Stel dat je wilt ontsnappen aan de tijd
– Dat vale spook dat alles tóch al heeft –
En niet een slak wilt zijn. Aanvaard de stijd
Met de finale gongslag dan als kreeft
Het helpt wellicht om achteruit te lopen.
Je schuift – een peulenschil – net als dat beest
Een vouwdeur tussen nu en einddoel open,
De borst gericht op waar je bent geweest.
Zo’n omgekeerde reis, probeer het ook.
Tot stip verkleint je grafkuil met de maden,
De eeuwigheid is bijna niet te tillen
Je raakt uiteindelijk zelfs aan de kook,
Roder, hoogrood, met daarbij de genade
Om van de pijn niet eens te kunnen gillen
