door Peter Cruijf
Zelf [TDH] kom ik uit de stad Arnhem waar ooit dhr. Lorentz leefde; de grondlegger van de Chaos met als Wiskundige oorsprong: z keer z = -1. — Sinds een jaar of twee ligt de magnetische pool boven Siberië waar hij heel lang Boven Canada heeft gelegen! Weer een verandering van onze op hol geslagen Centrifuge die Aarde heet.
https://www.nationalgeographic.com/science/2019/02/magnetic-north-update-navigation-maps/
magnetic north changed from Canada to Siberia!
Actueel – 08-02-2020 – https://www.nu.nl/binnenland/6029302/zondag-code-oranje-door-storm-ciara-problemen-op-spoor-en-weg-verwacht.html

Op zeer jonge leeftijd gepakt door het virus ‘meteorologie’
Zaagtand 2018-2019 !
Samenvatting/Afsluiting
Streven naar professionaliteit en uiterste nauwkeurigheid stonden bij mij altijd hoog in het vaandel bij het verstrekken van weerberichten en weerkundige adviezen. Mijn echte liefde voor de meteorologie lag en ligt evenwel bij mijn klimaatonderzoek. Want wat mij na vijftig jaar onderzoek overduidelijk is geworden, is dat weerberichten ondergeschikt zijn aan het klimaat. Naarmate het klimaat verandert, zullen ook de weerberichten gaan veranderen en niet omgekeerd.
Het klimaat op Aarde is in een steeds sneller tempo aan het veranderen en bepaald niet in positieve zin voor de mensheid op deze planeet. Het steeds duidelijker wordende gegeven, dat de orkanen boven de oceanen zwaarder van kaliber worden en ook het Noordzeegebied en het Europese vasteland met een verruwing van het windklimaat te maken hebben, is niet iets van de laatste jaren.Vanaf de zeventiger jaren van de vorige eeuw heb ik daar ‘zwart op wit’ in de media al voor gewaarschuwd. Dat werd toen steeds tegengesproken door vooral het KNMI. Veertig jaar later zien we in 2013 het KNMI op haar website onder ‘Klimatologie’ aangeven, dat we de komende tijd rekening moeten houden met zwaardere stormen. Dat is veertig jaar te laat!

Op 16 juli 1948 kwam ik in Den Helder ter wereld in het gezin van een vader, moeder, broer en zus. Wanneer wij erop uittrokken, ging het vaak naar de haven, de zeedijk en het strand. Al in mijn kleutertijd liet ik dan op de zeedijk telkens halt houden bij een betonnen toren die mij zeer intrigeerde. Het was de toren van het oudste KNMI-weerstation van Nederland, genaamd ‘De Windwijzer’. Deze naam dankte dit station aan de behoorlijk grote windwijzer op de toren.

Ik was acht jaar, toen ik voor de eerste keer in het kantoortje bij de toren mocht kijken. Er ging een wereld voor mij open. Ik mocht een complete zogeheten waarneming bijwonen, waarbij alle weerinstrumenten werden afgelezen en het zicht vanaf de toren werd ingeschat, waarna de meetgegevens per Telex naar het KNMI in de Bilt werden verzonden. Dit liet op mij zo’n diepe indruk achter dat ik vanaf die dag begon met elke ochtend om 5.40 uur na de land- en tuinbouwberichten en ook eens om 6.45 uur het KNMI-weerbericht op dicteersnelheid en de weerrapporten erna van 5.00&6.00 uur te noteren. Ook 12.26 uur..
[TDH] Het heeft ontzettend lang geduurd tot ik snapte wat Referentie-Verdamping inhield, maar vroeger luisterde ik ook altijd radio op mijn kamer. En daar was het weerbericht belangrijk. Moest je een regenbroek aan naar school (vanaf 1983) of niet..! Mn vader deed een cursus van Teleac over het weer en op het Schuine dak van Vinkenhof 5 te Stadskanaal (zolder) hingen grote posters met alle soorten Wolken… Zijn verhaal: Kun je onder een wolk doorkijken, dan kan er nooit onweer inzitten… Sinds vorige week ook niet meer waar! Droog Onweer waargenomen in het Noorden van Groningen. Inmiddels ben ik in het bezit van een compleet uitgegraven Fulgeriet (Bliksembuis) uit Huizen (1956). Aan de hand daarvan moet de Electrische Stroom vrij nauwkeurig kunnen worden vastgesteld… Verder maakte mijn vader dia’s in de jaren 80 en 90 van… Maansverduisteringen…

SonyAlpha6000 & Tamron 150-600mm op 21 januari 2019 rond 6.30 – Bloedmaan –
Vanaf het Dak van de Musis Parkeergarage te Arnhem.
Temperatuur was gelukkig onder 0!
Vanaf mijn twaalfde jaar kwam alles ineens in een sneltreinvaart. Ik werd zo’n beetje kind aan huis bij ‘De Windwijzer’. Vooral het diensthoofd ervan, de heer Tabeling en zijn medewerker de heer Van Strijen, gunden mij alle tijd om zo vaak als ik wilde naar de weerinstrumenten te komen kijken. Dat deed ik in alle rust. Ik liep hen nooit in de weg en hield hen ook nooit van hun werk met kletspraatjes of anderszins. Ik zat meestal in een hoekje verdiept in allerhande leerboeken der meteorologie. Binnen een jaar kon ik de inhoud van al die boeken wel dromen. Zelfs de codetaal waarin de weerrapporten per telex naar De Bilt werden verzonden, groepen van vijf cijfers, kende ik van buiten. Dit hadden beide genoemde heren niet eerder in hun loopbaan meegemaakt. Zo’n jong ventje die de meteorologische theorie volledig beheerste en eraan verslaafd leek. Maar dat leek niet alleen zo, het was gewoon zo! Het virus ‘meteorologie’ had mij te pakken gekregen en zou mij niet meer loslaten. De periode tussen mijn twaalfde en zestiende jaar is achteraf gezien de periode geweest, waarin ik twee heel belangrijke ontdekkingen deed, die mijn verdere leven in zeer belangrijke mate zouden gaan beheersen. Een van die ontdekkingen is verwoord in de hoofdstukken 1 tot en met 4 in dit rapport. Mijn andere ontdekking vond plaats in het kantoortje van ‘De Windwijzer’.
[TDH] Het mooiste wat er is is met je Surfplank over het water heen scheren… Van mn oom en tante uit Denekamp geleerd, evenals skiën. Skiën durf ik alleen nog in de zomer te doen; lekker rustig op de pistes in de Alpen en niet zo ijzig als in de winter… De allereerste keer Windstilte aan het IJsselmeer. De tweede keer hadden we gelukkig een 4 vierkante meter zeil bij ons want als je met Windkracht 7 dit zeil uit het water weet te trekken ga je al best hard..
Mijn ontdekking op windgebied
Wanneer ik in het kantoortje van ‘De Windwijzer’ niet opging in de weerboeken, was ik gekluisterd aan de zogeheten ‘Dines’, een aërodynamische anemograaf, een zelfregistrerende windmeter. De ‘Dines’ vind ik nog steeds de mooiste en beste windmeter die ooit is gebouwd. Bij rotatie-anemometers (de horizontaal draaiende molentjes met drie of vier halve bollen) is een zeker minimum aan windkracht nodig om de onvermijdelijke wrijving vooral in het begin van de draaiing van het molentje te overwinnen. Een aërodynamische windmeter meet elk zuchtje wind. Een dergelijke windmeter berust op de ervaring, dat de wind op elk voorwerp aan de loefkant een druk uitoefent, die groter is dan de ongestoorde, ofwel statische luchtdruk. De overdruk, die aan de loefkant van een voorwerp wordt aangetroffen, heet stuwdruk, de onderdruk aan de lijzijde zuigdruk. De stuw- en zuigdrukwaarden zijn, behalve van de vorm en afmetingen van het voorwerp, afhankelijk van de windsnelheid. De stuwdruk en de zuigdruk nemen kwadratisch met de windsnelheid toe.
Bij een aërodynamische windmeter blaast de wind in de opening van een buis, die om een verticale as kan draaien en door een windvaan voortdurend tegen de wind in wordt gehouden. Via gaten is de draaibare buis verbonden met een vaste buis, waarop de stuwleiding is aangesloten.
Onder de draaibare buis bevindt zich nog een vaste buis, welke aan alle zijden kleine openingen bevat, waarlangs de wind strijkt. Op deze vaste buis is de zuigleiding aangesloten. De stuwleiding en zuigleiding kunnen aangesloten worden op een manometer. Maar in ‘De Windwijzer’ waren deze leidingen aangesloten op een toestel waarmee de manometerdruk en daarmee dus de windsnelheid op een diagram werd geregistreerd.

Aan deze vrij grote windwijzer dankte het oudste weerstation van Nederland in Den Helder haar naam ‘De Windwijzer’.
Op de foto hieronder is te zien, dat de windvaan de holle stuwbuis in de wind houdt. Daardoor blaast de wind voortdurend in de holle buis. Op de foto eronder staat de ‘Dines’, vernoemd naar de uitvinder. De verticaal staande grijze buis is gedeeltelijk gevuld met vloeistof, waarin een metalen klok drijft. De ruimte onder de klok staat in verbinding met de stuwbuis van de windwijzer en de ruimte boven de klok met de zuigbuis.
De klok beweegt zich naar boven, wanneer de windsnelheid toeneemt en naar beneden bij afnemende windsnelheid. De positie van de klok wordt via een stang met daaraan een schrijfpen opgetekend op een draaiende trommel.

De ‘Dines’ in het voormalige kantoortje van ‘De Windwijzer’. De onderste registratie is van de windrichting, aangedreven door de zilverkleurige servomotor, die de twee lange grijze
“weegschaal-armen” (met rechts contragewichten) aandrijft voor het overbrengen van de bewegingen van de windwijzer. De twee dikke slangen tegen de achterwand zijn verbonden met de stuwbuis en de zuigbuis van de windwijzer.
[TDH] In 1983 had ik mijn eerste Apple ][. In Applesoft Basic schreef ik een programma “Overhoren” waarmee ik vloeiend Duits, Engels & Frans leerde. Ook geschreven op MSX-2, MS-Dos, Commodore64. Voor een tientje verkocht ik op de HCC-dagen van 1987 deze voorloper van alle andere online-dingen die nu zo vaak overbelast zijn waarom ik een Lokaal dingetje heb gevonden voor mn 2 dochters die het herhalen ook zo hard nodig hebben.. Sinds 1994 surf ik over het internet en ook daar maken we weer een zootje van helaas.
https://www.youtube.com/watch?v=XAi3VTSdTxU – Earth Song by Michael Jackson
De diagramstrook is voorzien van een schaal-verdeling, waarop de windsnelheid kan worden afgelezen. Door de bijzondere vorm van de klok is deze schaalverdeling niet kwadratisch maar lineair. Hierdoor komen windsnelheidsverschillen zowel bij lage als bij hoge windsnelheden met dezelfde afstand op het diagram. In verband hiermee moet het vloeistofniveau wel steeds tot dezelfde hoogte reiken. Dit wordt met behulp van een peilglas gecontroleerd. Wanneer er vloeistof is verdampt, moet het reservoir worden bijgevuld. De nulstand van het toestel dient dagelijks te worden geverifieerd door de ruimten onder en boven de drijver via driewegkranen in verbinding met de buitenlucht te brengen. De nulstand van het toestel dient dagelijks te worden geverifieerd door de ruimten onder en boven de drijver via driewegkranen in verbinding met de buitenlucht te brengen. Een ‘Dines’ is zeer nauwkeurig en uitermate geschikt om een indruk te geven van de structuur van de wind. Vooral windstoten worden met een ‘Dines’ vele malen beter weergegeven dan door een rotatie-anemometer. Zo’n molentje moet daarvoor eerst op snelheid komen.
Toen ik op de nadering van en ook tijdens een tweede storm wéér voor de ‘Dines’ zat, werd mijn aandacht getrokken door iets, wat ik naderhand het winddictaat ben gaan noemen. Ik ontdekte een structuur op het registreerpapier, die mij bekend voorkwam van de vorige storm. De foto’s die ik gelukkig van de registratie van de vorige storm had gemaakt, ging ik vergelijken met de foto’s die ik van de registratie van deze tweede storm maakte. Ik bespeurde overeenkomsten ten tijde van de nadering van het stormveld. Mijn aandacht ging daarbij vooral uit naar een periode, die bij geoefende natuurkenners ook wel bekend staat als ‘stilte voor de storm’. Ik besloot de registraties daarvan te gaan onderzoeken aan de hand van volgende stormen.
Daarnaast ging ik mij verdiepen in het door professor Cannegieter van het KNMI, vanwege enerzijds de tweede wereldoorlog en anderzijds zijn vroegtijdig overlijden, niet afgemaakte onderzoek naar de relatie tussen depressies boven de Atlantische Oceaan en trillingen in de aardbodem onder die depressies. Hiervoor maakte hij gebruik van seismografen in Schotland en Noorwegen. Aan de hand van kruispeilingen trachtte hij de intensiteit, positie en route van een depressie te bepalen.
Via mijn broer, toen officier-vlieger bij de Koninklijke Marine, kwam ik in contact met een collega van hem, officier bij de Hydrografische Dienst van de marine, ook wel de “Witte Marine” geheten vanwege hun witgeschilderde schepen. Deze man, Jan Gmelich Meijling, later staatssecretaris van Defensie en daarna burgemeester van Den Helder, bracht mij in contact met een afdeling van de Amerikaanse klimatologische dienst in New York. Zij brachten mij op het spoor van ‘single station forecasting’, een methode om vanaf één meetpunt tot een weerprognose te komen. In de tweede wereldoorlog is daar onderzoek naar gedaan, waaraan een Nederlandse marineofficier op een oorlogschip nabij IJsland een belangrijke bijdrage heeft geleverd en zijn methode daar met succes wist toe te passen. Het kwam erop neer, dat de vijand meeluisterde en er dus ook geen weergegevens mochten worden verzonden. Dit had natuurlijk ook consequenties voor de ontvangst ervan. Door die radiostilte was het zaak, of beter gezegd de kunst, om op andere wijze dan gebruikelijk te weten te komen wat voor weer eraan zat te komen. Direct na de tweede wereldoorlog is dat onderzoek beëindigd en in het archief van de Amerikaanse klimatologische dienst beland. De van de Amerikanen verkregen informatie over het uitgevoerde onderzoek naar de toepasbaarheid van ‘single station forecasting’ koppelde ik aan de vele winddictaten, die ik inmiddels via de ‘Dines’ van ‘De Windwijzer’ in Den Helder had verkregen en onderzocht. Ook betrok ik het hiervoor vermelde onderzoek van professor Cannegieter erbij.
Theorie over de Aardatmosfeer
Wanneer je de luchtmassa’s boven het aardoppervlak (de onderste laag van de atmosfeer) zou kunnen kleuren, zal blijken dat die luchtmassa’s eenzelfde gedrag vertonen als het water van meren, zeeën en oceanen, eveneens variërend van een strak oppervlak tot zeer grote golven. Die golven voelen we als wind. Een stilstaande luchtmassa ervaren we als windstilte, rustig “kabbelende” lucht voelen we als zwakke windvlaagjes, grote golven in de lucht als flinke windvlagen, snel stromende lucht als een continue wind en snel stromende lucht met een grote golfstructuur als een continue wind met windstoten.
Een lagedrukgebied van het kaliber stormdepressie is een heftige draaikolk in de atmosfeer. Zo’n systeem boven bijvoorbeeld de Atlantische Oceaan veroorzaakt via het tekeergaande oceaanwater trillingen in de aardbodem onder de depressie. Des te zwaarder van kaliber de depressie is, des te meer trillingen in de aardbodem eronder. Aan de hand van kruispeilingen met behulp van ten minste twee seismografen zou volgens professor Cannegieter dan kunnen worden vastgesteld, of een stormdepressie aan het ontstaan is (van geen trillingen naar trillingen), of de depressie in activiteit toeneemt (een toename van de trillingen) en welke route de depressie volgt (aan de hand van de verplaatsing van de trillingen).

Mijn theoriegedachten lieten mij niet meer los. Ik stond ermee op en ging ermee naar bed. Tot ik op een dag mijn moeder achter haar nieuwe elektrische naaimachine zag zitten en een sjabloon zag wisselen. Het sjabloon was een soort sleutel, die in een slot bovenin de naaimachine werd gestoken. Deze sleutel bepaalde wat voor soort steek er door de machine werd genaaid. Bij haar naaimachine behoorden een zestal sjablonen, van een spijkervorm tot een sjabloon met kartels aan weerszijden. Stopte je het sjabloon in de vorm van een spijker in de machine, dan naaide die bijvoorbeeld met een recht-toe-recht-aan-steek. Stopte je het sjabloon met kartels erin, dan naaide de machine bijvoorbeeld met een dubbele zigzag. Die aanblik deed bij mij een lamp aangaan en leidde uiteindelijk tot het door mij ontwikkelen van een alternatieve methode voor het voorspellen van stormen. Via het elektronisch bedrijf van de marine ging het door mij getekende en verwoorde idee naar een bedrijfje in Londen, dat toentertijd experimenten uitvoerde op het gebied van elektronische vorm- herkenning. Dit bedrijfje ontwikkelde aan de hand van mijn idee het elektronisch brein van mijn anemograaf. Hiermee konden niet alleen versnellingen in de atmosfeer worden geregistreerd, maar werden de golfstructuren van deze versnellingen als een vergroting verdeeld over zes schrijvende meters.

In mijn toenmalige weerkamer de anemograaf, bestaande uit de recorder linksbeneden voor de windrichting (de rechterschrijf- pen) en de windsnelheid (de linkerschrijfpen), en de drie zwarte meetkasten erboven, met in elke kast twee schrijvende meters, waarmee de golfstructuren van versnellingen in de atmosfeer als een vergroting werden opgetekend . In de ‘black box’ rechts van de recorder linksbeneden zat het elektronisch brein.

https://nl.wikipedia.org/wiki/Mandelbrotverzameling – In 1979 bij IBM laboratories eerst ontdekt door dhr. Mandelbrot; a + bj = Vectoren makkelijk uitgeschreven. Maar voor het uitrekenen is echt een computer nodig

Mijn echtgenote Ineke achter de van onderaf verlichte plottafel. In 2003 overleed zij plotseling (49) en bleef ik achter met twee dochters van 15 en bijna 13 jaar. Een dieptepunt in mijn leven. [TDH] – Gecondoleerd met dit hevige verlies!
Mijn anemograaf werd gevoed door een voor dit doel gemodificeerde contact-anemometer. Deze modificatie was op zichzelf al uniek te noemen. Want door deze modificatie werd de wijze van registreren van een ‘Dines’ benaderd. Net als bij het zien van de resultaten van mijn onderzoek naar de zonsopkomsten zette de heer Landmeter van het KNMI (zoals gesteld in onderdeel 3.1. van dit rapport, mijn vertrouwenspersoon bij dat Instituut) grote ogen op bij het in mijn weerkamer aanschouwen van de wijze van registreren van mijn anemograaf. Hij vond, dat ik hiermee de Nobel-prijs voor de natuurkunde verdiende. Opmerkelijk, aangezien voormalig KNMI-weerman en later directeur van Meteo- consult Harry Otten dit ook van mening was in een VARA-radioprogramma van Felix Meurders, zij het door hem toen cynisch bedoeld. Na ruim elf jaar stormonderzoek voorspelde ik met deze anemograaf de orkaandepressie van november 1972 meer dan een week tevoren. Volgens het KNMI was dit evenwel volstrekt onmogelijk en vormde mijn voorspelling het begin van een niet aflatende hetze tegen mij vanuit dit instituut. Daar kwam nog bij, dat volgens het KNMI een storm als deze hooguit maar eens in de vijftig jaar zou voorkomen, terwijl ik ‘zwart op wit’ in kranten binnen een jaar een soortgelijke storm verwachtte.
Toen die storm zelfs binnen een half jaar kwam (april 1973) en door mij wederom op een door het KNMI voor onmogelijk gehouden moment werd aangekondigd, waren de rapen gaar, overigens ditmaal ook in positieve zin. Want vanuit de offshore-wereld kreeg ik als dank voor de tijdige stormwaarschuwing, waardoor schade was voorkomen aan binnengehouden schepen en helikopters, een flinke financiële injectie. Hierdoor was ik in staat om een voor die tijd heel professionele weerkamer in te richten. Ik schreef mijn weerbureau als onderneming in bij de Kamer van Koophandel en ging ik naast het schrijven van weerberichten in kranten routeringen aan schepen verstrekken. Daarmee werd ik de derde bekende weerman in Nederland naast Jan Pelleboer en Hans de Jong. Want in mijn aanloop naar die positie droegen de huidige bekende weermannen en weervrouwen in Nederland nog een luier, of waren zelfs nog niet geboren.
Onvermijdelijk brengt bekend worden publicitaire aandacht vanuit de media met zich mee. Zo was ik in 1987 tweemaal te gast in het VERONICA-televisieprogramma ‘TINEKE’, gepresenteerd door Tineke de Nooy. Op de eerste tv-uitzending kwamen zoveel verzoeken om herhaling binnen, dat Tineke mij nogmaals in haar programma vroeg. Aan de hand van een grafisch beeld van de resultaten van mijn stormonderzoek gaf ik aan wat ons volgens mijn klimaatonderzoek in de toekomst zoal te wachten staat: steeds zwaardere orkanen boven de oceanen, zwaardere stormen boven het Noordzeegebied, een verdergaande temperatuurstijging en daardoor een verdere stijging van de zeespiegel.

Mijn toenemende bekendheid verhoogde niet alleen de hetze van KNMI-zijde tegen mijn
weerbureau, maar wekte ook flink wat jaloezie bij weeramateurs en hun vereniging. Wat een bagger ik toen zoal over mij heen heb gekregen. Niet normaal! De climax kwam na de Hemel- vaartstorm van 1983. Deze storm kwam voort uit een zogeheten “Kanaal-rat”, een ogenschijnlijk onschuldig lagedrukgebiedje, dat zich de avond en nacht ervoor nabij de westelijke ingang van Het Kanaal plotseling ontwikkelde tot een agressief stormsysteem. Op de avond ervoor waren op mijn anemograaf lichte versnellingen in de atmosfeer zichtbaar. Ik kon toen echter nog niet vaststellen waar de bron ervan zat. Afgaande op mijn gevoel koos ik voor een hazenslaapje. Om half vier die ochtend was ik alweer op mijn weerkamer en schrok me rot van forse versnellingen in de atmosfeer. Uit de tijdens mijn slapen binnengekomen weerrapporten filterde ik de tot ontwikkeling komende “Kanaal-rat”.
Naast kranten en individuele afnemers had ik evenwel geen directe communicatielijnen met radio- of televisiestations. Mijn weercollega Hans de Jong daarentegen wel en die zou die ochtend in het NCRV-radioprogramma ‘Hier en nu’ zijn reguliere weerpraatje houden. Ik belde hem om 4.00 uur uit zijn bed en dat leidde ertoe, dat De Jong in ‘Hier en nu’ voor de storm waarschuwde.

Met deze detailopname van de geregistreerde versnelling in de atmosfeer, voorafgaande aan de Hemelvaartstorm 1983, gaf ik het weekblad Panorama de primeur om mijn anemograaf van zeer nabij te fotograferen en kennis te nemen van de werking
ervan. Onder mijn vinger is de typische ‘stilte voor de storm’, zoals bekend bij natuurkenners, in de registratie te zien.
Als gevolg van de blunder van het KNMI, door deze Hemelvaartstorm niet tijdig te voorzien en pas tegen het middaguur met waarschuwingen naar buiten te komen, kreeg dit instituut op haar beurt een grote hoeveelheid kritiek over zich heen. Het KNMI bestreed daarop niet alleen dat deze storm wel degelijk eerder had kunnen worden voorspeld, maar begon via de media ongekend wild naar mij uit te halen. Wat bij het KNMI vooral bleek te steken, was dat ik hen geen blik in de werking van mijn anemograaf toestond. Nee, dank je de koekoek! Ik was er al voor gewaarschuwd, dat het KNMI de werking van mijn vinding wilde achterhalen om daarna onder hun naam met mijn veren te gaan pronken. Dit zou ik niet laten gebeuren!
Toen de beledigingen van KNMI-zijde via de MEDIA aan mijn adres uiteindelijk de spuigaten uitliepen, verzocht ik de toenmalige directeur van het KNMI, dhr. J. van Tiel bij aangetekende brief van 24 augustus 1983, de hetze onmiddelijk te laten stoppen. Excuses kwamen op 30 september 1983. In 1990 werd samenwerking met het KNMI afgewezen. Mijn vinding heb ik maar in het buitenland verkocht.
Wat tot het uitbrengen van dit rapport nooit naar buiten is gebracht, is dat zelfs de Koninklijke Marine mij nogal eens om een weersverwachting vroeg. Officieel mocht dat niet, want de marine had zelf een meteorologische dienst. De ervaringen daarmee deden gebruikers ervan evenwel steeds vaker naar mijn weerbureau uitwijken. Om geen problemen hierover met de marinestaf te krijgen, ontstonden er directe lijnen met commandanten van schepen en werden de weerberichten ‘vertrouwelijk’ verstrekt. Wat ook nu pas door middel van dit rapport wordt vrijgegeven, is dat ik op verzoek van de Koninklijke Marine destijds twee door de Ghanese marine in Duitsland gekochte patrouilleboten door middel van routeringen heb begeleid tot voorbij de Golf van Biskaje. Beide schepen waren ten noorden van de Waddeneilanden in stormweer terechtgekomen en waren naar de haven van Den Helder uitgeweken. Hierover de volgende bijdrage aan dit rapport van de hand van de inmiddels gepensioneerde kolonel van de Koninklijke Marine, de heer F. Bertijn.

