn verdwenen? En vanuit het standpunt van de patiënt geredeneerd: als chemotherapie alleen een natuurlijk proces versnelt, is het dan al dat lijden en de aftakeling die ermee gepaard gaan wel waard?
Het natuurlijke verloop van kanker
Dit zijn vragen die we nog niet kunnen beantwoorden, maar ze zijn het overwegen waard in het licht van het groeiende aantal onderzoeken die erop duiden dat kanker soms gewoon verdwijnt, of – zoals oncologen dat noemen – ‘spontaan in regressie gaat’2.
In een onderzoek aan Stanford University van 83 patiënten met non-Hodgkin-lymfoom die hiervoor niet waren behandeld, bleken 19 van hen (23 procent) inderdaad een spontane regressie van hun kanker te hebben3.
Meer recent volgden wetenschappers aan het Noorse instituut voor volksgezondheid in Oslo twee groepen vrouwen met eenzelfde gezondheidsprofiel en achtergrond, die symptomen van borstkanker hadden. Één groep was tussen 1996 en 2001 gescreend met elke twee jaar een mammografie, terwijl de andere groep alleen aan het eind van de onderzoeksperiode was gescreend.
Als factoren die de resultaten konden vertekenen buiten beschouwing werden gelaten – zoals ductaal carcinoma in situ (DCIS), dat weliswaar tot de kankers wordt gerekend, maar dat eigenlijk niet is – was het percentage borstkanker bij de regelmatig gescreende vrouwen aan het eind van het onderzoek 22 procent hoger dan in de niet-gescreende groep.
‘Het lijkt erop dat sommige borstkankers die in de loop van de herhaalde screeningen werden ontdekt, na zes jaar niet zichtbaar waren bij de eenmalige screening aan het slot’, zo concludeerden de onderzoekers, omdat de incidentie onder de niet-gescreende vrouwen zo sterk afweek van de gescreende groep. Dat doet het vermoeden rijzen dat het natuurlijke verloop van sommige – in de tussentijd wel gesignaleerde – invasieve tumoren spontaan in regressie is gegaan4.
Weer een ander onderzoek wees erop dat neuroblastoom – de kanker bij kinderen die de bijnieren aantast – ook spontaan kan verdwijnen. In Japan volgden artsen van het Saitama-kinderziekenhuis in Iwatsuki het beleid ‘waakzaam afwachten’ bij elf zuigelingen van een half jaar oud met ofwel een neuroblastoom fase I of II (een vroeg stadium) ofwel een tumor die kleiner was dan 5 cm doorsnee.
Na zes maanden van deze ‘passieve observatie’ waren alle tumoren geslonken, al was aan het eind van de onderzoeksperiode geen daarvan volledig verdwenen. Op basis van deze bevindingen concludeerden de onderzoekers dat ‘regressie van bij screening zichtbare neuroblastomen geen zeldzaam verschijnsel is’5.
Dit zijn slechts enkele voorbeelden van kankerregressie die door de jaren heen zijn opgetekend in de medische literatuur. Niemand weet waardoor dit gebeurt, maar het fenomeen lijkt samen te hangen met infecties met koorts, veroorzaakt door virussen, bacteriën of schimmels6.
Hoewel deze voorvallen suggereren dat het lichaam tot op zekere hoogte in staat is om zelf kanker te bestrijden weten we absoluut niet hoe vaak dit gebeurt, omdat tegenwoordig weinig kankergevallen onbehandeld blijven. In het algemeen neemt men aan dat spontane regressie in één op de 60.000 kankergevallen voorkomt, maar sommige wetenschappers geloven dat het werkelijke cijfer wel eens 20 tot 100 keer hoger zou kunnen liggen7,8.
Terug naar de basis
Met de laatste ontdekkingen over chemotherapie in het achterhoofd, is het dan niet aannemelijk dat deze populaire therapie te veel eer toekomt als het gaat om het bestrijden van kanker?
De vaststelling dat chemotherapie kankercellen aanvalt die al bijna het celdoodstadium hebben bereikt, laat de mogelijkheid open dat de kanker uit zichzelf zou zijn verdwenen, zonder hulp van chemotherapie. Anders gesteld: zouden de kankercellen niet ook gestorven zijn zonder dat de chemo ze een laatste zetje in die richting had gegeven?
Dit zijn ingewikkelde vragen die nog ontrafeld moeten worden. Duidelijk is wel uit dit en uit ander onderzoek (zie kader) dat chemotherapie waarschijnlijk bij een significant aantal patiënten niet effectief is. En deze bewijzen zouden wel kunnen leiden tot een meer persoonsgerichte benadering van kanker, waarbij menige patiënt het scala van zware bijwerkingen bespaard kan blijven.
Joanna Evans
1Science, 2011; 27 oktober 2011; online voorpublicatie
2Medisch Dossier juni 2009; Dossier koorts en kanker
3N Eng J Med, 1984; 311; 1471-1475
4Arch Intern Med, 2008; 168: 2311-2316
5J Clin Oncol, 1998; 16: 1265-1269
6Indian J Cancer, 2011; 48: 246-251
7O’Regan B, Hirshberg C. Spontaneous Remission: An Annotated Bibliography
8Petaluma, CA: Institute of Noetic Sciences, 1993
Weinig voordeel, groot risico
De laatste gegevens aan de hand van BH3-profilering wijzen op een verklaring waarom chemotherapie in een groot aantal gevallen van kanker niet werkt. Toen kankerspecialist dr. Ulrich Abel een meta-analyse uitvoerde van de percentages waarin chemotherapie werkte bij kanker in een vergevorderd stadium, kwam hij tot de conclusie dat er – behalve bij longkanker en mogelijk eierstokkanker − geen direct bewijs is dat chemotherapie het leven verlengt1.
Later deden Australische wetenschappers onderzoek naar de werkzaamheid van chemotherapie bij behandeling van volwassenen met de meest voorkomende soorten kanker. Zij concludeerden dat chemotherapie in slechts iets meer dan 2 procent van alle gevallen de levensduur van kankerpatiënten verlengde. Bij slechts dertien van de 22 soorten tumoren die zij analyseerden, was een verbetering in de vijfjaarsoverleving aanwijsbaar en bij slechts drie daarvan was die hoger dan 10 procent.
‘Ondanks de aanvankelijke aanname dat chemotherapie een soort panacee is voor de bestrijding van alle soorten kanker, is de werkzaamheid van deze giftige therapie in feite beperkt tot kleine subgroepen patiënten en vindt deze meestal plaats bij de minder vaak voorkomende tumoren’, zo luidde de conclusie2.
Dit bewijs is in tegenspraak met de verwachting van veel patiënten die denken dat ze een therapie ondergaan die hun kans op genezing en overleving aanzienlijk verhoogt. Zouden ze de getallen en feiten beter kennen, dan zouden ze wellicht een heel andere afweging maken vanwege de aantasting van hun kwaliteit van leven.
Afgezien van vermoeidheid, pijn, misselijkheid en haaruitval, kan chemotherapie vanwege de giftigheid voor de hersenen ook verwardheid, geheugenverlies en spraakstoornissen geven, aldus de laatste onderzoeksgegevens3,4.
1Biomed Pharmacother, 1992; 46: 439-452
2Clin Oncol [R Coll Radiol], 2004; 16: 549-560
3JAMA, 2008; 299: 2494
4Acta Oncol, 18 Augustus 2011; online voorpublicatie
Trefwoorden
Chemotherapie, kanker regressie

UitgaveApril 2012

In dit nummer
- Van de hoofdredactie: Als wonderen bestaan
- Hocus-Pocus: genezing op afstand
- Goed nieuws over ‘slechte’ voeding
- Natuurlijke alternatieven bij chronische obstructieve longziekte
- Chemotherapie, bepaald geen wondermiddel
Kort nieuws
- Fabrikant Tamiflu verhult ineffectiviteit en gevaren
- Chinese kruiden minstens zo effectief als Tamiflu
- Bewezen gezondheidsclaims worden toch verboden
- Maté-thee vernietigt colonkankercellen en stopt ontsteking
- Light-dranken verhogen risico beroerte en hartaanval
- Onderzoekers vervalsen gegevens om gevaarlijke middelen veilig te doen lijken
- Vlees besmet met superresistente bacterie MRSA
- Veelgebruikte combinatie van geneesmiddelen veroorzaakt vallen
- Antihypertensivum dat doorbraak moest zijn, is nu verboden
Snel naar een andere editie Kies een editie … Oktober 2013 September 2013 Juli 2013 / Augustus 2013 Juni 2013 Mei 2013 April 2013 Maart 2013 Februari 2013 December 2012 / Januari 2013 November 2012 Oktober 2012 September 2012 Juli/augustus 2012 Juni 2012 Mei 2012 April 2012 Maart 2012 Februari 2012 December 2011/Januari 2012 November 2011 Oktober 2011 September 2011 Juli/augustus 2011 Juni 2011 Mei 2011 April 2011 Maart 2011 Februari 2011 December 2010/januari 2011 November 2010 Oktober 2010 September 2010 Juli 2010 Juni 2010 Mei 2010 April 2010 Maart 2010 februari 2010 december/januari 2010 november 2009 oktober 2009 september 2009 juli/augustus 2009 juni 2009 mei 2009 april 2009 maart 2009 februari 2009 december 2008/januari 2009 november 2008 oktober 2008 september 2008 juli/augustus 2008 juni 2008 mei 2008 april 2008 maart 2008 februari 2008 december 2007/januari 2008 november 2007 oktober 2007 september 2007 juli/augustus 2007 juni 2007 mei 2007 april 2007 maart 2007 februari 2007 december 2006/ januari 2007 november 2006 oktober 2006 september 2006 juli 2006 juni 2006 mei 2006 april 2006 maart 2006 februari 2006 december 2005/januari 2006 november 2005 oktober 2005 september 2005 juli 2005 juni 2005 mei 2005 april 2005 maart 2005 februari 2005 december 2004 november 2004 oktober 2004 september 2004 juli 2004 juni 2004 mei 2004 april 2004 maart 2004 februari 2004 december 2003/januari 2004 Medisch Dossier – Neem uw gezondheid in eigen hand
Ingelogd als:
tjarko.douwe.holtjer@gmail.com
Uitloggen
Zoek op deze site
RSS FeedOnze laatste blogberichten
- Valse uitslag kankertest door diabetesmiddel
- WHO medewerkers ‘betaald door …
- Röntgenopname bij tandarts verhoogt risico …
De CO2-uitstoot van deze website is gecompenseerd door een investering in windenergie.
Maté-thee vernietigt colonkankercellen en stopt ontsteking
Yerba-maté-thee – een populaire drank in Zuid-Amerika – kan volgens onderzoek wellicht colonkanker voorkomen. De cafeïne in deze thee bleek in laboratoriumonderzoek colonkankercellen te vernietigen en de ontstekingsprocessen te verminderen die bijdragen aan de ontwikkeling van deze vorm van kanker.
De Amerikaanse onderzoekers zagen dat de colonkankercellen zichzelf vernietigden als ze in contact kwamen met stoffen afkomstig van het caffeoylquininezuur (CQA) uit de thee. Die vorm van celdood, genaamd apoptose, doet vermoeden dat CQA uit maté-thee ook effectief zou kunnen werken tegen andere vormen van kanker. Ook deed het meer dan kankercellen vernietigen: het voorkwam dat gezonde cellen ontaardden tot kankercellen.
De ontstekingsremmende eigenschap van CQA doet vermoeden dat het ook zou kunnen werken tegen problemen als hartziekten en gewrichtsaandoeningen.
Bron: Mol Nutr Food Res, 2011; 55: 1509-1522
Rode wijn remt uitzaaiing borstkanker
Rode wijn kan de uitzaaiing (metastasering) van borstkanker tegengaan. Het ‘magische’ ingrediënt is resveratrol: dit blokkeert het groeibevorderende effect van oestrogeen, waardoor de kankercellen zichzelf niet kunnen vermeerderen.
Deze ontdekking, gedaan door Italiaanse onderzoekers aan de universiteit van Calabria, is goed nieuws met name voor vrouwen met een vorm van kanker die niet meer reageert op hormoontherapie. Bij hen zouden supplementen met rode wijn of met resveratrol een nieuw ‘farmacologisch instrument’ kunnen zijn in het scala van huidige behandelingen voor borstkanker, aldus de onderzoekers.
Bron: FASEB J, 2011; 25: 3695-3707
Chinees kruid vermindert bijwerkingen chemotherapie
Een kruid uit de traditionele Chinese geneeskunde kan de gevaarlijke bijwerkingen van chemotherapie verminderen en het immuunsysteem van een patiënt ondersteunen.
Kankerpatiënten die het Chinese kruidengeneesmiddel LCS101* kregen − dat bestaat uit veertien verschillende kruiden − verloren minder rode en witte bloedcellen tijdens de chemotherapie, zonder negatieve bijwerkingen. Dit werd aangetoond in een onderzoek van 65 borstkankerpatiënten, die het middel kregen in capsules van 6 gram, vanaf twee weken voordat de chemotherapie startte en tijdens de behandeling. De kruiden beperkten ook de schade aan de witte bloedcellen, die een belangrijke rol spelen bij het voorkómen van een infectie.
BRON: Oncologist, 2011; 16: doi: 10.1634/the oncologist.2011-0150
Niet commercieel verkrijgbaar. Componenten afkomstig van: Astragalus membranaceus, Poriae cocos, Atractylodes macrocephala, Lycium chinense, Ligustrum lucidum, Paeonia lactiflora, Paeonia obovata, Citrus reticulata, Ophiopogon japonicus, Milletia reticulata, Oldenlandia diffusa, Scutellaria barbata, Prunella vulgaris, enGlehnia littoralis.
Wielrenner Lance Armstrong inspireert tot nieuwe therapie tegen kanker
De beroemde wielrenner Lance Armstrong zou de inspiratie kunnen blijken voor een nieuwe therapie tegen kanker. Zijn gevecht tegen deze ziekte wordt wetenschappelijk onderzocht met als doel om een nieuwe aanpak te kunnen ontwikkelen op basis van hoge temperaturen om kankercellen te doden die resistent zijn geworden tegen chemotherapie.
Armstrong overwon namelijk gemetastaseerd testiculair carcinoom: zaadbalkanker die is uitgezaaid, in zijn geval naar de longen en hersenen. Daarna won hij zeven keer de Tour de France! De onderzoekers denken dat zijn kankercellen niet hebben kunnen overleven in de warmere delen van zijn lichaam nadat ze zich hadden uitgezaaid vanuit de testikels, waar het koeler is. In het onderzoek wordt nu extreme hitte getest op andere typen kankercellen om te zien of die ook afsterven.
Bron: Mol Pharmaceutics, 2011; doi: 10.1021/mp200310u
Ovariumkanker: risicobeperking en opsporing
Nieuw Amerikaans onderzoek wijst uit dat screening op eierstokkanker (ovariumkanker) maar weinig levens redt. Gelukkig is er bewijs gevonden dat een aantal natuurlijke benaderingen het risico op de ziekte kan beperken.
Het huidige preventieve onderzoek om te screenen op eierstokkanker is nauwelijks van nut om de totale sterfte hieraan te verminderen. Zo blijkt uit een nieuw onderzoek dat werd gepubliceerd in Cancer, het officiële orgaan van de American Cancer Society. Aan de hand van een computersimulatie van het ziekteverloop ontdekten Amerikaanse onderzoekers dat screeningstesten het probleem doorgaans pas signaleren als het al te laat is1.
‘Als we ervan uitgaan dat verschillende vormen van eierstokkanker in een verschillend tempo groeien en uitzaaien, zal zelfs de beste opsporingsmethode het aantal vrouwen dat hieraan overlijdt op zijn hoogst met 11 procent verminderen’, aldus onderzoeksteamleider Dr. Laura Havrilesky van de Duke University in Durham, North Carolina. ‘Voor een deel komt dat doordat vooral de langzaam groeiende kankers meer kans hebben om te worden opgespoord.’
Andere strategieën blijken dus nodig – zoals preventie en betere behandeling – wil de jaarlijkse sterfte aan eierstokkanker substantieel dalen. Momenteel is het jaarlijkse sterftecijfer 15.000 alleen al in de VS2 (in Nederland in 2009 1006)3. In Groot- Brittannië is het bij vrouwen de vijfde meest voorkomende vorm van kanker en de vierde oorzaak van sterfte aan kanker in het algemeen4. In Nederland staat eierstokkanker op de achtste plaats voor vrouwen en is het de vijfde oorzaak van sterfte aan kanker onder vrouwen5.
Een groot aantal teams van wetenschappers houdt zich wereldwijd bezig met de zoektocht naar een mogelijkheid om deze ziekte te voorkomen. Gelukkig blijkt uit hun bevindingen dat er diverse eenvoudige maatregelen zijn die het risico kunnen verlagen.
Risicobeperking
Kom in beweging
Regelmatige lichaamsbeweging kan het risico op een reeks aandoeningen, waaronder kanker, verlagen6.
Het onderzoek naar deze specifieke vorm van kanker is weliswaar beperkt, maar uit een onderzoek bleek wel dat vrouwen die lichamelijk actief zijn – vanwege hun werk of in hun vrije tijd – significant minder vaak eierstokkanker hebben vergeleken met vrouwen die een meer zittend leven leiden7.
Gezondheidsorganisaties bevelen momenteel aan om uit een oogpunt van kankerpreventie bijna elke dag ten minste dertig minuten matig tot intensief te bewegen.
Stop met roken
Roken hangt samen met bepaalde typen eierstokkanker. Volgens een Australisch review hebben rokers tweemaal zoveel kans op de muceuze vorm, die in 12-15 procent van alle gevallen voorkomt. Het goede nieuws is dat stoppen met roken op ieder moment loont, waarna het risico op de lange termijn weer normaliseert8.
Let op wat u eet
Uw voedingspatroon kan een rol spelen bij de preventie. Een ander Australisch onderzoek – van een ander onderzoeksteam – bij meer dan vierduizend vrouwen, wees uit dat het eten van veel kip en gevogelte en vis een beschermende werking heeft. Te veel bewerkt vlees had juist het tegenovergestelde effect9.
In weer een ander onderzoek, onder 900 vrouwen in de Chinese stad Zhejiang, bleek dat het risico lager werd door het eten van veel groente en fruit, maar toenam bij het eten van veel vet, gebakken, gepekeld en gerookt voedsel en geconserveerde (gezouten) groente10.
Verse groente, vooral groene bladgroente, lijkt in het bijzonder te helpen tegen eierstokkanker. Uit de Iowa Women’s Health Study blijkt dat het eten van veel groene bladgroente een significante risicoverlaging van 56 procent op epitheliale eierstokkanker geeft11. Een studie van het Karolinska Institutet in Stockholm rapporteerde een risicovermindering van 10 procent voor wie dagelijks een extra portie groente at12.
Groenten bevatten flavonoïden: fytochemicaliën die antioxidante, ontstekingsremmende en antikankereigenschappen hebben. Dat zou hun beschermende effecten verklaren. Dit effect blijkt ook uit onderzoeken die een direct verband tussen eierstokkanker en voedingsflavonoïden vonden. Een Italiaans onderzoek wees uit dat bepaalde plantaardige flavonoïden (flavonolen en isoflavonen) samengingen met een 40 tot 50 procent lager risico13. Flavonoïden zitten onder meer in fruit, thee, wijn, en ander voedsel en dranken van plantaardige aard.
Er is nog een andere familie fytochemicaliën – zogeheten carotenoïden – die preventief werken bij ovariumkanker. Een studie uit Boston (Massachusetts) wees uit dat het eten van fruit, groenten en ander voedsel met veel caroteen en lycopeen antioxidanten – zoals wortels en tomaten – het risico kunnen verminderen14.
Drink thee
Er is ook bewijs dat vrouwen die thee drinken minder kans hebben op eierstokkanker dan wie geen thee drinkt. Er werd een significant lager risico vastgesteld voor vrouwen die elke dag vier of meer koppen thee dronken van willekeurig welke soort: zwarte, groene of kruidenthee15. Groene thee is in het bijzonder goed voor u, omdat het een hoog gehalte catechinen bevat – een krachtig type polyfenol-antioxidant met een welbekend antikankereffect16. Een observationeel onderzoek uit China uit de jaren 1999-2000 duidde op een sterke omgekeerde (inverse) relatie tussen het drinken van groene thee en eierstokkanker17.
Kijk uit voor acrylamide
Deze chemische stof is een natuurlijk bijproduct van het bakken van bepaalde voedingsmiddelen bij hogere temperaturen. Daardoor zit het in veel gangbare gebakken en gefrituurde etenswaren, vooral die met veel koolhydraten. Ook hiervan is de link met eierstokkanker gelegd. Het Nederlandse cohortonderzoek naar voeding en kanker, dat 62.000 vrouwen omvatte, toonde aan dat het risico op eierstok- en baarmoederkanker significant toenam naarmate de inname van acrylamide via het voedsel steeg. Van de niet-rokers hadden degenen die de grootste hoeveelheid via het voedsel binnenkregen een tweemaal zo hoog risico als degenen die weinig van deze stof binnenkregen18. Producten als chips, gebakken, gefrituurde of geroosterde aardappelen, cruesli, geroosterd brood en zelfs koffie bevatten acrylamide. Bij gekookt, gestoomd of in de magnetron klaargemaakt voedsel blijkt dat niet het geval.
De Amerikaanse voedselwaakhond US Food and Drug Administration (FDA) doet de volgende aanbevelingen:
• Beperk het gebruik van gebakken etenswaren. Bakken produceert de meeste acrylamide, gevolgd door het grillen of roosteren van aardappelschijfjes en het bakken van de hele aardappel.
• Zet rauwe aardappelschijfjes eerst onder water. Droog ze pas af na 15-30 minuten alvorens ze te bakken of te roosteren. Dit vermindert de vorming van acrylamide tijdens het bakken. Let op dat ze tevoren goed zijn afgedroogd omdat ze anders gevaarlijk gaan spetteren.
• Bewaar aardappels nooit in de koelkast. Ook dit geeft meer acrylamidevorming tijdens het bakken.
• Bak aardappelproducten niet te donker. Aardappelschijfjes, bijvoorbeeld, moeten een goudgeel kleurtje hebben en geen bruine kleur. Bruine stukken bevatten meestal meer acrylamide.
• Rooster brood tot het lichtbruin ziet en niet donkerbruin. Ook hier bevatten de donkerbruine stukken de meeste acrylamide.
• Drink niet te veel koffie. De acrylamide in koffie ontstaat bij het roosteren van de bonen, niet bij het koffiezetten. Wetenschappers zijn er tot dusver niet in geslaagd de hoeveelheid daarvan daadwerkelijk te verminderen.
• Neem geen hormoonsubstitie (HRT). Niet alleen kan dit hartziekte en borstkanker veroorzaken bij vrouwen na de menopauze, ook hebben wetenschappers vastgesteld dat het risico op eierstokkanker hierdoor toeneemt. Een Deense langetermijnstudie bij meer dan 900.000 vrouwen van 50-79 jaar toonde aan dat het gebruik van hormonen op die leeftijd leidt tot een 38 procent hoger risico op het ontwikkelen van deze kanker. Omgerekend betekent dit één extra ziektegeval per jaar per 8300 vrouwen die HRT krijgen, oftewel 140 gevallen meer tijdens de vervolgperiode van acht jaar. Dit komt overeen met 5 procent van alle gevallen van eierstokkanker. Bovendien stond het risico van hormoonsuppletie los van de duur van het gebruik, de precieze combinatie van hormonen, de hoeveelheid oestrogeen daarin en de toedieningswijze19.
• Wees voorzichtig met vruchtbaarheidshormonen. Er bestaat enige bezorgdheid dat deze het risico op eierstokkanker verhogen. Een studie bij bijna 4000 vrouwen toonde aan dat langdurig gebruik van clomifeen – een selectieve oestrogeenreceptor-modulator (SERM) – het risico van een ‘borderline’ of invasieve ovariumtumor meer dan verdubbelt20. Uit een ander onderzoek kwam echter geen verhoogd risico naar voren bij langdurig gebruik van ofwel gonadotrofinen of clomifeen. Bij analyse van de risicoverschillen naar type eierstokkanker bleek echter een 67 procent hoger risico op de sereuze vorm (de meest voorkomende vorm) bij clomifeengebruiksters, met name degenen die vijftien jaar of langer werden gevolgd21. Ander onderzoek suggereert dat het eerder de onvruchtbaarheid zelf is die bijdraagt aan dit risico dan het hormoongebruik. Het is duidelijk dat meer onderzoek nodig is naar dit belangrijke vraagstuk22.
• Pas op met talkpoeder. Er bestaat enig bewijs dat een vrouw die talkpoeder in de genitaalstreek gebruikt meer risico loopt dan wie dat niet doet. De theorie hierachter is dat dit poeder in de vagina terecht kan komen en uiteindelijk zelfs in de eierstokken. Daar zou het tot irritatie en mogelijk ontstekingen kunnen leiden, die kunnen resulteren in kwaadaardige veranderingen in de cellen. Onderzoek van ongeveer 500 vrouwen gaf een 50 procent hoger risico te zien bij vrouwen die talk gebruiken in het gebied tussen vagina en anus. Bij degenen die het rechtstreeks in het genitaalgebied gebruikten – of tien jaar of langer elke dag – werd het risico het hoogst ingeschat23. Een meer recent onderzoek vond ook het verband tussen talk en eierstokkanker in het bijzonder bij vrouwen met een geschiedenis van endometriose – een ontstekingsaandoening die op zichzelf al een risicofactor is24.
• Let op uw gewicht. Sommige onderzoeken zagen een verband tussen overgewicht en een verhoogd risico op eierstokkanker. De uitkomst van de European Prospective Investigation into Cancer and Nutrition toonde aan dat zwaarlijvige vrouwen een significant hoger risico op dit type kanker hadden, vooral na de menopauze25.
1Cancer, 2010; Dec 13: online voorpublicatie
2Int J Cancer, 2009; 124: 1918-1925
3 Centraal Bureau voor de Statistiek, 2010
4http://info.cancerresearchuk.org/cancerstats/types/ovary
5IKCnet, 2010
6Int J Clin Pract, 2010; 64: 1731-1734
7Int J Cancer, 2005; 117: 300-307
8Gynecol Oncol, 2006; 103: 1122-1129
9Am J Clin Nutr, 2010; 91: 1752-1763
10Br J Cancer, 2002; 86: 712-717
11Am J Epidemiol, 1999; 149: 21-31
12Br J Cancer, 2004; 90: 2167-2170
13Int J Cancer, 2008; 123: 895-898
14Int J Cancer, 2001; 94: 128-134
15Cancer Causes Control, 2010; 21: 1485-1491
16Curr Med Chem Anticancer Agents, 2002; 2: 441-463
17Cancer Epidemiol Biomarkers Prev, 2002; 11: 713-718
18Cancer Epidemiol Biomarkers Prev, 2007; 16: 2304-2413
19JAMA, 2009; 302: 298-305
20N Engl J Med, 1994; 331: 771-776
21BMJ, 2009; 336: b249
22Minerva Endocrinol, 2010; 35: 247-257
23Obstet Gynecol, 1992; 80: 19-16
24Int J Cancer, 2009; 124: 1409-1415
25Int J Cancer, 2010; 126: 2404-2415
Let op de volgende signalen
Ovariumkanker wordt vaak een sluipmoordenaar genoemd. De symptomen zijn namelijk zo vaag, dat bij de meeste vrouwen de diagnose pas wordt gesteld als de kanker al is uitgezaaid. Toch neemt het bewijs toe dat de frequentie en de combinatie van bepaalde symptomen een waarschuwing kunnen zijn voor vrouwen en artsen om aan eierstokkanker te denken, zelfs in de vroegste stadia van de ziekte, wanneer de overlevingskansen hoger zijn1,2.
De diagnose stellen is lastig, doordat de symptomen vaak lijken op die van onschuldige en veelvoorkomende aandoeningen als spijsverterings- en blaasproblemen. Maar als u aanhoudend last hebt van de volgende drie symptomen moet u toch aan de mogelijkheid van eierstokkanker denken;
• langdurige pijn in buik en bekken;
• toegenomen buikomvang en een opgeblazen gevoel dat niet komt en gaat maar aanhoudt;
• moeite met eten en snel een gevoel van verzadiging.
Soms bestaan er ook andere tekenen als urinewegproblemen, veranderingen in de stoelgang, extreme vermoeidheid en/of rugpijn. Deze verschijnselen kunnen zich alleen of in combinatie met de bovenstaande voordoen. Mocht u dus regelmatig last hebben van een of meer van deze symptomen en u ervaart ze als ‘niet normaal’ raadpleeg dan uw dokter. De kans dat dit wijst op een ernstige aandoening is klein, maar het is belangrijk er voor alle zekerheid toch naar te laten kijken.
Voor meer informatie en een lijst van symptomen zie de website van het Koningin Wilhelminafonds, http://www.kwfkankerbestrijding.nl.
1Cancer, 2007; 109: 221-227
2JAMA, 2004; 291: 2705-2712
