Bron: Medisch Dossier / Wat Artsen je niet vertellen
Teken van toenemende milieuvervuiling
Kanker is de op een na belangrijkste doodsoorzaak bij kinderen. Dat heeft er vooral mee te maken, dat kinderen nog gevoeliger zijn voor het steeds grotere aantal vervuilende stoffen in onze leefomgeving dan volwassenen.
Kanker bij kinderen komt steeds vaker voor en artsen zeggen, dat ze niet begrijpen waarom dat zo is. Kanker is een ziekte, waarbij tal van factoren een rol spelen. Maar terwijl wetenschappers hun aandacht vooral richten op de genetische oorzaken van kanker, worden belangrijke veroorzakende factoren – vaccins, pesticiden, additieven in voedingsmiddelen en elektromagnetische straling – grotendeels buiten beschouwing gelaten. Experts blijven maar beweren, dat kanker bij kinderen uiterst zeldzaam is. De statistieken wijzen echter uit, dat kanker in de V.S. – na ongevallen – de belangrijkste doodsoorzaak bij kinderen is[1]. Cijfers van de Britse overheid suggereren dat dit ook voor G.B. geldt[2]. Net als volwassenen kan bij kinderen in alle delen van het lichaam kanker optreden. Desondanks komt kanker op twee plekken extra vaak voor: in de botten en de hersenen. De cijfers wijzen uit, dat de incidentie van acute lymfoblastische leukemie (ALL) de laatste 15 jaar met 10% gestegen is, terwijl de incidentie van tumoren van het centrale zenuwstelsel met meer dan 30% is toegenomen.
Verhoogde gevoeligheid
Kinderen zijn veel gevoeliger voor de effecten van toxische belasting dan volwassenen en zij kunnen daarnaast ook heel anders reageren op blootstelling aan toxinen. De paradoxale respons op fenobarbital en Ritalin bij kinderen, in vergelijking met volwassenen, is een goed voorbeeld. Fenobarbital, dat bij volwassenen als een kalmerend middel wordt gebruikt, veroorzaakt hyperactiviteit bij kinderen. Ritalin daarentegen, dat bij kinderen als middel tegen hyperactiviteit wordt gebruikt, heeft het tegenovergestelde effect bij volwassenen. Er zijn veel oorzaken voor deze paradoxale respons (zie kader). Verschillen bij nog in de ontwikkeling zijnde zuigelingen en kinderen beïnvloeden de absorptie, dosis, verdeling, het metabolisme, de opslag en de uitscheiding van geneesmiddelen in het lichaam, en daarmee ook de toxiciteit[3]. De efficiëntie en beschikbaarheid van stofwisselingsenzymen varieert met de leeftijd[4], hetgeen verschillen kan veroorzaken in de gevoeligheid voor de toxische effecten van zowel geneesmiddelen als gifftige sttoffen in het milieu. Wat echter bij zuigelingen en kinderen de grootste rol speelt, is dat zij nog groeien en zich ontwikkelen. Tijdens de groei ontwikkelen de verschillende systemen en organen zich met verschillende snelheden en op verschillende momenten. Groeiende weefsels zijn mogelijk gevoeliger voor belasting met toxinen dan andere weefsels. Onderzoek naar de blootstelling aan sigarettenrook heeft uitgewezen, dat het risico om aan borstkanker te overlijden groter is voor mensen die voor hun zestiende levensjaar met roken begonnen, dan voor degenen die na hun twintigste levensjaar begonnen[5]. Onderzoek naar de effecten van straling suggereren eveneens een verhoogde gevoeligheid bij mensen die hier tijdens hun kinderjaren waren blootgesteld. Onder de overlevenden van de atoombom in de Japanse steden Hiroshima en Nagasaki was de vatbaarheid voor leukemie groter voor degenen die toen jonger dan twintigste jaar waren dan voor personen die op dat moment ouder waren. Bovendien was er sprake van variatie in het soort leukemie, en die variatie was afhankelijk van de leeftijd op het moment van blootstelling[6].
Pesticiden doden
In het huis, op school en in de tuin, via het eten, het drinkwater en de lucht die zij inademen, worden kinderen gebombardeerd met pesticiden. Ondanks de protestten van de grote chemische bedrrijven, staat het verband tussen blootstelling aan pesticiden en kanker onomstotelijk vast[7] [8] [9] [10] [11]. Case-rapporten en case-controle studies hebben het verband aangetoond tussen pesticiden en een breed scala aan kwaadaardige aandoeningen, waaronder leukemie, non-Hodgkin lymfoom, neuroblastoom en Wilms-tumor, evenals tumoren in de hersenen, het colerectum en de testes[12]. Onderzoek heeft aangetoond, dat het gebruik van pesticiden in huis – onder meer ter bestrijding van termieten, vliegen en wespen – en insecticiden en herbiciden inde tuin, een significante toename van het aantal gevallen van hersentumoren bij kinderen veroorzaakt[13]. In een studie verviervoudigde het risico van leukemie bij kinderen als er minstens eens per week binnenshuis pesticiden werden gebruikt. Het risico werd zesmaal zo groot,wanneer er minstens eens per maand bestrijdingsmiddelen voor de tuin werden gebruikt[14]. Weer een ander onderzoek suggereert, dat kinderen, die in huizen met anti-insectenstrips (strips met een insectencoating) wonen een anderhalf keer zo groot risico hadden om leukemie te krijgen, dan kinderen die in huizen leefden zonder deze strips. Sterker nog, voor kinderen jonger dan veertien jaar was het risico van bindweefseltumoren vier keer zo groot als hun tuinen met pesticiden of herbiciden werden behandeld[15].
Een slag in de lucht
De effectiviteit van vaccinaties voor jonge kinderen is in medische kringen nog steeds een omstreden onderwerp. Terwijl deskundigen blijven discussiëren over het verband tussen gedrags- en leerstoornissen en vaccinatie, worden andere potentieel dodelijke effecten van vaccinatie volstrekt buiten beschouwing gelaten. Het valt inderdaad te betwijfelen dat er veel ouders zijn, die er ooit over hebben nagedacht of vaccinaties voor kinderen wellicht kanker veroorzaken. Op dat gebied is er maar weinig onderzoek gedaan. Eén onderzoek concludeerde dat er geen risico bestaat. De studiepopulatie in dit onderzoek was echter klein (minder dan negenhonderd kinderen) en niet alle kinderen hadden hetzelfde aantal vaccinaties ontvangen. Ook de opzet van de studie liet te wensen over, hetgeen suggereert, dat de resultaten niet geheel onomstreden zijn[16]. Er is geen enkele studie, waarin een vergelijk werd gemaakt tussen kinderen, die alle geadviseerde vaccinaties hadden gehad en vervolgens kanker ontwikkelden, en kinderen die niet of nauwelijks gevaccineerd waren. Bovendien is geen van de tegenwoordig gangbare vaccins op carcinogeniteit onderzocht[17]. We weten niet of vaccins kanker kunnen veroorzaken. Maar er zijn wel een aantal belangrijke indicaties, dat dat het geval zou kunnen zijn. De productie van vaccins is een nogal vies proces. De virussen worden geïsoleerd uit de uitwerpselen en lichaamsvloeistoffen van geïnfecteerde individuen. Daarna worden zijn in een toxisch medium gekweekt, omdat ziekteveroorzakende organismen in een ‘gezond’ medium niet kunnen groeien (evenmin kunnen ze zich in een gezond lichaam vermenigvuldigen). Vervolgens worden er andere toxinen aan toegevoegd om de virussen te inactiveren, onder andere formaldehyde, aluminium en het van kwik afgeleide thiomersal, fenol (allemaal carcinogeen) en antibiotica. Daarnaast zouden ook de virussen zelf kanker kunnen veroorzaken en is het proces waarmee virussen worden geïnactiveerd, niet altijd 100% effectief. Een bekend voorbeeld is het simian virus 40 (SV40). Dit virus verontreinigde een van de eerste Salk polio vaccins. SV40 was een kankerverwekkend virus dat groeide in de nieren van apen, die voor het kweken van het poliovirus werden gebruikt. De verontreiniging werd pas ontdekt, toen al honderduizenden mensen met het vaccin waren geïnjecteerd. Dit virus was niet alleen verantwoordelijk voor kanker bij de ontvangers van het vaccin, het werd ook in verband gebracht met schade aan het DNA, die door seksueel contact doorgegeven en aan ongeboren kinderen kon worden doorgegeven. In de hersentumoren die tegenwoordig worden onderzocht, treffen onderzoekers nog stteeds tekenen van het SV40 virus aan[18] [19]
Ongezonde vitaminespuit
Enige bezorgdheid is er ook omtrent vitamine K. De vraag is of vitamine K injecties direct na de geboorte het risico van kanker verhoogd. In 1990 werd er een positief verband gevonden tussen vitamine K injectie en leukemie. Bij het onderzoek waren 597 kinderen uit Engeland en Wales betrokken, die tussen 1968 en 1985 waren geboren en bij wie tussen 1969 en 1986 kanker werd gediagnosticeerd. Een gelijke groep kinderen, die geen kanker had, werd als controlegroep gebruikt. Het verband tussen de totale kankerincidentie en intramusculair vitamine K was niet overduidelijk. Er was echter wél een sterk verband met de incidentie van leukemie. De auteurs concludeerden, dat ‘…het risico – als er al sprake van kan zijn – dat het gebruik van vitamine K toegschreven kan worden, kan nooit groot zijn. Maar evenmin kan het worden uitgesloten, dat er enig risico bestaat” [20]. Na heel veel discussie over het onderwerp besteedde het British Medical Journal 8 jaar later een hele aflevering aan het verband van vitamine K injecties en kanker. In een redactioneel artikel werd het onderwerp als een soort Gordiaanse knoop omschreven, die nog steeds op ontknoping wachtte[21]. Een van de studies vond geen enkel verband[22], terwijl veel andere studies dit verband juist wel vonden. Een studie concludeerde: “De mogelijkheid dat er sprake is van enig risico, kan niet worden uitgesloten” [23]. In een derde studie werd naar Britse kinderen gekeken, die voor hun vijftiende levensjaar kanker kregen. Er werd geen verband aangetoond tussen intramusculair vitamine K en alle vormen van kanker bij kinderen, maar wederom werd hier een verhoogd risico van leukemie gevonden, die optreedt tussen een en zes jaar na de geboorte. De onderzoekers concluderen: “Het is, op basis van de tot nu toe gepubliceerde gegevens, niet mogelijk om de suggestie te weerspreken, dat neonataal intramusculaire toediening van vitamine K het risico van leukemie in de vroege kinderjaren verhoogd’[24]. In het meest recente overzichtsartikel over het verband tussen vitamine K en kanker werd praktisch dezelfde conclusie getrokken[25].
Zijn kinderen elektrisch?
Er zijn steeds meer aanwijzingen, dat wonen in de buurt van elektromagnetische velden (EMF)-straling afkomstig van elektrische hoofdleidingen het risico van leukemie bij kinderen aanzienlijk kan verhogen. In 1979 werd het eerste onderzoek over het verband tussen dergelijke EMF’s en kanker bij kinderen gepubliceerd[26]. Inmiddels zijn er nog veel meer publicaties verschenen, onder meer een over een Zweeds onderzoek van meer dan 500.000 mensen. In deze studie werd aangetoond, dat kinderen die aan wisselende hoeveelheden huishoudelijke EMF’s waren blootgesteld, een vier keer zo groot risico hadden om leukemie te krijgen[27]. Andere studies hebben het verband tussen EMF en kanker bevestigd [28] [29] [30] [31]. Heel recent hebben Britse studies over elektrische leidingen en kanker echter tegenstrijdige conclusies opgeleverd. In het onderzoek van Professor Denis Henshaw van de Human Radiation Effects Group aan de universiteit van Bristol werden 2000 veldmetingen verricht. Daaruit bleek, dat de toxische effecten van EMF’s zich over meer dan 90 meter aan beide kanten van de leidingen uitstrekken. Het suggereerde ook, dat EMF’s kanker zouden kunnen veroorzaken. Volgens Henshaw kan het wonen in de buurt van elektrische hoofdleidingen met stralingsniveaus, die ver boven de wettelijke toegestane grenswaarden liggen, indirect kanker veroorzaken doordat de concentratie van kankerverwekkende stoffen in de lucht (op natuurlijke manier door de aarde geproduceerd en afkomstig van plaatselijke vervuiling door het verkeer) wordt verhoogd. Deze conclusie bevestigd eerder onderzoek, waarbij potentieel toxische interacties werden aangetoond tussen wisselende EMF’s bij elektrische hoofdleidingen en radioactieve afbraakproducten van radongas, dat van nature in de atmosfeer voorkomt[32] [33]. De Britse Childhood Cancer Study – een onderzoek gedurende 18 jaar naar EMF’s en 2226 kinderen met kanker, vergeleken met gezonde kinderen – bevestigde het verband tussen blootstelling aan EMF’s en kanker bij kinderen echter niet[34]. Hier tekenen de auteurs echter aan, dat de opzet van het onderzoek wellicht niet helemaal correct was (een opmerking, die door de media grotendeels werd genegeerd). Er werd een irrelevant criterium gebruikt en bovendien behoorde maar 2,3% van de kinderen tot de groep die aan hoge EMF-stralingsniveaus was blootgesteld. Ook was de blootstelling niet vergelijkbaar met studies in andere landen, bijvoorbeeld Noord-Amerika, waar het voltage anders is en de blootstellingniveaus hoger zijn. Weer een ander onderzoek in Nieuw Zeeland leverde onduidelijke resultaten op. Boven dien waren er dezelfde fouten gemaakt als in de Britse studie[35]. Al met al weten we bedroevend weinig over de invloed van carcinogenen in het milieu op het ontstaan van kanker bij kinderen[36]. Als er al onderzoek naar gedaan is, hebben de wetenschappers er tot nu alleen maar vage uitspraken over gedaan, met de algemene conclusie, dat de effecten op de bevolking waarschijnlijk verwaarloosbaar klein zijn. En dat terwijl wetenschappers inmiddels geloven, dat veel soorten kanker bij volwassenen toe te schrijven zijn aan leefstijlfactoren als roken, dieet, beroep en blootstelling aan straling en toxische chemicaliën, heeft de medische wereld tot nu toe consistent geweigerd om dezelfde aandacht te besteden aan kanker bij kinderen.
De gemiddelde leeftijd voor een diagnose van kanker bij kinderen is 6 jaar, maar bij zo’n eerste diagnose is de kanker bij die kinderen vaak al in een vergevorderd stadium. Als er bij volwassenen voor het eerst kanker wordt vastgesteld, is er maar bij 10% van de mensen sprake van uitzaaiingen, terwijl dat bij kinderen rond de 80% ligt. Artsen zeggen, dat kanker bij kindern vaak zo laat gediagnosticeerd wordt, omdat de symptomen zo veel op andere aandoeningen lijken, die bij kinderen voorkomen[37]. Je zou er echter ook anders naar kunnen kijken, namelijk dat veel artsen geloven, dat kanker bij kinderen zeldzaam is, waardoor zij de symptomen niet serieus nemen en verdergaand ondezoek bij die kinderen onnodig achten. In de V.S. overleed Alexander Horwin aan een van de meest voorkomende vormen van hersenkanker – medulloblastoom – nadat zijn ouders herhaaldelijk van de kinderarts te horen hadden gekregen dat hij een ‘virus’ had opgelopen. De ouders hebben sindsdien veel moeite gedaan om het publiek ervan bewust te maken, dat er een potentieel verband bestaat tussen vaccinaties in de kindertijd en kanker http://www .ouralexander.com .
Misschein is de verhoogde gevoeligheid van onze kinderen voor risicofactoren in het milieu in combinaite met de schrikbarende toename van het aantal gevallen van kanker bij kinderen en het schadelijke potentieel van milieuvervuilende stoffen nog serieuzer te nemen. Als het om kanker gaat, is voorkomen beter dan genezen en we zijn het aan onze kinderen verplicht om er alles aan te doen, dat zij de kans krijgen om ook in een toxische wereld gezond te blijven.
(Patt Thomas)
Waarom kinderen meer risico lopen
Kinderen verschillen op diverse manieren van volwassenen en daardoor kunnen zij in verhoogde mate gevoelig zijn voor giftige stoffen:
- Veel van hun lichaamsdelen, onder meer de hersenen, zijn nog steeds in ontwikkeling. Gedurende deze fase zijn zij vermoedelijk gevoeliger voor de veranderingen, die deze toxinen veroorzaken
- De capaciteit van hun lichamen om toxische stoffen af te breken, is minder goed ontwikkeld
- Zij kruipen op de grond en komen zo directt in contact met stof en andere potentieel toxische stoffen
- Ze zijn eerder geneigd om spulletjes in de mond te stoppen en dingen te eten, die niet voor consumptie geschikt zijn
- In verhouding met hun lichaamsgewicht eten, drinken en ademen zij meer dan volwassenen. Dat betekent dus, dat zij meer toxinen per kilogram lichaamsgewicht binnenkrijgen dan volwassenen. Het volume ingeademde lucht van een rustende zuigeling is bijvoorbeeld twee keer zo groot als dat van een volwassene onder dezelfde omstandigheden.
- Het lichaam van kinderen heeft mogelijk ook minder goed ontwikkeld vermogen om schade te herstellen. Daarnaast is de zich ontwikkelende foetus extreem gevoelig voor toxinen. Dat komt, omdat de ontwikkeling van het lichaam volledig afhankelijk is van de complexe interacties van signaalchemicaliën (hormonen). Verstoring van deze signalen kan de ontwikkeling van het lichaam permanente schade toebrengen.
Overleven om tegen een nieuwe kanker te vechten
Een op de 250 mensen heeft als kind kanker overleefd. Maar wat voor toekomst hebben deze kinderen? Onderzoek wijst uit, dat behandeling van kanker bij kinderen wellicht de oorspronkelijke kanker geneest, maar dat deze overlevenden als volwassenen vaak ook gevoeliger zijn voor kanker op andere plekken. Een onderzoeksteam heeft berekend, dat tot eenderde van alle vrouwen, die als kind kanker hebben gehad, tegen de tijd dat ze veertig jaar zijn borstkanker krijgt[38]. Er zijn ook aanwijzingen, dat kinderen die een behandeling tegen bepaalde vorm van leukemie hebben ondergaan, als volwassenen een ander soort leukemie krijgen[39]. Heel recent was er nog een verbijsterend onderzoek gebaseerd op een follow-up van 13.581 kinderen en jongeren in 25 ziekenhuizen in de V.S. en Canada. De kinderen hadden na behandeling van hun leukemie vijf jaar of langer overleefd. Borstkanker kwam bij deze mensen 16x vaker voor dan gemiddeld en deze ziekte openbaarde zich vaak tegen de tijd, dat de vrouwen eind 20 of 30 jaar waren. Botkanker kwam 19x zo vaak voor dan bij andere mensen en schildklierkanker 11x zo vaak. Het hoogste additionele kankerrisico werd vastgesteld bij kinderen die tegen non-Hodgkin lymfoom behandeld waren. Zij hadden een kans van bijna 8% om gedurende 20 jaar follow-up een nieuwe vorm van kanker te krijgen. De onderzoekers gaan ervanuit, dat chemotherapie en bestraling de voornaamste oorzaken zijn voor dit verhoogde risico[40]. Chemotherapie veroorzaakt ook late hartproblemen, vooral bij vrouwen[41]. In een studie kreeg bijna een kwart van de patiënten, die met anthracyclines waren behandeld, jaren later hartstoornissen[42]. Bij lange-termijn overlevenden van non-Hodgkin lymfoom kan dit medicijn later ook levertoxiciteit[43] en longkanker veroorzaken.
Bescherm uw kinderen tegen risicofactoren voor kanker
Om uw kinderen tegen schadelijke stoffen uit het milieu te beschermen, zultt u op verschillende fronten tegelijk moeten strijden en er wellicht al voor de conceptie mee moeten beginnen. Overweeg de onderstaande suggesties om uw kinderen gezond te houden:
- Bescherming begint vooral voor de geboorte. Er zijn aanwijzingen, dat ouders die blootgesteld zijn aan giftige chemicaliën zoals pesticiden, en ouders die blootstaan aan straling, een hoger risico lopen om een kind op de wereld te zetten, dat later kanker krijgt. Alvorens te besluiten om kinderen te verwekken, is het daarom zinvol voor de ouders om even stil tte staan bij hun eigen leefomgeving en gezondheid. Vaders die roken kunnen bijvoorbeeld bijdragen aan de ontwikkeling van kanker bij hun kinderen[44].
- Aanstaande moeders kunnen het maken van röntgenfoto’s beter vermijden. Röntgenstraling tijdens de zwangerschap leveren zelden iets op, terwijl ze wel worden geassocieerd met een stijging van het aantal leukemieën bij kinderen met 50%[45].
- Geef zo lang mogelijk borstvoeding. Ondanks een aantal studies, die een breed scala aan giftige chemicaliën in moedermelk aantoonden, zijn de meeste wetenschappers en kinderartsen het erover eens, dat de voordelen van borstvoeding – zoals een mogelijk beschermend effect tegen kanker bij kinderen[46] [47] – zwaarder wegen dan de nadelen
- Gebruik vitamine K DRUPPELS. Orale toediening van vitamine K wordt niet in verband gebracht met kanker. Bovendien bevatten colostrum en achtermelk aanzienlijke hoeveelheden vitamine K, hetgeen nog een extra argument is voor borstvoeding.
- Gebruik supplementen van goede kwaliteit. Vul de voeding van uw kind aan met belangrijke mineralen en vitamines als vitamine C en E, kalium, seleen en zink, zodra het toe is aan vast voedsel. Zorg er bovendien voor, dat uw kind adequate doseringen essentiële vetzuren binnenkrijgt. Hennep- en zonnebloemolie zijn bijvoorbeeld goede bronnen van omega-3 en omega-6 vetzuren.
- Overweeg alternatieven voor vaccinaties. Bij gezonde kinderen zijn de kinderziekten in hun milde vorm zelden gevaarlijk. Gebruik homeopathische middelen als uw kind een hoger risico loopt en u de weerstand tegen ziekte wilt verhogen. Aanwijzingen van 50 jaar geleden laten zien, dat homeopathische preventie zeer effectief kan zijn. Als u toch voor vaccinatie kiest, wacht dan tot uw kind negen maanden oud is. Bereid uw kind op de vaccinatie voor door een behandeling mmet Thuja, Bacillinum of vitamine C.
- Wat verdwijnt er allemaal in het mondje? Hoe meer biologisch geteeld fruit, groente en volkerenproducten uw kind eet, des te minder risico het loopt om schadelijke pesticiden binnen te krijgen. Veel voedingsmiddelen die speciaal voor kinderen zijn gemaakt, bevatten echter bekende carcinogenen, zoals nitriet in gerookt vlees[48] en de kleurstoffen, die in zoveel drankjes en snoepjes worden verwerkt. Het weren van gemaksvoedingsmiddelen of selectiever worden met betrekking tot wat er op tafel komt, zal al een substantieel effect hebben op de gezondheid van uw kind. Dit komt omdat u potentiële carcinogenen mijdt waardoor de algemene gezondheidstoestand van uw kind verbetert. Hierdoor is het beter in staat om de effecten van toxinen te bestrijden.
- Mijd synthetische zoetstoffen. Veel van de voedingsmiddelen, die kinderen eten, worden in verband gebracht met een hogere incidentie van kanker. In een studie vonden onderzoekers een ‘veelbelovend’ verband tussen de synthetische zoetstof aspartaam en een verhoogde incidentie van hersenkanker[49].
- Bescherm kinderen tegen elektronische speelgoedjes. Minder blootstelling aan straling betekent minder risico van kanker. U zou eens moeten nagaan hoeveel elektronische apparaten u thuis heeft staan en waar deze zijn opgesteld. Maar denk vooral ook eens serieus na over de slaapkamer van uw kind. Baby’s hebben helemaal geen elektrisch licht en muziekapparaatjes nodig om rustig te worden. Kinderen hebben evenmin wekkerradio’s of televisie nodig op hun kamer. Door de kinderkamer zoveel mogelijk vrij te houden van elektrische huishoudelijke apparatuur zorgt u ervoor dat de uren, die uw kinderen slapen heilzaam zijn, in plaats van schadelijk.
- Beperk de blootstelling aan zware metalen zoveel mogelijk. Vooral lood en kwik zijn sterke neurotoxinen. Als deze stoffen de kans krijgen om zich in het lichaam op te hopen, kunnen zij het soort chronische aandoeningen veroorzaken, dat gevoelig maakt voor bepaalde soorten kanker. Om de blootstelling aan zware metalen via de watervoorziening te beperken, is het zinvol om een watterfilter op basis van omgekeerde osmose in uw huis te installeren. Als uw kind vullingen heefft, zorg er dan voor dat de tandarts composiet gebruikt in plaats van amalgaam. Gebruik altijd loodvrije verf en vervang alle oude loden waterleidingen.
- Blijf op de hoogte. Veel milieugroeperingen publiceren uitstekende rapporten over het milieu in relatie tot de gezondheid van kinderen. De publicatie van Friends of the Earth, ‘Poisoning our children: The dangers of exposeren tot Untested and Toxic Chemicals’ geeft een goed overzicht (http://www.foe.co.uk/) Ook het Amerikaanse Natural Resources Defence Council heeft veel bruikbaars gepubliceerd, onder meer ‘Our Children at Risk’, online beschikbaar op http://www.nrdc.org/
Zuig en zie
Ftalaten zijn een groep chemicaliën, die in plastic, lijm en inkt worden toegepast. Onderzoek heeft aangetoond, dat de blootstelling aan ftalaten een potentieel schadelijke invloed heeft op de gezondheid van kinderen. Een verband met kanker bij kinderen kon hierbij niet worden uitgesloten. Veel bijtringen en zacht speelgoed bevatten ftalatten en er zijn aanwijzingen, dat deze stoffen uit het speelgoed kunnen lekken, vooral als kinderen erop sabbelen, en door kinderen kunnen worden ingeslikt. Het European Commission’s Committee on Toxicity, Ecotoxicity and the Environment heeft geconcludeerd dat er ‘reden tot zorg’ is over de meest voorkomende ftalaten in speelgoed, dat van polyvinylchloride (PVC) is gemaakt[50]
[1] Am Fam Physician, 2000; 61: 2144-54
[2] National Statistics, Mortality Statistics: Childhood, Infant and Perinatal, London: HMSO; 1999
[3] Similarities and Differences Between Children and Adults, Guzelian PS et al. (eds), Washington, DC: ILSI Press, 1992; 11-5
[4] Environ Health Perspect, 1995; 103 [Suppl 6]: 7-12
[5] Am j Epidemiol, 1994; 139: 10001-7
[6] Environ Health Perspect, 1995; 103 [Suppl 6]: 41-4
[7] Environ Health Perspect, 1997; 105: 1068-77
[8] Am J Epidemiol, 2000; 151: 639-45
[9] Cancer, 2000; 89: 2315-21
[10] Eur J Cancer, 1996; 32A: 1943-8
[11] Environ Res, 1980; 23: 257-63
[12] Environ Health Perspect, 1998; 106 [Suppl 3]: 893-908
[13] Arch Environ Contam Toxicol, 1993; 24: 87-92
[14] J Natl Cancer Inst, 1987; 79: 39-46
[15] Am J Public Health, 1995; 85: 249-52
[16] Br. J Cancer, 1999; 81: 175-8
[17] Psysician’s Desk Reference, 51st edn, Medical Economics Inc, 1997
[18] J Natl Cancer Inst, 1995; 87: 1331
[19] Brain Pathol, 1999; 9: 33-43
[20] Br J Cancer, 1990; 62: 304-8
[21] BMJ, 1998; 316: 161-2
[22] BMJ, 1998; 316: 184-9
[23] BMJ, 1998; 316: 178-84
[24] BMJ, 1998; 316: 189-93
[25] Br J Cancer, 2002; 86: 63-9
[26] Am J Epidemiol, 1979; 109: 273-84
[27] Am J Epidemiol, 1993; 138: 467-81
[28] Eur J Cancer, 1995; 31A: 2035-9
[29] Lancet, 1993; 342: 1295-6
[30] Am J Epidemiol, 191; 134: 923-7
[31] Am J Epidemiol, 1988; 128: 21-38
[32] Int J Radiat Biol, 1999; 75: 1505-21
[33] Int J Radiat Biol, 1996; 69: 25-38
[34] Lancet, 1999; 354: 1925-31
[35] Lancet, 1999; 354: 1967-8
[36] Environ Health Perspect, 1998; 106 [Suppl 3]: 875-80
[37] Am Fam Physician, 2000; 61: 2144-54
[38] N Engl. J Med, 1996; 334: 745-51
[39] N Engl. J Med, 1991; 325: 1682-7
[40] J Natl Cancer Inst, 2001; 93: 618-629
[41] N Engl. J Med, 1995; 332: 1738-43
[42] JAMA, 1991; 266: 1672-7
[43] Oncology, 1996; 53: 73-8
[44] J Natl Cancer Inst, 1997; 89: 238-44
[45] J Natl Cancer Inst, 1962; 28: 1173-91
[46] Int J Epidemiol, 1995; 24: 27-32
[47] Br J Cancer, 2001; 85: 1685-94
[48] Cancer Causes Control, 1994; 5: 141-8
[49] J Neuropathol Exp Neurol, 1996; 55: 1115-23
[50] ENDS Report 281, June 1998: 49
